GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Practicisme.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Practicisme.

10 minuten leestijd

III

Nog op andere wijze sprak in het opkomend Practicisme de tijdgeest van het laatst der vorige eeuw.

Twee idééën vooral oefenden toen invloed, ten eerste de liefde voor den natuurmensch, en ten anderen dé groote verwachting die men van de school koesterde; en wie voelt nu niet terstond, hoe de toen opgekomen Zendingsijver met die liefde voor den natuurmensch, en het groote werk der Zondagsschool met de algemeene schoolmanie verband hield.' Waar dan als derde bijkwam, dat de hooge ingenomenheid met het vereenigingsleven oorzaak werd, dat én Zending én Zondagsschool zich, ^a? > « de kerken om, in particuliere vereeniging, ontwikkelden.

Het één greep in het ander. De inzinking der kerken maakte, dat van haar geen actie uitging, en de heerschende denkbeelden, die destijds ingang vonden, dreven als vanzelf tot buiten-kerkelijke actie.

De Zending, het valt, helaas, niet tegen te spreken, was door de kerken al spoedig op schromelijke wijze veronachtzaamd. Ook waar nog tot op zekere hoogte de roeping gevoeld werd, om in onze koloniën op uitbreiding der kerk onder de inlanders aan te sturen, ontbrak toch ten eenenmale het besef, dat de kerk van Christus uiteraard veroverend is, en terrein verliest, zoo ze haar erf niet steeds uitbreidt.

De dusgenaamde Kerstening van Europa had allengs ingang geschonken aan een gevoel, alsof men er was. Zoolang in het Oosten en Noorden van Europa het Heidendom nog stand hield, had men niet afgelaten van de apostolische taak. Maar toen, met eenige toegeeflijkheid, te constateeren viel, dat Europa nu geheel voor het Kruis was gewonnen, sloop over de Christenheid een gevoel van voldaanheid. De ontdekking van Amerika, en de vaart om de Kaap hebben toen nog even een nieuwen stoot, aan het Zendingswerk gegeven. Maar toen de strijd in Europa zelf zoo heftig en fel tusschen de oude en de nieuWe kerken ontbrandde, trad het denkbeeld van de verovering der geheele wereld voor Jezus op den achtergrond, en noch in de Luthersche, noch in de Gereformeerde kerken ontwaakte een zendingsijver van genoegzame kracht. Zonder vrees voor tegenspraak kan men zelfs zeggen, dat de nieuwe actie, die voor de zending in het leven trad, bij de kerken niets vond, waaraan ze zich kon aansluiten.

Die actie kwam dan|ook geheel uit particulier initiatief op, sterkte zich aanstonds door het genootschapsleven, en zocht met de kerken geen schijn zelfs van verband. En wat niet minder teekent, die actie wierp zich niet op het ongeloof in eigen kring, noch op het heidendom, dat weer in den boezem der eigen natie insloop, maar richtte zich van meet af op verre, liefst zeer verre landen, en bij voorkeur vooral op zulke landen, waar men de inboorlingen nog het meest in hun natuurstaat hoopte te vinden. Wat in de Evangelische gezangen heet: „Kaffer, Moor en Indiaan, " drukte vrijwel uit wat men bedoelde.

Hierbij deed zich dan ook het opmerkelijk verschijnsel voor, dat te Londen, waar het centrum der beweging was, naast elkander tweeërlei actie opkwam, die even­ wijdigheid vertoonde. Eenerzijds de actie der ongeloovige, wijsgeerige lieden, die hun dusgenaamde aborigines protection societies oprichtten, en daarnaast de geloovigen, die voor diezelfde aborigines (d. z. inboorlingen) hun missionary societies vestigden.

De neger vooral deed opgeld in die dagen. Voor de jeugd in de verhalen van Robinson Crusoe, voor de wijsgeerige dwepers in hun bescherming van de natuurvolken, en voor den Christen in den nieuw opgekomen zendingslust.

Deze laatste actie ging niet tegen de predikanten in, die veelal zelf meededen, soms ook de actie leidden; maar ze was principieel buiten-kerkelijk, en moest daardoor anti-kerkelijk worden.

Dit leverde bij de zending wel moeilijkheid op, omdat men van den Doop niet kon afzien, en toch moeilijk den Doop aan ieders wilkeur kon overlaten. Maar door de sympathie, die men bij tal van predikanten vond, werd ook dat bezwaar overwonnen. Twee, drie predikanten konden immers zeer wel een „zendeling" ordenen, en hem de handen opleggen. Of zulke predikanten dit in de kerk bij de bevestiging van een leeraar, of in een zaal bij de uitzending van een missionair man deden, kwam immers precies op hetzelfde Aeer. Met den kerkeraad of met de kerk had men hierbij niets te maken. De „leeraars" ordenden de leeraars. Wie het meerdere kon doen, was bevoegd ook tot het mindere. Waarom zouden ze dan niet ook een zendeling kun nen ordenen? En was de zendeling maar eenmaal geordend, dan was hij immers tot alles bekwaam, tot prediking en tot sacramentsbediening, en dus ook tot de bediening van den Heiligen Doop.

Zoo geheel en al was men in die dagen van de eerste kerkrechtelijke beginselen ver vreemd, dat het in niemand opkwam hierin iets ongerijmds te vinden. En wie nu nog een verklaring zoekt voor de klinkklare ongerijmdheid, dat nog altoos zeer eerwaardige predikanten en hoogleeraren deze absurde practijk voortzetten, en nog altijd meedoen aan het aldus ordenen van zendelingen, moet op de gesteldheid der geesten in het laatst der vorige eeuw teruggaan Van toen af is deze op zichzelf ondenkbare usantie er bij ons ingeroest. En ingeroeste usantiën zijn taai van levensduur. Men denkt er niet bij. Men gaat in de sleur meê. En bestendigt daardoor een kwaad, dat anders onverwijld tegenzin zou wekken.

Van de groote intensiteit der aldus opgekomen Zendingsactie kan men z^ch niet licht een te hooge voorstelling vormen. De toen begonnen actie heeft deze geheele eeuw doorgewerkt, en doet het nog onverzwakt en onverpoosd. Er is door deze actie een kapitaal bijeengebracht, dat, zoo men het nacijfert, ongelooflijk schijnt; en nog beschikt de zending over een jaarlij ksch budget, dat menige Staat haar be nijdt. En niet alleen in geld, ook in persoonlijke toewijding werd geofferd. Nooit en nergens had men te worstelen met gebrek aan personen. Niet, alsof steeds het geschikte personeel zich aanbood. Verre van daar Maar aan personeel als zoodanig was nimmer gebrek. Iets wat te meer de op merkzaamheid verdient, omdat deze zendingsactie in niet zoo gering getal haar slachtoffers geëischt heeft. Velen zijn als martelaren voor den naam van Christus gevallen. En toch schrikte ook dit martelaarschap nimmer af.

We voegen er nog aan toe, dat deze actie zich tevens onderscheidde door haar algemeen karakter. Ze drong door onder alle volken van Europa. Ze vond haar ijverige bevorderaars onder de leden van alle kerken. Ze greep alle rangen en standen aan. En al was er onderscheid in graad van actie, zoodat Engeland en de Hernhutters voorgingen, toch heeft van lieverlede deze actie heel de beschaafde wereld ingenomen. Amerika kwam na ons, maar doet thans in niets voor Europa onder. Ook viel het in het oog, dat deze actie de confessioneele grenzen al meer uitwischte. In eenzelfde genootschap of vereeniging zag men mannen en vrouwen, ja tot zelfs kinderen saamwerken, die naar hun geboorte tot zeer onderscheiden kerken behoorden.

Met het oog hierop bevreemdt het te meer, dat het resultaat van deze zeldzaam uitgebreide en energieke actie, over het algemeen genomen, zoo verre beneden de bescheidenste verwachting bleef. Enkele schoone resultaten zijn verkregen. Onze Minahassa was een triomf. De Zuidzeeeilanden zonden blijde tijding. Op Madagascar scheen welhaast een heel deel der bevolking bekeei'd. Maar als men de bevolkingsbalans opmaakt, en zich afvraagt welk percentage der bevolking van onze aarde in 1789 Christelijk, Mohamedaansch, Joodsch en Heidensch was, en men vergelijkt daarmede het percentage van thans, dan schrikt men van de onbeduidendheid der behaalde winste. Dan schijnt het, alsof heel deze actie op haar best de bovenste oppervlakte van de volkerenzee beroerd heeft. Ja, dan ontvangt men soms den indruk, alsof we eer achter-dan vooruit gingen.

De uitbreiding van het Christendom en de terugdringing van het heidendom is schitterend in de eerste drie eeuwen; ze is in de middeleeuwen stelselmatig en geleidelijk in heel Europa doorgegaan; en na de ontdekking van Amerika en de groote vaart, zijn Roomsche zendelingen er in geslaagd, welhaast heel Amerika en voorts de Philippijnen en een deel van China en Japan te veroverein. Toen lagen de resultaten voor het grijpen, en vorderde men ziender oog. Thans daarentegen zijn er, zeer zeker, op kleine schaal uitkomsten verkregen. Maar wie het enorme kapitaal aanziet dat geofferd is, en het heirleger van zendelingen, dat uit ging en nog uit is, en dan daarnaast de verkregen resultaten legt, die kan niet anders dan verbaasd staan over de volstrekte onevenredigheid tusschen den omvang der actie en de poverheid van de verkregen uitkomsten. Iets wat vooral sterk spreekt, zoo men van den schijn tot het wezen doordringt, en niet afgaat op de cijfers die men u voorhoudt, en waarmede zoo telkens gegoocheld wordt, maar zich afvraagt in welke deelen der wereld nu, als gevolg van deze enorme zendingsactie, de kerk van Christus thans als nieuw gevestigd kan worden beschouwd.

Toch heeft zoo schrale oogst geen oogenblik ontmoedigd, en steeds is het uitzenden van nieuwe zaaiers doorgegaan. En dit in die mate, dat men soms den indruk ontving, alsof meer de actie zelve, dan het beoogde resultaat drijfveer was.

„Aan de zending doen, " voor de zending ijveren, bidstonden organiseeren, kringen en kransjens vormen, leden werven, collecten houden, bazaars openen, zendingsfeesten houden, zendingsberichten de wereld inzenden, overgekomen zendelingen laten optreden, zendingsmusea aanleggen, — kortom, op allerlei wijs „zendingsarbeid" scheppen, zoodat jong en oud, arm en rijk een deel van zijn kracht aan de zending kon wijden, deed de vlam van geestdrift gedurig met nieuwe kracht uitslaan.

Het echte karakter van het Practicisme. Druk, bezig, altoos doende zijn. Telkens iets nieuws. Een bezigheid in allerlei vorm. En vooral een bezigheid die men buiten alle kerkelijk geschil hield. Een bezigheid, waarvoor ge bij ieder sympathie vondt. Vooral een bezigheid, waarbij naar geen zuiverheid van belijdenis gevraagd werd.

Nu was het op zichzelf heerlijk, dat in onze materialistische eeuw zich zoo krachtige actie voor een hooger geestelijk belang openbtarde; maar toch wreekte zich hier al spoedig het gebrek, dat aan den oorsprong dezer actie kleefde.

Een onkerkelijke actie kan wel uitgaan op persoonlijke bekeering, maar niet op kerstening in den eigenlijken zin des woords. Dientengevolge kan ze op geen zuiverheid van Confessie nadruk leggen. En uit dien hoofde moest ze wel allengs verloopen in een Christelijke algemeenheid, waarbij ten slotte het Christelijk element van steeds vager conceptie bleek.

De afwijkingen van het geloof slopen ook onder de zendelingen in. Op het zendingsstation werd de autoriteit der Heilige Schrift losgelaten. Ethische en moderne opvattingen drongen ook onder hen door. En zoo is het nu reeds, met name in Japan, voorgekomen, dat in de zendingsscholen een bestrijding van het Christendom, als wij hier verfoeien zouden, voor goede zendingstactiek doorging.

Voeg hierbij, dat vooral de Engelsche en Amerikaansche zendelingen, helaas, maar al te zeer politieken en commercieelen steun zochten, en in ruil hiervoor aan de politiek en den handel van hun land steun boden, en ge zult het verstaan, hoe allengs op tal van zendingsstations die droeve toestanden geboren zijn, die aan het echte Christendom meer afbreuk deden, dan dat ze het Evangelie als een kracht Gods ter zaligheid openbaarden.

En wel is later de zwevende en zwervende missie weer op kerkelijke paden gekomen, maar zelfs dan geschiedde dat zoo weinig principieel en met zoo weinig heldere bewustheid, dat de meeste kerkelijke missiën thans weinig anders zijn dan kopieën van de Genootschapsmissiën, zonder dat er aan gedacht werd, de kerkelijke beginselen ook op het stuk der Zending te laten doorwerken.

Juist het hyper-practicisme van heel het streven sloot het oog voor de eischen der Confessie en der mystiek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 september 1900

De Heraut | 4 Pagina's

Practicisme.

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 september 1900

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken