GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De behoefte, ja, de noodzakelijkheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De behoefte, ja, de noodzakelijkheid

9 minuten leestijd

Amsterdam, 10 Oct. 1890.

De behoefte, ja, de noodzakelijkheid om de Gereformeerden in ons land weer in één kerkelijk leven saam te brengen, spreekt zóó gebiedend, dat de taaiheid, waarmee de eenmaal gevormde toestanden zich vooralsnog mainteneeren, voor alle Christelijke conscientie een stuitende ergernis moet zijn.

Deze taaiheid is een zonde, die gehaat moet. Men mag er niet onverschillig tegenover staan. Ze moet bestraf t. Er moet tegen getoornd. En wie onzer ook er zich op betrapt, dat hij bij zijn denken, spreken of handelen in de strikken van die conservatieve taaiheid verward raakte, heefc er zichzelven over aan te klagen, zijn zonde klaarlijk in te zien, en zich te bekeeren van dezen onheiligen weg.

Dit volgt reeds uit het beginsel van ons Gereformeerd kerkrecht, dat principieel tegen het Separatistische en Independentistische overstaat.

Dit komt duidelijk uit, zoodra ge de Calvinistische beweging in de i6e eeuw vergelijkt met wat de Methodistische beweging in de i8e en 19e eeuw in Engeland en Amerika schiep.

De Methodistische beweging (waaronder we in algemeenen zin saamvatten al water na de nederlaag der Puriteinen, aan kerkformatie onder de Anglosaxen tot stand kwam) vergadert allerwegen groepjes van menschen, geeft aan deze groepjes een kerkelijke formatie, en bekreunt er zich in het allerminst niet om, wat door andere groepjes elders wordt geformeerd. Men bouwt huis naast huis, en is slechts bedacht op goede nabuurschap. Een standpunt, waarop de eenheid van het Lichaam van Christus geheel uit het oog wordt verloren, en de gemeenschap der heiligen eenvoudig voor niets rekent.

Dit standpunt hangt saam met het Semipelagianisme, dat door deze groepen gehuldigd werd, en rechtstreeks uit het Methodistisch standpunt voortvloeit. Whitfield is ondergegaan, Wesleys beginsel heeft getriomfeerd en moest triomfeeren, omdat hij alleen consequent was. Is toch de bekeering een daad enkel van 'smenschen vrijen wil, dan ligt het in den aard der zaak, dat ook bij de formatie der kerk, die uit de bekeering voortvloeit, de vrije wil zeggenschap heeft.

En zoo wordt er dan op kerkelijk en kerkrechtelijk gebied niet gevraagd naar beginsel; niet gerekend met de daden Gods; niet gehandeld naar zijn gebod; maar is men alleen bedacht op zulk een inrichting die het meeste gemak oplevert, die het best past bij de bestaande toestanden, en wier instandhouding de minste inspanning kost.

Zelfs Spurgeon te Londen is van meet af dien beginselloozen weg opgegaan, en plukt nu, evenals de Free Ohurch, de wrange vruchten die het Semi-pelagianisme ook in deze kerkformatie geteeld heeft.

Dientengevolge is dan ook het getal groepjes en kerkjes van deze gading onder de thans levende generatie van het Anglosaxische ras al grooter geworden. Een bonte staalkaart zonder leidend beginsel en indeeling. En dit kwaad blijkt zoo aanstekelijk, dat ook de Gereformeerden in Amerika, na verzaking van hun eigen beginsel, er door blijken aangetast. Ja, zelfs onder onze Nederlandsche Christenen in Amerika is hetzelfde kwaad in al breeder afmetingen uitgebroken.

Altoos maar weer een kerkje naast een kerkje; een groepje van geloovigen naast een ander groepje; en zoo gaat de deeling, splitsing en verbrokkeling voort en voort, tot ze ten leste alleen stuit op de onmogelijkheid, om door nog kleinere groepjes een eigen kerkgebouw en een eigen prediker te doen onderhouden.

Doch zie nu eens, hoe heel anders daartegenover het Calvinisme in de i6e eeuw optrad.

Toen in alle landen van West Europa, en zelfs in Hongarije, Bohemen en Polen, slechts ééne kerk van Christus, naar die kerk gereformeerd.

Toen rustelooze pogingen, om met de Luthersche broederen tot eenheid en verzoening te komen.

Toen een breede werkzaamheid, om door degelijke uiteenzetting der beginselen de Dooperschen van hun dwaalweg terug te brengen.

Toen in alle landen waar de Reformatie was uitgebroken, terstond een ernstig pogen, om de plaatselij Ife kerken classicaal en synodaal te verbinden, zelfs al verschilden ze in taal.

Toen tusschen de kerkengroepen in onderscheidene landen een levendig verkeer; gestadige briefwisseling; rusteloos contact; een saamwerking om op het stuk der be lijdenis en der kerkregeering één gang te gaan.

Kortom toen niet het optrekken van groepjes, die naast andere groepjes een huis huurden, en nu nabuurschap pleegden, maar allerwegen het besef, dat men leden van de ééne kerk van Christus was, en dat Vïie saam de dwaling hadden afgeworpen, nu ook saam als vrijgemaakten in één huis leven moesten; niet om koude, koele nabuurschap te plegen, maar om te genieten in rijke, warme broederlijke liefde.

„Buren", of „zonen van hetzelfde huis" dat is de principieele tegenstelling, die tusschen het Methodisme en het Calvinisme ontstond, zoodra beide in het leven optraden; en die ook nu ten onzent door zal en door moet v/erken, zoolang er in Nederland nog echte principieele Calvinisten leven, en hun nobel streven door de naweeën van het Methodisme wordt weerstaan.

Kerken, die metterdaad Gereformeerd in belijdenis zijn, en het niet slechts heeten, kunnen niet duurzaam naast elkander blijven staan. Ze moeten één worden.

Zelfs het formeele kerkrecht bewijst dit.

Raadpleegt men toch de oude Gereformeerde kerkenordening, die inde 16eeeuw hier te lande ontworpen wierd, en in 1619 nogmaals bekrachtigd, dan bespeurt men terstond, hoe de geheele regeling van het leven der kerken door onze oude Gereformeerden elke Sonderbündelei uitsluit.

Pelagius heeft hier niets te zeggen. Er heerschen beginselen, en in die beginselen spreekt de wille Gods.

Daarom moest elk belijder zich bij de kerk voegen, en mag niet op zichzelf blijven staan. Maar zoo nu ook moet elke kerk zich niet bij een, maar bij de classis voegen, en mag niet op eigen wieken drijven. En zoo ook moet elke classis zich aan'sluiten niet bij een, maar bij de synode, en mag geen eigen kring vormen.

Twee classicale vergaderingen van Christelijke Gereformeerden en Nederduitsche Gereformeerden naast en tegenover elkander is alzoo in strijd met de Dordsche kerkenordening; en twee synodale bijeenkomsten, de ééne te Kampen en de andere te Utrecht mag niet.

Dit mag en kan wel op Methodistisch standpunt, als er groep naast groep staat, en als buur naast buur leeft; maar mag niet onder de Christelijke en Nederduitsche Gereformeerden, die twee saamhoorende deelen van één geheel zijn, en als zonen van eenzelfde huis saam behooren te leven.

En staat alzóó de eisch, die door het beginsel van het Calvinisme en door het formeele kerkrecht gesteld wordt, — de roeping die de Calvinisten in dit goede land van Godswege ontvingen, spreekt zoo mogelijk nog sterker.

Niet gij hebt uw heerlijke Calvinistische belijdenis zelf gekozen of genomen, maar God de Heere betrouwde ze u toe. Hij gaf. Hij schonk ze u, en dus misbruikt en verzondigt ge haar, zoo ge er iets anders mee doet dan datgene waarvoor Hij ze u gaf.

