GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Ingezonden Stukken.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden Stukken.

5 minuten leestijd

(Buiten verantwoodelijkheid van de Re dataie

Aan de Redactie van De Heraut.

Mijnheer de Redacteur'.

In De Heraut van 3 Mei wordt door U de aandacht gevestigd op hetgeen door Prof. G. van Rijnberk over de „materialistische wetenschap" wordt geschreven.

Van groote beteekenis is de bekentenis: „Het üjdt geen twijfel of hetgeen men als „vrijdenkerschap" pleegt te betitelen, heeft in vele opzichten als lastige rem gewerkt op veel nasporingen, welker voornaamste schuld was, dat haar resultaten niet pasten in het kader der leiders der wetenschappeUjke theorieën".

Begrijp ik deze woorden goed, dan wordt door Prof. van Rijnberk het „vrijdenkersschap" beschuldigt van door zijn dogma de nasporingen te hebben verhinderd of tegengewerkt, omdat de resultaten in strijd waren met de dogmata der vrijdenkers.

Niet alleen dus werd er in dat geval geen wetenschap beoefend, maar werd de voortgang der wetenschap stelselmatig tegengehouden, werkstaking dus niet alleen, maar ook sabotage.

Terecht wordt door U de openhartigheid van Prof. van Rijnberk geprezen.

Toch kan het daar niet bij bhjven.

Wat daar Prof. v. Rijnberk nu mededeelt, werd al sedert jaren door de hoogleeraren van de Vrije Universiteit beweerd.

Maar de mannen van het materialistische dogma bleven voortgaan met de lastige rem op veel nasporingen te houden, om te beletten dat de beweringen van hoogleeraren der Vrije Universiteit niet als waarheid benoefden erkend te worden. Mij dunkt, dat hierop toch wel eens de aandacht mag worden gevestigd.

Büjkens de begrooting van 1911 werd voor het hooger onderwijs een som van ruim vier millioen uitgegeven, waarvan een groot gedeelte werd besteed om „als lastige rem te zcerken op veel nasparingen.1 welker voornaamste schuld v; s.%, dat haar resultaten niet pasten in het kader der leiders".

Men zal het nu weer eens op een andere manier gaan beproeven, en weer zullen miUioenen worden verkwist om straks weer „terug te wilUen keeren tot wat thans wordt getracht te vernier rigen. Het zal wel niet voor tegenspraak vatbaar zijn, zoo de voorstanders van de Vrije Universiteit, die van hunne belastingpenningen zulk een belangrijk bedrag zien besteed aan de „lastige rem" van „hetgeen men als „vrijdenkerschap" pleegt te betitelen", beweren recht te hebben op een deel dier gelden, opdat deze kunnen besteed worden ter beoefening eener wetenschap, die noch het »modern wondergeloof« noch het antieke materialistisch dogma, maar de beginselen van Gods Woord tot grondslag heeft. Een bekentenis als van Prof. van Rijnberk zal toch wel genoeg waarde hebben om aan de Overheid duidelijk te maken, dat zij evemnin neutrale wetenschap kan doen beoefenen als neutrale opvoeding kan doen verstrekken.

Zeker zal de overheid niet kunnen nalaten om een opleidingschool te onderhouden voor hare toekomstige ambtenaren, maar daarvoor zijn toch geen drie Rijks Universiteiten en een Gemeentelijke dito noodig.

Wil men dan nog wetenschap beoefenen, dan volge men den weg door de Rotterdamsche handelsmannen ingeslagen, en vrage als zij nu doen en als de Vereeniging voor Hooger Onderwijs moet doen: ondersteuning nit de Rijkskas.

Voor de beoefening van een wetenschap op gereformeerden grondslag is zeker veel meer te zeggen dan voor die van eene J onovertrefbare, vernieuwende en omwentelende vooruitstrevendheidt.

Het zal wel niet zoo gemakkelijk gaan om voor de Vereeniging voor Hooger Onderwijs dat recht te verkrijgen. Dr. Holwerda zal ook hier kunnen zeggen: jwij zijn zoo bovenmate erfelijk belast.«

Tot zoolang dus bhjven de behjders van den Christus geroepen om, nadat een deel van hun inkomen betaald is voor de wetenschap der »onovertrefbare, vernieuwende en omwentelende vooruitstrevendheid*, nog bovendien van het hunne te besteden om »het Koninkrijk Gods te zoeken en Zijne gerechtigheid ook op het terrein der wetenschap. Zal daarvoor samenwerking te vinden zijn r Soms schijnt het alsof de belijders des Heeren het te druk hebben met te strijden voor de rechten van de kerken, of van de Vaderlandsche Kerk.

De christenen die het hun roeping achten om voor sde Vaderlandsche Kerk« op te komen, hebben voor het Hooger Onderwijs al weinig over.

De bijzondere leerstoelen zijn in de maak. Het zou een voorrecht zijn, indien daar maar vast mee begonnen werd.

Een voorrecht zoowel voor de studenten als voor de christen-hoogleeraren.

En de behjders van den Christus die zich bij de Gereformeerde kerken hebben gevoegd, loopen groot gevaar om ter wiUe van ihet beding ï nog jaarhjks duizenden guldens onnoodig uit te geven. En bovendien met diepzinnige en oppervlakkige redeneeringen betoogen dat, zoolang aan de kerken geen recht gedaan is, men niet kan medewerken aan de Vrije Universiteit. Met dat al wordt de beoefening der wetenschap naar den eisch van Gods Woord niet behoorlijk ondersteund.

Zelfs is de mogeHjkheid niet uitgesloten dat, door toenemende tekorten, het voortbestaan der Vrije Universiteit wordt bedreigd.

Het voortbestaan der Vrije Universiteit, d.w.z. de gave door God geschonken, opdat al wat Zijn Naam belijdt, kan samenwerken tot bestrijding svan de tegenstellingen der valschelijk genaamde wetenschap". Maar ook en vooral ons geschonken tot bevordering van de heiUging van 's Heeren Naam, dat is: dat wij Hem recht kennen, en in al zijne werken, in welke zijn almachtigheid, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid klaarhjk schijnt, heUigen, roemen en prijzen.

Het voortbestaan van de Vrije Universiteit bedreigd niet alleen zoozeer uit geldgebrek. Althans de eerste jaren niet, zoodat de stichters en ondergeteekende de hkwidatie niet zullen beleven. Maar het voortbestaan bedreigd, omdat men niet genoeg doordrongen is van de roeping, die aan het Christendom in deze stichting is opgelegd.

De Vrije Universiteit wordt nog bijna uitslui-

tend beschouwd als eene inrichting, in 't leven geroepen om gereformeerde predikanten en Christengeleerden te verkrijgen.

Het gaat ons als de Israëlieten die naar Kanaan willen om rustig te wonen en daardoor uit het oog verhezen de eerste roeping van Gods volk, nl. te zijn een heihg volk, een verkregen volk, opdat het zou verkondigen de deugden Desgenen, die het uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 mei 1914

De Heraut | 4 Pagina's

Ingezonden Stukken.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 mei 1914

De Heraut | 4 Pagina's