GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Het graf en de eigendom.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het graf en de eigendom.

4 minuten leestijd

En men heeft zijn graf by de goddeloozen gesteld en hij is bij den rijke in zijnen dood geweest. Jesaja 53:9.

Tusschen de donkerheid van graf en dood ©enerzijds en de heerlijkheid van de „erfenis der heiligen in het licht" anderzijds, moge een machtig verschil zijn, — toch heeft Christus do, or zijn graf de lijn der verhooging en der erfgenaramsweelde omgebogen en heengetrokken naar het einde van zijn vernederingsweg toe. Uit het graf van Christus komt, de victorie; want dat graf is niet in tegenspraak met het erfrecht van de menschen Gods, doch daarvan het bewijs en het onderpand.

Jesaja zelf heeft verbamd gelegd tusschen het graf en den eigendom, en heeft dat verband alleen bij den Christus weten te leggen. Wat Christius betreft, dien lijdenden Knecht des Heeren, men heeft zijn graf gesteld bij de goddeloozen. Dat .wil zeggen: de menschen hebben hem een graf toegedacht, ze hebben dat graf ook met nadruk hem aangewezen, bij de „goddelooizeia". En - de goddeloozen, dat zijn de rechtelooizen. Het zijn de menschen, die door God en wereld losgelaten zijn; ze behooren tot het geboefte, ze hebben geen recht meer op eenig goed; ze zijn aan den vloek overgegeven; hun naam is uit het boek' der rechtspersoonlijkheden weggedaan. Deze vogelvrijverklaarden hebben geen recht meer; zelfs op, een begrafenis niet. Men begraaft ze wel, maar niet om hunnentwil, doch uit eigenbelang: ze zijn een verfoeilijkheid, en daarom worden ze onder den grond weggedaan. Zóó heeft men den Knecht des Heeren een. graf gewezen onder de rechteloozen. Een gezant van een koningshof moge sacrosanct zijn, zelfs als er oorlog is, maar de Gezant van het Hof der hoven, de Knecht van Jahwe, is door de menschen behandeld aan gene zijde van het recht van oorlog zoowel als vrede. Men heeft zijn graf b e p a a, 1 d op Golgotha, bij het geiboef te. Dat graf zou geen eigendom zijn van hém, maar alleen een beveiliging van het eigendom der menschen, die over hem en zijn graf heen wilden loopen.

Maar lui ontwaakt God over Zijn Kneclit en Hij verbreekt den raad der graftoewijzende natie. Zijn knecht is geweest bij den rijken man in zijn dood. Jesaja ziet het aankomen, dat dit ééne graf, dat volgens menschenrecht den volkomen vloek bedient aan den god-looze, ook weer het rijke b e z i t van den Knecht des Heeren wordt, dien Knecht, die den vloek heeft dooT-leden, maar daarna ook stijgt tot de hoogste heerlijkheid. Zie, hij neemt zijn erfenis in zijn bezit; in zijn dood werpt hij het roer der wereld om, en in zijn begrafenis gaat hij de bezitloozen voorbij om tot den rijken man te zeggen: ik leg mijn hand op u. Zoo is Christus' grafgang buitibehaling; en dat is naar het goddelijk recht. Want als goddelooze heeft God zijn Zoon gesteld, maar Hij heeft met volle •bewustheid hem daarvan al de bitterheid, en al de gevolgen, doen smaken, toen Hij nog leefde. Aan allen, die buiten Hem sterven, wordt de rechteloosheid na hun dood eerst bediend; dat is te zeggen: zij worden da, arheen verwezen, ze worden daarin gewo^rpen. Doch aan den Middelaar Gods & n der menschen is de rechteloosheid bij zijn leven ontdekt: inijn God; mijn God, waarom hebt Gij Hem verlaten? Doch als hij uit de diepte opstijgt, en hij heeft God niet verlaten, doch is Hem nóg blijven zoeken, dan is Hij de rechtvaardige gebleken: men heeft zijn graf wel bij de goddeloozen gesteld; maar wie zijn geest in 's Vaders handen geeft, die kan niet zonder erfenis zijn. Dus is hij bij den rijken ma.n begraven; het graf is zeer nieuw, en het is onderpand van de verovering van de nieuwe wereld. Tegenover het heel-al heeft Christus gehangen als goddelooze, zonder rechten. En toch k'omt uit zijn graE de profetie, dat eens oip het zelfde heel-al zijn erfrecht aanspraak zal doen gelden.

Zoo is dan in tijdens-en stervensgang van Jeztiü Christus bewezen, dat God en Gods Zoon geen duimbreeds grond tot „niemandsland" verklaart. Zelfs grafbodems zijn van een eigendomsmerk voorzien door Jezus Christus onzen Heere. Heeft Pilatus het graf verzegeld? God heeft het gestempeld, en Hij deed het vóór Pilatus. Zegeling is dienstbaarheid; stempelen is' heerschen. De wachters worden haast weggeblazen, maar zo hebben toch ook gediend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1927

De Reformatie | 8 Pagina's

Het graf en de eigendom.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 1927

De Reformatie | 8 Pagina's