Ontvangt ge nu deze heerlijke belijdenis alleen, om aan uw eigen ziel zeker geestelijk genot te bereiden, en u op de eene of andere manier een kerkelijk huishouden mogelijk te maken, dan natuurlijk kunt ge doen wat de Methodisten deden, en naar eigen goedvinden over uw kerkformatie en over uw nabuurschap met andere kerkformatiën beschikken.

Maar toont reeds de aard van het Calvinisme zelf aan, dat dit niet zoo is ; ziet ge in hoe in het Calvinisme een beginsel geboden is, dat een eigen woord heeft voor kerk en maatschappij, voorstaat en burgerij, voor school en universiteit, voor kunst en wetenschap; en weet ge uit de historie, hoe én in ons eigen land én onder andere volken, het Calvinisme optrad als een geestesrichting, die de eere Gods onder alle rangen en standen, in eiken kring en op elk terrein, onder rijk en arm uitdroeg; — dan kunt, dan moogt, dan durft ook gij de waarheid niet langer ontkennen van het feit, dat God ook u nogmaals ditzelfde Calvinisme toevertrouwde, opdat het ook thans een rijke en gezegende uitwerking op geheel den strijd der geesten hebben zou.

Dan ligt in de belijdenis van het Calvinisme, die God u betrouwt, met name voor uw eigen volk en vaderland, van Godswege de heilige "roeping, om op sociaal en politiek gebied, op het terrein van het persoonlijk en huiselijk leven, in school en wetenschap, de geheime kracht weer te laten uitvloeien, die door den hoogen zedelijken ernst en de principieele opvatting, waarop het Calvinisme zich beroemen mag, steeds schitterde waar het triomfeeren mocht.

Dan rust op ons de schooue taak, om door broederlijke vereeniging van krachten, een geslacht in de lagere en in de hoogere standen aan te kweeken, dat door den ernst van het Calvinisme gestaald en door zijn machtigen zin tegen fanatisme gevrijwaard, een zedelijke kern in het midden der natie kan vormen.

Dan is het onze schuldige plicht, de jonge mannen van talent en aanleg en godvruchtigen zin, van jongs af, door alle stadiën van het onderwijs henen, zóó te^vormen en op te leiden, dat er in een volgend geslacht, op elk terrein van invloed, kundige, talentvolle mannen gereed staan, om den strijd voor de waarheid aan te binden en den gang van het volk te helpen leiden.

Staan thans de Calvinisten, ten gevolge van degeleden onderdrukking en achteruitzetting, nog inde achterhoede, welhaast moet de tijd komen, dat de Calvinisten voor alle ambtelijke en invloedrijke betrekkingen uitnemende candidaten kunnen aanwijzen; in de pers en op het terrein der wetenschap een onweerstaanbare kracht openbaren; en door hun degelijkheid en kloekheid van karakter den tegenzin te boven komen, die hun thans nog telkens in den weg treedt.

Zoo schoon is het doel, zoo grootsch is de roeping, zoo heilig het belang dat ons wenkt.

En, zou het dan geen zonde, zou het geen schromelijke schuld voor God, zou het geen zich bezondigen aan onze nationale toekomst zijn, indien de Calvinisten in Nederland, in stee van voor zoo heerlijke zaak ijlings de handen ineen te slaan, en jubelend in den Naam des Heeren op te trekken, in kerkelijke kibbelarijen, kleine benijdingen en kinderachtige prikkel baarbeden hun kracht verspilden, en als straf voor die zonde een kans lieten verloren gaan, die zoo zij nu verspeeld wordt, misschien nimmer terugkeert.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 oktober 1890

De Heraut | 4 Pagina's

De behoefte, ja, de noodzakelijkheid

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 oktober 1890

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken