Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

LITERATUUR EN KUNST

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

LITERATUUR EN KUNST

6 minuten leestijd

Asuncion, het Spaansche sprotje, door J. K. van Eerbeek. — Uitgeversmij. J. H. Kok, Kampen.

Het laatste werk van een onzer beste auteurs.

El* ligt iets zeer weemoedigs in om dit werk' van Van Eerbeek te lezen en te bespreken. Immers, (Ie auteur J. K. van Eerbeek (pseudoni'ïm voor M. Boss) is in het najaar van 1937 gesiorven, na een verblijf in 't Zuiden, waar hij tevergeefs herstel zocht. Na zijn dood werd dit boek tiitgegeven. Het is het laatste van de korte rij uitnemend© romans, waarmee hij de Christelijke hteratuur verrijkte. En hoe groot het verlies is, dat we in het heen- «aan van Van Eerbeek leden, blijkt ten volle wanneer we dit laatste werk van hem lezen.

Er is een Hollandsche schilder, die op reis gaat. Die reis naar het Zuiden van Frankrijk is een vlucht, hij bekent het openhartig. Het is een opzijgaan voor „twee steenen" op zijn weg. De eerste Ts het echec van z'n laatste doeken, de tweede het sterven van zijn vrouw. Nu laat hij een ideaal; een jongensdroom in vervuUüig gaan. Hij zal zich in de Rivièra vestigen, maar op zijn pas staat vermeld „goed voor de heele wereld".

En daar, in Port-Mistral, waar hij denkt los te kunnen zijn van alle plichten die het leven oplegt, kruist het Spaansche sprotje zijn; weg.

Zij heeft een kamertje in het tweede-rangshotel, waar hij zijn intrek heeft genomen. Een verwaarloosd, verslonsd daghitje, een „bloem der sloppen" is dit Spaansche kind. Ze moet hard werken om het geld te betalen voor de uitbesteding van haar vaderloos kind. Haar leven beweegt zich in afdalende lijn. Misdaad en ontucht schijnen de eenige toekomstmogelijkheden te zijn voor Asuncion, wier naam „Hemelvaart" beteekent.

Wat beweegt den schilder, om zich haar lot aan te trekken? Hij bekent het zichzelf en ons aan het einde van het boek, als hij voor de zaak van Asuncion op weg is naar het politiebureau.

„Ben ik hiervoor naar de Midi gekomen", dacht ilc, „om me druk te maken over 't lot van deze Spaansche moeder, dat me niet aangaat? Waarom ben ik hier naar toe gekomen? Om vrij te zijn, om mezelf te zoeken. Om geen taak te hebben, geen verantwoordelijkheid; om niet voor anderen werkzaam te zijn, om naar m'n eigen belang eindelijk te kunnen zoeken — ~ En nu ik dan heelemaal vrij ben wat doe ik Ik ben nog geen week in de Midi, of ik heb weer een taak".

En tenslotte trekt hij de conclusie. „Ik ontdek wat ik niet zoo helder geweten heb: dat de zucht om te helpen den mensch Ingeschapen is, evengoed als de zucht om zichzelf te zoeken. Dat ik evenmin kan zonder taak-voor-anderen, als zonder levensdoel voor mezelf. Even onredelijk als het leven zelf, is die zucht om te helpen. Men kan wel gaan zilten en er over nadenken, of men inderdaad helpen wil of het onze aard is of niet, om dat te doen — — Tot een conclusie kom ik niet Maar intusschen valt iemand vlak naast ons. En we hebben de hand al uitgestoken. We moeten zoo — —"

Zie, in deze zelf-confrontatie ligt de kern van het boek uitgedrukt. De hefde van 'Christus drijft' dezen auteur, die bekent: ik heb van kind af niet anders gedaan, dan langs alle stranden en straten van de wereld den aftocht naar Christus open gehouden.

Wie Van Eerbeek slechts kent uit zijn zware werk „Lichting '18", dat voor sommigen onverteerbaar is door de psychologische spanningen die er in liggen, zal zich over dit boeki verwonderen. Van Eerbeeks boeken maken geen aanspraak op „vlotheid". In „Beumer & Co" mag hij dan een andere rich ling ingeslagen zijn, de spanning van die korte week uit het jachtige leven van een kleinen middenstander geeft vaart aan dat boek, die ook in den stijl merkbaar is.

En nu is daar „Asuncion". Het( maakt op den lezer den indruk dat het zoo luchtig-weg, al causeerend, geschreven werd. Er ligt, aan de oppervlakte, iets speelsch in. Sommige gedeelten doen sterk denken aan Aart van der Leeuw, in zijn gracieuzen verteltrant van „Ik en mijn speelman". Men vindt er dezelfde uitvoerige aandacht voor de kleurige kleinigheden van het leven, die de boeken van Aart van der Leeuw zoo'n bijzondere sfeer verleenen, van een èven-weemoedige levensbezinning.

Maar hoe proeft men, onder die oppervlakte, de diepe levenshefde van Van Eerbeek. De liefde voor het leven, dat zich in heel de warme kleurrijkheid van het Zuiden voor 't laatst en 't schoonst zich aan hem voordeed. Hoe intens neemt de schrijver alles in zich op, wat om hem heeui is. Hij dwaalt met Asuncion door de vieze, nauwe straatjes van het oude stadsgedeelte. „Dezelfde smalle straatjes als in Marseille. De huizen waren vier, vijf, soms zes verdiepingen hoog, en hoog boven onze hoofden hing het waschgoed. We zagen den ouden, Italiaanschen schoenmaker in z'n spelonk, bij het licht van een olielamp, in gezelschap van ©en paar verweerde visscherstronies; een verdwaald doek van Dou.

De „tripier", de penshandelaar, stond tussch©n de prachtige roode tinten van de organen van een geslachte koe. Longen en lever hingen aan de lage zolder, en de gekookte maag en de kop, en de kalfspooten lagen op korte tafels in de straat. De vrouwen en kinderen keken er begeerig naar." Van Eerbeek verbergt zich niet in dit laatste boek. In enkele momenten legt hij, onverhuld en weerloos, het diepst van zijn hart open. Het is in het gesprek met de strandcolportrice, die hem vraagt of hij wel in de Evangeliën leest.

„Wat moest ik haar zeggen? Ik kon haar) niet antwoorden, dat ik er nacht en dag in las — — Dat ik mijn menschenleven lang over haar evangeliën nagedacht had. Dat ik dienzelf den nacht plotseling opgestaan was van m'n bed, om twee klein© woorden op te zoeken, die me in den zin kwamen. Ik kende ze heel goed. Ik had ze alleen dien nacht nog eens zwart op wit voori me willen zien. De nachten in den vreemde zijn soms zwarter dan die in 't vaderland". —

Het heeft Van Eerbeek bij zijn leven niet aan waardeering ontbroken. Of hij door de massa altijd begrepen werd, is een andere vraag. De houding die hij zelf tegenover zijn werk innam wordt wel heel juist geteekend als de schilder! met zichzelf gericht houdt over zijn werk.

„Ik heb me een ander doel gesteld dan men veronderstelt. Wanneer men iemand beoordeelen wil, moet men weten welk doel hij zichl stelde. Schilderen is voor mij praten, op een vervoerde of neerslachtige, of droge — maar altijd door de aard van de stof bepaalde wijze. Het is: met z'n sentimenten op stap gaan: tot daar, waar de wereld en het ik elkaar vinden. Eénzijn. Het is voor die laatste roes, dat ik op reis ga. Mijn kunst is de evocatie van het instinct.

Men let tegenwoordig op andere zaken. Men verkiest een minder belangrijk schilderij, dat de massa boeit, en dat een geheel is, boven hat ex­

periment, ook al grijpt het dieper." Ligt in deze laatste regels niet de verklaring van het feit, dat de boeken van Van Eerbeek nooit „modeboeken" zijn geworden?

De uitgave is .schitterend. De kleine zwart-op-wit teekeningen op het titelblad en aan 't einde van 'ieder hoofdstuk zijn van J. de Vries. De teekenaar verdient den lof, dat hij de sfeer in' 't werk van Van Eerbeek buitengewoon goed heeft weergegeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

LITERATUUR EN KUNST

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken