GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

UIT DE SCHRIFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE SCHRIFT

4 minuten leestijd

„En ik was vastende en biddende voor het aangezicht van den God des hemels." Nehemia 1: 4b.

By de krachtbron.

„Bidden" — zoo zeiden de ouden — „echt bidden is ademtocht der ziel".

En ongetwijfeld hebben ze daaiinee één der geweldigste levenskrachten des gebedis onder woorden gebracht.

Toch hebben ze daarmee allerminst de volle beteekenis van het bidden uitgeput.

Bidden is immers niet alleen kracht voor Uw persoonlijk-geestelijk leven, maar het is ook het geheim der sterkte van de gemeente Gods in haar geheel. Het is de verborgen bronader, waaruit heel Gods kerk wordt gelaafd en verkwikt en waardoor zij uit perioden van sluimer en verval tot nieuw leven ontwaakt. Wie bidt, vindt daarmee de krachtbron, waardoor wij alleen ovei-vloedig kunnen zijn in het werk des Ileeren.

Blijkens onzen tekst heeft ook Nehemia, één der meest krachtige reformatoren der Oud-Testamenüsche Kerk, die krachtbron gekend en gezocht.

Deze groote uit den heldenstoet van het Koninkrijk Gods heeft véél, zéér veel gedaan, maar aan al zijn doen ging vooraf het gebed tot den God zijns levens. Zijn werk begint niet eerst, als hij Juda's mannen inspireert tot den opbouw van Jcruzalems muren en poorten, üi de ééne hand de troffel, in de andere het zwaard; het vangt zelfs niet aan op het moment, waarin hïj met bevende ziel den koning vraagt naar de stad zijner vaderen te mogen reizen.

Het aanvangspiunt laat hij, zelf U zien in dile stonde, waarin liij in de binnenkamer des gebeds zijn smeeking uitgoot voor het aangezicht des Heeren en hij zich, zwak in zichzelf, nederboog voor den hoogen God.

Niet onder het luid gcdaas van het menschelijke beweeg; niet in het fel rumoer van het strijdperk is de reformatie van zijn dag geboren, maar in de stilt e, waar geen menschenoog bewon'dert of critiseert, bij opgeheven handen, vindt ge den eersten inzet een er hervorming, wellie straks Jeruzalem uit gruis en puin herrijzen doet.

D i t is de aanvang van het gi-oote werk dloo'i; Nehemia's hand, waardoor een wereld van bittere vijandschap werd verslagen: „ik was vastende en biddende voor het aangezicht van den God des hemels".

Bij de krachtbron!

*

Hoe veelzeggend blijft dit óók voor ons! In tijden van moeite en donkerheid gaan wij

heel dikwijls enkel rekenen en tellen. We meten onze kracht, we tellen de hoofden, we wikken en wegen de kansen, we zien op wind en golven, en wij wankelen, eer wij het szelf be­

seffen.

We zenden gezanten naar Oost en na^: West.

We vesten op prinsen ons betrouwen. We dobberen met den thermometer van menr

schengunst op en neer. We willen reformatie van hart en huis, van samenleven en kerk en we beginnen met óns plan de campagne; we spreken er over en werken

er voor. Wij bouwen er onze preeken over op'. En het is wèl, alles wel, mits het niet het eenige en niet het eerste is, mits we de Mnnent-

kamer des gebeds niet vergeten. Wij moeten eerst en meer, als Nehemia, naar

de krachtbron heen. Wij moeten bidders zijn aan den troon der

genade. Alle echte reformatie, alle echte opbouw van hart en huis en kerk, vange aan me(t gebed to)t

Hem, zonder Wien wij niets kunnen doen. In het Koninlcrijk Gods wordt alle activiteit geboren uit de passiviteit der gesloten oogen en

saamgevouwen handen. Daar is het altijd Gods kracht, welke in zwak­

heid wordt volbracht. Zóó was het in de dagen der groote Kerk-refor< matie; mannen als Luther en Calvijn zijn met

bidden begonnen. Zóó was het op den grooten Pinksterdag. Eer de „magnalia Dei" in spanning van actie werden uitgejubeld en gepredikt, waren zij allen eendrachtig bijeen, volhardende in bidden en

smeeken.

Zóó is het nog. Wilt ge den opbouw van Zions muren in Uw hart en wandel, in hét leven van Uw huis en school, van Uw kerk en maatschappij, van Uw wetenschap en kunst, ja, dan zult ge véél moeten dóen, maar toch beginnen met véél te laten. Dan zult ge in diepe bezonnenheid eerst naar de krachtbron snellen en bidden: „Och, Heere, laat toch uw oor opmerkende en Uwe oogen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT DE SCHRIFT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1937

De Reformatie | 8 Pagina's