Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

KERKNIEUWS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KERKNIEUWS

30 minuten leestijd

GENERALE SYNODE DER GEREFORMEERDE KERKEN.

(Slot.)

Prof. dr J. Waterink rapporteerde hierna over een verzoek van de „Eglise Reformée de France" om medeleven en voorbede.

De commissie stelde voor deputaten voor de correspondentie met buitenlandsche kerken op te dragen om terzake inlichtingen in te winnen en op de Synode van 1942 van advies te dienen of het gewenscht is om met deze groep in nader contact te treden.

Een in dien geest gesteld concept-schrijven bood de commissie eveneens ter Synode aan, die zich naet de conclusies en het concept vereenigde.

Voorts rapporteerde prof. Waterink over een schrijven van den heer P. Gootjes Czn te Bergen, handelend over de Theol. Hoogeschool, candidatenovervloed en polemiek.

De Synode besloot adressant te verwijzen naar de verschillende agendapunten van deze Synode, die afzonderlijk handelen over elk der genoemde zaken.

Hougaarsche studenten.

Hierna was aan de orde het rapport van deputaten voor steunverleening aan Hongaarsche studenten. Rapporteur was ds H. A. M u n n i k van Zwolle, die door den Voorzitter werd verwelkomd en gelukgewenscht met zijn eere-professoraat aan de Universiteit van Debreczen.

Nadat ds Munnik zijn rapport had uitgebracht, rapporteerde daarover ds J. de Vries. De commissie acht het beter, dat niet de Synode zich tot de verschillende classes wenden zal met het verzoek een classicalen deputaat te benoemen, maar dat generale deputaten dat zelf doen.

De Synode vereenigde zich met de volgende conclusies: 1. aan deputaten dank te betuigeii voor de werkzaamheden door hen verricht, hun handelingen goed te keuren en aan hen décharge te verleenen, inzonderheid wat het finantiëel beheer betreft;

2. wederom vijf deputaten te benoemen met dezelfde opdracht;

3. hen te machtigen aan de kerken te vragen een halve collecte of een bijdrage, jaarlijks aan hen af te dragen;

4. hen te adviseeren zich zelf te wenden tot alle classes met het verzoek een classicalen deputaat te benoemen, die de zaak der Hongaarsche studenten behartigt, stimuleert, de bijdragen int en aan den penningmeester der deputaten afdraagt.

Leden, die elders kerken.

De Voorzitter deed mededeeling van een ingekomen voorstel van de leden ds Meyering, ds Hagen, dr Polman en dr de Groot, naar aanleiding van het verzoek van den kerkeraad van Leiderdorp in betrekking tot leden, die elders kerken, waarover de Synode reeds eerder handelde, luidende:

„De Generale Synode, kennis genomen hebbende van de vraag van den kerkeraad dei- Geref. Kerk van Leiderdorp inzake toepassing der kerkelijke censuur op gemeenteleden, die zich nagenoeg aan alle samenkomsten der gemeente onttrekken en regelmatig in een naburige Geref. Kerk gaan kerken, bewerende daar meer zegen onder de prediking te genieten;

van oordeel, dat het hier inderdaad handelingen betreft, die met het oog op het gebod des Heeren nopens de orde in Zijn Kerk en in verband met de onjuiste beweegredenen, die er aan ten grondslag liggen, vanwege den kerkeraad ernstig dienen te worden tegengegaan;

spreekt uit, dat, ofschoon in het algemeen ten opzichte van zoodanige leden met ernstig en broederlijk vermaan moet worden volstaan, bij voortdurende verweri^ing van deze vermaning elk geval op zichzelf dient te worden beoordeeld en met advies der kerkvisitatoren beslist, of voor verdere tuchtoefening termen aanwezig zijn."

Een breede discussie ontstond, waarna de Synode zich vereenigde in de volgende slotconclusie: De Synode enz. spreekt uit:

I. dat de vraag der tuchtoefening voor elk geval afzonderlijk moet worden beoordeeld;

H. dat doorgaans ten opzichte van zoodanige leden met ernstig en aanhoudend herderlijk vermaan zal kunnen worden volstaan;

III. dat indien de kerkeraad in bepaalde gevallen, wegens voortdurende verwerping van deze vermaning, verdere tuchtoefening noodig acht, het toch vanwege het eigenaardig karakter van het kwaad niet gewenscht is, daartoe over te gaan dan na advies van de classis of van de kerkvisitatoren te hebben ingewonnen.

De Synode droeg aan het moderamen op zich tot de regeering te wenden met het verzoek om t.a.v. het verbod van autorijden op Zondag, voor kerkgangers een uitzondering te maken.

Vrouwenarbeid.

Ds W. H. V. d. V e g t rapporteerde hierna over het verzoek van den kerkeraad van Ternaard met betrekking tot de positie der vrouw in de kerk. Deze kerkeraad verzocht de Synode, „gezien gedurig meer propagandeering van inmiddels reeds namens kerkelijke autoriteiten door vj'ouwen en meisjes begonnen arbeid in kerk, zending en evangelisatie, arbeid welke deels eigenlijk tot het terrein der ambten behoort, uit te spreken, wat naar Schrift en historie de positie der vrouw in de kerk is en wat daar uit volge voor onzen tijd ten opzichte van bedoelden arbeid".

De commissie oordeelde, dat wie zoo ernstige beschuldigingen uitspreekt, behoorlijk argumenteeren moet. Zonder discussie vereenigde de Synode zich met de voorgestelde conclusie:

De Synode, kennis genomen hebbende van het verzoek van den kerkeraad van Ternaard om een uitspraak der Synode over de positie der vrouw in de kerk naar Schrift en historie;

overwegende, dat de kerkeraad zijn verzoek motiveert met de vermelding van „gedurig meer própagandeering van inmiddels reeds namens kerkelijke autoriteiten door vrouwen en meisjes begonnen arbeid in kerk, zending en evangelisatie"; verklaart:

a. dat van een dergelijke propaganda en pi-aktijk haar niets gebleken is;

b. dat de Synode geen instantie is om ter nadere onderrichting een opzettelijke studie in het licht te geven over het aangegeven onderwerp; en besluit derhalve aan den kerkeraad van Tei'naard te antwoorden aan haar verzoek niet te kunnen voldoen.

Hulpbehoevende Diaconieën.

Tenslotte rapporteerde ds S. J. P o p m a over het verzoek van de Part. Synode van Drente van de Gen. Synode een aanbeveling te mogen ontvangen van een door haar in 1940 te vragen collecte voor de hulpbeh. diaconieën binnen haar ressort. Conform besloten.

Hierna verdaagde de praeses de zitting tot half acht.

Avondzitting.

In de om half acht aangevangen avondzitting kwam eerst aan de orde de

Perspolemiek

in verband met een verzoek van de Part. Synode van Zuid-Holland-Noord, dat de Synode haar invloed en alle haar ten dienste staande middelen zal aanwenden om aan den misstand inzake de perspolemiek een einde te maken en een voorstel van de Part. Synode van Drente, dat de eisch gesteld worde, dat in de perspolemiek de broederlijke liefde en de waarheid worde gehandhaafd en worde uitgesproken, dat de beschuldigingen van afwijking in de belijdenis niet in de pers behooren te geschieden, doch in den kerkelijken weg te worden ingediend en behandeld.

Rapporteur was ds H. M e y e r i n g.

Hoewel de Part. Synode-n van Zuid-Holland-N. en Drente geen feiten noemen, zou de commissie toch niet gaarne deze missives op formeele gronden terzijde leggen, temeer daar het hier een zeer ernstige zaak geldt en de invloed van deze dingen op de gemeente onberekenbaar groot is. Het ondermijnt het vertrouwen en bedroeft den Geest Gods, die in de kerk woont.

Den weg der specialisatie op te gaan zooals Drente (voorstel van de classis Bellen) wil, acht de commissie niet aanbevelenswaardig. De commissie oordeelt, dat de Synode haar diep leedwezen moet uitspreken, dat men niet heeft gehandeld naar het vermaan van de Synode van 1936 en een woord van afkeuring moeten doen hooren over de wijze waarop over deze Synode is geschreven. Er moet op deze zaak ook in den kerkelijken weg voortdurend worden gelet.

De commissie stolde de volgende conclusies voor: 1. De Generale Synode spreekt haar leedwezen uit over het feit, dat veelszins geen gevolg is gegeven aan het woord der Gen. Synode van Amsterdam 1936 inzake pers-polemiek, opgenomen in haar Acta art. 151;

2. de Synode spreekt er hare afkeuring over uit, dat over de Gen. Synode van Amsterdam somtijds werd geschreven op een wijze, waardoor het vertrouwen in deze meerdere vergadering der kerken bij de leden der kerken moest worden geschaad en tot het trekken van onjuiste conclusies aanleiding werd gegeven;

3. de Synode besluit een- herderlijk schrijve» te richten tot de kerken, waarin gewezen wordt op de beteekenis en den invloed van den persarbeid op het kerkelijk leven in het algemeen en op de gevaren, die aan een polemiek, welke niet beantwoordt aan de eischen, gesteld in de uitspraak der Synode van 1936, zijn verbonden en de leden der kerk worden opgewekt, op deze gevaren te letten en ze door hun persoonlijken invloed mede helpen bestrijden; en voorts nadruk gelegd op de voortdurende noodzakelijkheid om te strijden vóór de waarheid en tegen de vijanden der kerk van Christus, waardoor de eisch der broederlijke eenheid in het zoeken van het heil der kerk te ernstiger naar voren komt; 4. de Synode besluit, de classicale vergaderingen per circulaire op te wekken, om nauwlettend acht te geven op den inhoud van de binnen haar ressort verschijnende kerkelijke bladen in verband met de uitspraak der Gen.' Synode van 1936 inzake polemiek en van eventueel inkomende klachten en bezwaren desbetreffende ernstig nota te nemen.

Er gaven zich twaalf sprekers op. Prof. dr J. Ridderbos heeft met instemming de conclusies gehoord, waarmede allen het natuurlijk eens zijn. Spr. zou deze conclusies gaarne zonder debat zien aangenomen om ons daarmede voor God te verootmoedigen. (Instemming.)

Het advies van prof. Ridderbos werd door verschillende leden overgenomen en kwam als voorstel van orde in behandeling.

Ds W. H. den Houting persoonlijk met het verzoek wel kunnende meegaan, vroeg of het wel wijs was om in een bepaalde stemming een beslissing te nemen.

Prof. Ridderbos antwoordde, dat hij het voorstel niet doen zou als het een zaak gold waarover allen het niet eens zijn.

Dr W. A. V. E s heeft onoverkomelijke bezwaren tegen de vierde conclusie en voorziet een bron van onrust in de classicale vergaderingen.

Prof. dr J. Waterink zeide, dat als de conclusies unaniemi worden aangenomen, dit óf een wonder van God is óf een oogenblik van groote tragiek.

Prof. dr Ridderbos merkte op, dat hij het standpunt van dr v. Es kan verstaan. Maar dan kunnen de eerste drie conclusies toch wel worden aangenomen. Als de Synode zich eenparig uitspreekt, dan gaat ook daarvan groote kracht uit.

Ds den Houting vroeg of dan niet kan worden volstaan met bijzonderen nadruk te leggen op de beslissing van 1930.

Prof. Ridderbos adviseerde de vierde conclusie los te maken van de andere.

Besloten werd om de vierde conclusie te doen vervallen.

Het aan de kerken te zenden herderlijk schrijven zal door het moderamen worden geconcipieerd.

De dialectische theologie.

Hierna rapporteerde ds J. de Vries over de aan deputaten voor buitenlandsche kerken gegeven opdracht inzake het geschrift tegen de dialectische theologie.

De commissie stelde de volgende conclusie voor:

1. aan de deputaten voor de correspondentie met buitenlandsche kerken toe te staan, dat zij iemand trachten te vinden, aan wien zij naar hun oordeel kunnen toevertrouwen een geschrift, als bedoeld in art. 122 III 6, Acta Amsterdam samen te stellen en aan •wien zij de vrijheid mogen laten het te doen naar eigen inzicht, met de bepaling er bij, dat hij zich zooveel als 't kan, boude aan de opdracht;

2. aan hen op te dragen het geschrift te keuren en daarbij uit te spreken, dat deze keur voor de Synode genoegzame waarborg zal zijn om de verantwoordelijkheid van een opdracht als omschreven in Acta '36 Amsterdam art. 122 III 6 op zich te kunnen nemen;

3. den deputaten te verzoeken, dat zij zorg willen dragen voor de vertaling van het geschrift in het Engelsch, het Duitsch en het Fransch;

4. aan hen toe te vertrouwen, dat zij een uitgever zoeken, die in de drie genoemde talen de uitgave tegen billijke voorwaarden wil verzorgen met een oplage van 1500 exemplaren in totaal, naar behoefte verdeeld over de drie talen;

5. aan deputaten te vragen, dat zij voor een doelmatige verspreiding de maatregelen nemen, die zij noodig achten, het aan hen overlatend welke adressen zij meenen, dat daarvoor het eerst en het meest in aanmerking komen;

6. het bedrag van ƒ 2000, —, dat aan de deputaten werd toegestaan te verhoogen met ƒ 1000, —, welk bedrag naar het oordeel van uw commissie wel het kleinste bedrag zal zijn, dat voor de uitvoering van de opdracht noodig zal blijken.

De conclusies werden aan betrokken deputaten ter overweging gegeven.

Curapao.

Hierna kwam aan de orde het rapport van de Geref. Kerk van 's-Gravenhage-West.

Ds J. de Vries las eerst een uittreksel uit het rapport en rapporteerde vervolgens over dit rapport. De commissie stelde aan de Synode voor:

1. aan de Kerk van Den Haag-West den dank dèr Synode over te brengen voor de goede zorgen, welke zij aan de wijk Curagao heeft besteed, alsook aan deputaten voor de militairen;

2. met de Kerk van Den Haag-West en de wijk Curasao in te stemmen, dat institueering van de Wijk Curagao gewenscht is;

3. met betrekking tot de financiëele zijde van de institueering der wijk Curagao van Deïi Haag-West:

a. een eventueelc aanvraag om hulp voor dat doel door de Kerk van Den Haag-West aan de classis 's-Gravenhage dringend aan te bevelen;

b. op te dragen aan de generale deputaten ad art. XI de te institueeren Kerk van Curagao te steunen i-net een bedrag van ƒ900, —;

c. op te dragen aan de deputaten voor de verstrooiden in Oost- en West-Indië, dit te doen met een zoodanig bedrag als noodig blijkt na aftrek: Ie van de bijdrage van de classis 's-Gravenhage; 2e van den steun van do deputaten voor de verzorging der gereformeerde militairen, groot ƒ 1000, —; 3e van don steun van de generale deputaten ad art. XI, groot ƒ900, — (ten hoogste ƒ2500, -);

4. uit te spreken, dat de Kerk van Curagao (dat is dus na haar institueering) haar aanvragen om steun in 't vervolg aan de betrokken kerkelijke instanties behoort te doen via de classis 's-Gravenhage of door die classis speciaal voor Curagao eventueel benoemde deputaten;

5. een schrijven te zenden aan den wijkraad Curagao, waarin tot uiting komt de dankbaarheid der Synode voor den zegen op den arbeid op Curagao en omgeving en waarin ook de waardeering en erkentelijkheid der Synode wordt uitgesproken voor den trouwen arbeid.

en grooten ijver door den wijkraad Curagao en inzonderheid door Ds en Mevr. Kroeze aan den dag gelegd;

6. een sclirijven te zenden aan Ds en Mevr. J. C. Houtzagers te Vooi'sclioten, waarin zij gedankt worden vooi*= den belangeloozen arbeid op Curasao verriclit tijdens liet verlof van Ds Kroeze in 1938,

Prof. dr K. D ij k bracht hulde aan deputaten voor de militairen en aan Ds en Mevr. Kroeze en wees er, op, dat in 1934 op Curagao 48 doop- en belijdende leden waren, welk getal thans is uitgegroeid tot 350.

Ds N. D u u r s e m a vroeg waarom deze zaak niet als soortgelijke zaken door de betrokken classis kan worden afgehandeld.

Na beantwoording door den rapporteur werden de conclusies aangenomen.

IJselmeergebieileii.

Tenslotte rapporteerde ouderling S. van W ij k over het rapport van deputaten voor de IJselmeergebieden en het voorstel van de Part. Synode van Zuid-HoUand- Zuid om onder oogen te zien of deputaten terecht regeeringssubsidie hebben aanvaard voor kerkbouw te Wieringerwerf en Slootdorp.

De commissie stelde t.a.v. de eerste zaak de volgende conclusies voor:

1. de Synode besluite den arbeid van deputaten goed te keuren en hen dank te zeggen voor het vele vruchtdragende werk door hen verricht;

2. deputaten décharge te verleenen van het door hen gevoerde financieel beheer;

3. opnieuw 5 deputaten voor dezen arbeid te benoemen en hun op te di-agen:

a. te waken voor de geestelijke belangen van de Geref. in de IJselmeergebieden, in het bijzonder ook met het oog op daar te werkgestelden en werkzoekenden;

b. de ontwikkeling van en (of) instandhouding van het zelfstandig kerkelijk leven zoo krachtig mogelijk te bevorderen door zoo noodig voor kerkbouw voorschotten en financiëelen steun te verstrekken;

c. aan randkerken, die door de ontwikkeling van staatkundig en economisch leven in het gedrang komen, financiëelen steun te bieden;

d. eveneens steun te verleenen aan christelijke organisaties en vereenigingen, die gelegenheid geven tot geestelijke en(of) lichamelijke ontspanning;

e. aan alle kerken te verzoeken jaarlijks, zoo mogelijk in Januari, een collecte te houden voor de hun opgedragen taak.

De rapporteur beantwoordde enkele gemaakte opmerkingen, waarna de conclusies werden aangenomen.

De voorgestelde conclusies t.a.v. het voorstel van Zuid- Holland-Zuid ontmoetten nogal eenigen tegenstand in de Synode, o.a. bij de hoogleeraren dr K. Dijk en dr D. Nauta, waarom deze zaak werd aangehouden tot de zitting van Donderdagmorgen.

Om tegen half elf ging de assessor voor in dankgebed en'verdaagde de praeses de zitting tot den volgenden morgen 9 uur.

De een-en-twintigste zitting.

In de Donderdagmorgen aangevangen 21e zitting werden na opening en appèl nominaal de Acta vastgesteld en voortgegaan met de behandeling van het verzoek van de Part. Synode van Zuid-Holland-Zuid in betrekking tot het aanvaarden van overheidsgelden voor kerkbouw in de

IJselmeergebieden.

Na overleg stelde de rapporteur, ouderling S. v a n W ij k, gewijzigde conclusies voor.

Aan de discussie namen deel prof. dr D. Nauta (die een kortere conclusie voorstelde) en dr J. T h ij s.

De rapporteur maakte bezwaar tegen de conclusie, omdat een principiëele uitspraak thans moet vallen gelijk ook in uitzicht is gesteld en een motiveering ook moet gegeven worden.

Ds N. Duursema had eveneens bezwaar en wilde de voorgestelde 4e conclusie doen vervallen.

De conclusies werden tot na de koffie aangehouden om prof. Nauta, ds Hoek en den rapporteur gelegenheid te geven tot samenspreking.

In de middagvergadering diende ouderling S. van W ij k een nadere conclusie in.

Na eenige discussie vereenigde de Synode zich met een conclusie, waarin zij uitspreekt, dat de bijdragen uitgekeerd voor den kerkbouw aan de kerken in de Wieringermeer met de ten opzichte daarvan door de directie van den Wieringermeerpolder geuite verlangens, terecht zijn aanvaard.

Tucht over Doopleden.

Hierna kwam aan de orde het rapport van deputaten voor onderzoek inzake tucht over doopleden, verzoeken van de Part. Synoden van Gelderland en Groningen, een voorstel van den kerkeraad van Heemstede on een bezwaarschrift van den kerkeraad van Maasland.

Het rapport van den rapporteur dr A. D. R. P o 1 m a n was tevoren in druk aan de synodeleden ter hand gesteld.

Het rapport handelt over het verbond der genade, de verhouding van de doopleden tot het kerkelijk instituut en de roeping der kerk inzake de tucht over doopleden. Het rapport concludeert, dat de Synode besluite: a. haar bijzonderen dank uit te spreken over de wijze waarop deputaten ad hoc hun gegeven opdracht hebben gezien en vervuld; b. niet in te gaan op het verzoek der Part. Synode van Groningen en de kerk van Haarlemmermeer-O.Z. en c. voor de tucht over de doopleden een regeling vast te stellen.

Deze regeling gaat in concept bij het rapport en handelt achtereenvolgens over de kinderen en de volwassen incomplete leden, die aan de roeping des verbonds ongehoorzaam zijn, waarbij onderscheiden wordt tusschen: a. afkeerigen; b. nalatigen. Concept-formulieren van openbare bekendmakingen met betrekking tot incomplete leden der gemeente, die in ongehoorzaamheid leven, zijn bijgevoegd, resp. een openbai'e vermaning t.a.v. afkeerige volwassenen, idem t.a.v. nalatigen, die ongehoorzaam blijven aan den eisch des verbonds en Christus' naam te belijden en Zijn dood te verkondigen en openbare mededeeling van uitsluiting.

Dr W. A. van Es, dankbaar voor de behandeling dezer materie, had enkele bedenkingen tegen het rapport van deputaten en dat van den rapporteur, dat ook wel wat erg laat verscheen. Deze zaak grijpt diep in het Icerkelijk leven in en spr. kan niet meegaan met den rapporteur om op het verzoek van de Part. Synode van Groningen en de kerk van Haarlemmermeer-O.Z. niet in te gaan. Spr. acht, dat dit rapport in de' practijk tot ongelijke behandeling aanleiding geven zal. Het geven van openbare vermaningen aan jonge menschen in het midden der gemeente kan spr. niet toejuichen. Ook inzake de attestatie heeft spr. bezwaren. Daarnaast echter heeft hij ook bezwaren van principiëelen aard. Spr. had van deputaten meer verwacht, o.a. van de verhouding van het verbond tot het kerkelijk instituut. Deputaten en commissie hebben het standpunt van Voetius verlaten, hoewel het toch geheel met de kerkelijke practijk overeenstemt. Wat nu wordt voorgesteld acht spr. in de practijk onuitvoerbaar. Onderscheid moet worden gemaakt tusschen plattelands- en kleinere en grootere stadskerken. Volwassen doopleden worden v.n. ten plattelande gevonden. De thans door deputaten en commissie voorgestelde omslachtige regeling zal er toe kunnen leiden, dat de uitkomsten tegenovergesteld zullen zijn aan de verwachtingen. Deze regeling is een stap achteruit. Men moet in het algemeen niet de onderscheidingen maken, die we kennen, maar tuchtoefenen over doopleden.

In de hoofdpunten kan de Synode wel eenigp lijnen trekken, maar eerst over drie jaar kan een definitief rapport aan de kerken worden gezonden.

Ds N. Duursema onderschreef het betoog van dr V. Es en heeft als hoofdbezwaar, dat alles veel te reglementair wordt geregeld.

Ouderling A. Scholtens staat wel wat anders tegenover deze materie dan beide vorige sprekers.

In Groningen, die toch een grootere stadskerk is dan Leeuwarden, heeft men wel moeilijkheden met de volwassen doopleden en eenige uniformiteit zou spr. wel toejuichen. De grootste moeilijkheden zijn die met de z.g. meelevende volwassen doopleden.

Prof. dr K. Schilder wil met de deur in huis vallen en voorstellen deze belangrijke zaali aan te houden tot de verdaagde Synode of tot 1942, opdat geen beslissingen thans genomen worden, die men later zou betreuren. Spr. ontwikkelde voorts enkele bezwaren tegen het rapport. Naast het goede element van het afwijzen van het eenzijdig gebruik van Voetins' uitspraak moet men toch ook niet verwaarloozen het juiste daarin. Het geldt hier een maatregel, die treffen wil personen, die vaak slachtoffer zijn van opvoeding in de geslachten en van een ziekelijke omgeving. Het beeld, dat de gemeente biedt in prediking en opvoeding, is hier eveneens van beteekenis voor een juist stellen der diagnose. Spr. acht de Synode thans niet rijp voor het nemen .van een beslissing.

Prof. dr G. C h. A a 1 d e r s zou eveneens tal van opmerkingen willen maken, maar zal zuinig zijn met den Synodalen tijd. De Synode van Middelburg sprak niet ten onrechte uit, dat de kerken voor een regeling van tucht over doopleden nog niet rijp waren. Het wil spr. voorkomen, dat zij nog niet rijp zijn. Als men deze regeling zou aanvaarden, dan wil spr. het woord incompleet lid verwijderen.

Tegen den term dooplid zijn ook bezwar6n, maar het is een historische term en dien moet men eerst dan vervangen, als er een voor in de plaats komt, die notoir beter is. Men kan dan beter spreken van een onmondig lid. Spr. constateert, dat er over deze zaak sedert de reformatie twee stroomingen zijn. Als die niet zijn te vereenigen, dan blijkt dus, dat de tijd metterdaad nog niet rijp is. Met de beschouwingen van dr v. Es kan spr. niet meegaan. Spr. hoopte, dat de tijd voor een regeling als bovengenoemd rijp zou zijn, maar twijfelt daar aan nu zeer.

De Voorzitter wees op de vele moeilijkheden, die aan deze zaak kleven. Spr. stelde een vraag over de Concept-Openbare mededeeling van uitsluiting. Brengt die geen moeilijkheden?

Hierna was het woord aan den rapporteur, die verzocht om bezwaren, die er zijn, gemotiveerd bij de commissie in te dienen, opdat men op de verdaagde Synode terzake van de commissie een nader advies ontvangen kan.

De bezwaren van dr v. Es en ds Duui-sema waren de commissie bekend. Ze zijn reeds in vorige synodale rapporten verwerkt. Deputaten zijn op de bezwaren met name van dr v. Es serieus ingegaan. Ds W. L. M i 1 o betreurde als voorzitter der commissie mede de late verschijning van het rapport. De commissie heeft aan deze zaak breede aandacht gewijd.

De Voorzitter stelde voor de zaak op de verdaagde Synode opnieuw aan de orde te stellen.

Dr V. E s vroeg als er leden zijn, die bezwaren indienen, dat die dan vermenigvuldigd worden en ter kennis van de Synode zullen worden gebracht. De Synode ging met het voorstel van den voorzitter mede.

C.D.U. en N.S.B.

Hierna kwamen opnieuw aan de orde de bezwaarschriften van eenige leden der Geref. Kerken, die lid zijn vém de Geref. Ver. voor Daadwerkelijke Vredesactie en die bezwaard zijn door de conclusies, die de vorige Synode heeft aangenomen inzake het lidmaatschap van C.D.U. en N.S.B. Het rapport was vermenigvuldigd, opdat de leden er kennis van zouden kunnen nemen, wijl het wat het tweede deel betreft aan adressanten zal worden toegezonden.

Eerst werden algemeene beschouwingen gehouden over rapport en conclusies.

Dr J. T h ij s wil zich beperken tot het rapport. Wat over de verklaring van enkele prae-adviseerende leden van de Synode van 1936 wordt gezegd, bevredigt spr. niet. Op deze Synode is door enkele van deze leden gezegd, waarom zij van hun recht om een verklaring in de acta te doen opnemen, geen gebruik hebben gemaakt en spr. wil dit wel gaarne in het rapport zien vermeld. Men moet voor censuur in dit geval niet zoovele regelen geven.

Prof. dr K. Schilder gat in overweging de passage over de tuchtoefening in het rapport wat aan te vullen. Prof. dr J. Ridderbos wilde wel onderscheiden zien, dat het een rapport is van de commissie aan de Synode. Spr. wilde zich daarom tot de conclusies be-25 perken. Het rapport kan men later in de Acta vinden en behoeft niet aan adressanten gezonden te worden.

Prof. dr K. D ij k wil met kracht gehandhaafd zien wat de vorige Synode uitsprak en beperkt zich eveneens tot de conclusies, waartegen hij een enkel bezwaar heeft.

Hierna beantwoordde de rapporteur ds W. H. v. d. V e g t de gemaakte opmerkingen, waarna men aan den koffiemaaltijd ging.

Ds W. H. V. d. V e g t verdedigde hierna nader het rapport, dat hij toch wilde handhaven.

Prof. dr H. H. K u y p e r stelde voor het rapport niet aan de bezwaarde broeders te zenden. De denkbeelden van ds v. d. Vegt gaan spr. veel te ver. Spr. adviseerde ds V. d. Vegt, clie nauwkeui'ig Calvijn bestudeert, eens nota te nemen van wat deze reformator zegt over de kerkelijke tucht. We moeten niet een heel lijstje maken van allerlei stroomingen, waarvan de aanhangers buiten de kerk worden gestooten. Spr. blijft bij het door hem in 1936 verdedigde standpunt en zal zich in deze zaak buiten stemming houden.

Prof. dr K. Schilder wilde enkele opmerkingen maken, die den anderen kant uitgaan. Men kan door een inleidende formule allen misverstand voorkomen en het rapport doen strekken tot voorlichting van wie bezwaard zijn of dwalen. Dat is in 1936 ook gebeurd ta.v. de tegenstanders der Gezangen. Het rapport kan ook de kerkeraden tot leidraad dienen. Bij spr. leeft allerminst de gedachte: er uit. Zij, die voor hun extreme gedachten propaganda maken, gooien juist de kerk en de belijdenis er uit en daarom kan het rapport hen tot onderwijzing dienen.

Dr J. T h ij s oordeelde om practische redenen het zeer ongewenscht om het rapport adressanten toe te zenden. Prof. dr J. Ridderbos onderstreepte dit.

Met 24 tegen 17 stemmen besloot de Synode om het slot van de conclusie te schrappen, en het rapport niet aan adressanten toe te zenden. Hierna vereenigde de Synode zich met de volgende conclusie:

De Synode, kennis genomen hebbende van de bezwaarschriften van enkele leden der „Gereformeerde Vereeniging voor Daadwerkelijke Vredesactie", inhoudende:

1. bezwaren tegen de conclusie door de Synode van Amsterdam 1936 aangenomen inzake N.S.B, en C.D.U. en „verdere niet genoemde organisaties, die den oorlog in eiken vorm antimilitairistisch verwerpen";

2. een verzoek om deze conclusies met aanbevolen rapport terug te nemen; constateerende, dat door hen niet eenig bezwaar is ingebracht, dat op Schrift en belijdenis gegrond is; besluit:

a. het verzoek tot intrekking der conclusies (art. 272 Synode van Amsterdam) als niet gemotiveerd af te wijzen;

b. de bezwaarde broeders ernstig te vermanen zich te onderwerpen aan de kerkelijke vermaning en tucht en te leven naar de besluiten, die de Synode heeft genomen ten aanzien van de organisaties, die op het standpunt staan van antimilitairistische verwerping van den oorlog in eiken vorm.

Ds W. H. V. d. Vegt rapporteerde ook over een verzoek van den kerkeraad van Warffum inzake de wijze van tuchtoefening naar aanleiding van de besluiten dienaangaande in verband met de beginselen der C.D.U. •

De commissie stelde de volgende conclusies voor: 1. dat voor de kerkelijke vermaning en tucht, bedoeld in het beslviit der Synode van Amsterdam 1936 (art. 272) niet alleen zij in aanmerking komen, die lid zijn van de C.D.U., maar ook zij, die buiten het lidmaatschap dezer organisatie om, er blijk van geven de beginselen van de C.D.U. te zijn toegedaan;

2. dat het karakter van deze tuchtoefening zal afhangen van den ernst der dwaling, die in elk bepaald geval ter beoordeeling van den kerkeraad staat;

3. dat de afhouding van het Heilig Avondmaal niet in alle gevallen moet leiden tot excommunicatie;

4. dat de Synode het niet noodzakelijk acht bij het rapport van de commissie ad hoc (bijlage LXIV Acta 1936) nog een nadrukkelijk getuigenis van harentwege te laten uitgaan tegen hen, die de beginselen van de C.D.U. voorstaan.

De Voorzitter oordeelde, dat men zich tot de beginselen beperken moet.

Na een breedvoerige discussie werd besloten aan de leden prof. dr J. Ridderbos, prof. dr K. Schilder, ds T. J. H a g e n, dr J. T h ij s en ds W. H. v. d. V e g t op te dragen om deze zaak nader te bezien en Vrijdagmorgen van rapport te dienen.

Bid- en dankstonden.

Ds H. M e y e r i n g rapporteerde hierna over een voorstel van de classis Bolsward om te komen tot eenparigheid van handelen tusschen de Chr. kerken bij bid- en dankstonden en den datum waarop die worden gehouden en een orgaan van samenspreking door de resp. kerken te vormen.

De commissie stelde voor aan de classis Den Haag die daarvoor is aangewezen, in overweging te geven, met handhaving van het gereformeerde karakter, contact te zoeken met andei'e kerken.

Na gedachtenwisseling door ds T. J. Hagen, ouderling J. V e r w o e r d, ds W. H. den H o u t i n g, ds F. C. M e ij s t er en dr A. D. R. Polman en repliek van den rapporteur, besloot de Synode deze zaak aan de prudentie van de classis 's-Gravenhage over te laten.

Het voorstel van de Part. Synode van Noord-Brabant en Limburg inzake het hulppredikerschap wordt verschoven naar de verdaagde Synode in verband met het feit, dat het rapport van prof. dr H. H. Kuyper in druk verschijnen zal.

Doopleden.

Dr A. D. R. Polman rapporteerde over het verzoek van de Part. Synode van Gelderland betreffende „doopleden" uit andere kerkformaties. Gelderland vraagt of personen, die op volwassen leeftijd den wensch te kennen geven over te komen uit een andere kerkformatie tot een der Gereformeerde Kerken, zonder nog toelating tot de belijdenis des geloofs te vragen, als „doopleden" aanvaard kunnen worden.

De commissie stelde voor deze vraag ontkennend te beantwoorden.

Prof. dr F. W. Grosheide stelde voor zulke overkomende „doopleden" naar de catechisaties te verwijzen.

Prof. dr H. H. K u y p e r adviseerde de Synode de conclusie niet te aanvaarden. Spr. verwees naar het advies van prof. Rutgers Sr.

Wel moet hen, die overkomen, gezegd worden, dat zij ter catechisatie komen moeten en het heilig voornemen moeten hebben tot belijdenis des geloofs te komen.

Ds N. Duursema, het rapport onderschrijvend, zou daaruit gaarne iets meer in de conclusies willen zien opgenomen.

Prof. dr K. Schilder sloot zich aan bij prof. Kuyper en bestreed de conclusie.

Ds T. J. Hagen ging bijkans geheel met prof. Kuyper mede. Spr. oordeelde, dat de commissie zich te veel heeft gebaseerd op de practijk in het Noorden. Spr. wil alleen volwassen doopleden inschrijven als zij het voornemen hebben, belijdenis des geloofs te doen.

Dr G. Keizer gaf een nadere toelichting op het Geldersche verzoek, dat door de classis Harderwijk op de tafel dezer Part. Synode is gelegd.

De rapporteur diende hierna van repliek. Spr. nam de conclusie terug om er in een volgende zitting op terug te komen.

Dr Polman rapporteerde ook over een vraag van de classis Warffum, uitspraak te doen over de vraag, of doopleden tot schuldbelijdenis kunnen toegelaten worden en huwelijken van niet-belijdende leden kerkelijk kunnen worden iDevestigd.

Na repliek van den rapporteur werd de vraag van de classis niet-ontvankelijk verklaard, wijl geen enkel concreet voorbeeld is genoemd.

Hierna verdaging. In de

Avondzitting

rapporteerde ds W. H. v. d. V e g t namens de 's middags benoemde commissie van 5 over een verzoek van den kerkeraad van Warffum over de wijze van tuchtoefening enz.

De commissie handhaafde vrijwel de 3e en 4e conclusie en stelde inplaats de Ie en 2e conclusie voor:

Ie. dat naar de bedoeling der Synode van 1936 de eigenlijke grond der kerkelijke behandeling is gelegen in het aanhangen en voorstaan of propageeren van de beginselen der C.D.U., die met Schrift en belijdenis in strijd zijn;

2e. dat dit aanhangen en voorstaan of propageeren zich kan openbaren in het lidmaatschap van de C.D.U., maar uiteraard ook wel op andere wijze, waarbij elk geval op zichzelf moet worden beoordeeld.

Ds D. Scheele rapporteerde over een missive van de Part. Synode van Friesland-N. in betrekking tot het reglement der Theol. Hoogeschool, waar dit handelt over de curatorenbenoeming.

De commissie stelde voor: ^ 1. de interpretatie van Art. 3 van het reglerhent der Theol. Hoogeschool, gelijk de Synode van Amsterdam 1936 (art. 88) besloot, te handhaven;

2. niet gelijk de Synode van Middelburg 1933 (art. 269) en Amsterdam 1936 (art. 273) hebben gedaan, de Deputaten-Curatoren te benoemen^ noch ook de namen van deze onder die van de door de Synode benoemde Deputaten op te nemen.

Besloten werd de zaak voorshands zoo te laten en bij de e.v. reglementswijziging deze zaak nader te bezien. Op de verdaagde Synode komt deze herziening aan de orde.

Advies-stichting.

Prof. dr G. M. den Hartogh rapporteerde hierna over het voorstel van de Part. Synode van Brabant en Limburg om uit te spreken, dat de z.g. „Adviesstichting Geref. Kerken" in geen enkel officieel verband staat met de Geref. Kerken alszoodanig. Bij dit voorstel kwamen ook enkele ingekomen brieven aan de orde.

Het rapport gaf een historisch overzicht van deze zaak. De commissie oordeelt, dat het niet op haar weg ligt zich met deze dingen in te laten wat goed- noch afkeuring insluit, waarom zij voorstelde uit te spreken

bezwaar te hebben tegen de haar in de concept-statuten van de Adviesstichting gegeven bevoegdheid alsook dat het niet op haar weg ligt aandrang uit te oefenen op de kerken om de oprichting van de Federatie van commissies van beheer te bevorderen.

Na discussie vereenigde zich de Synode met de voorgestelde conclusies.

Hierna las de assessor de concept-collectelijst, die na eenige bespreking werd vastgesteld.

De Synode ging hierna in comité, welke comité-zitting den anderen morgen werd voortgezet.

De twee-en-twiniigste zitting.

Om half twaalf ruim ving Vrijdagmorgen 6 Oct. j.l. de 22ste openbare zitting aan.

De Voorzitter deed mededeeling van de vaststelling van de lijst der onderscheiden deputaatschappen.

De Synode verzond een telegram van gelukwensch aan prof. dr A. G. Honig, die vandaag zijn 75steh vei'jaardag vieren mag.

Dr A. D. R. Polman deelde mede, dat de zaak van de doopleden waarover de Part. Synode van Gelderland een punt op het agenduin had geplaatst, wordt ingeschakeld in het rapport, over de tucht over doopleden.

Slotwoord.

De Voorzitter sprak hierna een kort slotwoord, waarin hij herinnerde aan het overladen agendum en de moeilijke tijdsomstandigheden waaronder de Synode bijeenkwam.

Spr. bad de commissies, die op de verdaagde Synode zullen rapporteeren, het licht des Geestes toe.

Herinnerend aan het in den bidstond gesproken woord wees spr. er op, dat God boven bidden en denken heeft willen zegenen. Vooral in de Comité-zittingen waren er momenten, dat men zich bij den Heere gevoelde en die zullen niet worden vergeten.

Spr. wees er op, dat voor de commissies, die nog verder zullen arbeiden, de voorbede is gevraagd. Een woord van dank i'ichtte spr. tot de Kerk van Sneek, die met haar staf op uitnemende wijze de recreatie heeft verzorgd.

Spr. gaf uiting aan de hoop, die er leeft t.a.v. de verdaagde Synode.

Want God is een God des aanziens on des ontfermens. Onze hulp is in den naam des Heeren, Die hemel en aarde gemaakt heeft.

De assessor, ds F. C. M e ij s t e r, richtte een woord van dank tot den praeses voor de uitnemende wijze waarop hij de zittingen der Synode heeft gepresideerd, daartoe door God kennelijk bekwaamd. (Instemming.)

Staande zong men hierna Ps. 122 : 3, waarna de praeses voorging in dankgebed en de zitting sloot.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

KERKNIEUWS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken