GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

9 minuten leestijd

Behartigingswaard is wat K. in de Friescke Kerkbode over de middelmatige dingen, en ook over de a. s. Inhuldigingsfeesten schrijft.

Onze vaderen hielden de vrijheid ten opzichte van de middelmatige dingen staande tegenover de Doopersche richting, die in mijding van het natuurlijke leven kracht zocht, en alleen in geestelijke dingen leven wilde. Volgens haar lag de wereld met al het hare in het booze; was zij doortrokken van zonde en ongerechtigheid, en moest Gods kind daarom zoover mogelijk van die wereld zich terugtrekken. In het leger mocht men niet dienen, een eed mocht niet gezworen worden, onder de Overheidspersonen mocht men geen zitting nemen, in kleeding moest men zoo sterk mogelijk afsteken van de mode, aan kunst en wetenschap, behalve aan Theologie, mocht men niet doen; maaltijden met vrienden, onschuldige vermaken, waren contrabande. Om der wereld niet gelijkvorming te worden, trok men zich geheel uit de wereld terug. Van het hoogere Christelijke standpunt, waarop men de wereld gebruikt, zonder haar te misbruiken, was geen sprake.

Daartegenover nu belijdt onze Gereformeerde Kerk op grond van de Heilige Schrift, dat evenmin als in tijd of plaats, eten of drinken, gebouw of ceremonie eenigen godsdienst te zoeken is, zoo ook in al de gaven die God de Heere in de schepping geeft, geen zonde is, mits de mensch door misbruik die zonde er niet in brenge. Het: raak niet, smaak niet en roer niet aan, waarin de Doopersche mijding haar kracht zoekt, staat lijnrecht tegenover de Christelijke vrijheid. Eerst dan, wanneer uit Gods Woord kan bewezen worden, dat een zaak zonde is, maar ook dan alleen, is zij den Christenen verboden.

De Schrift nu leert niet, dat het dragen van goede kleederen, het hebben van gouden en zilveren sierselen, het bezitten van net huisraad zonde is, mits de mensch er zijn hart maar niet op zet en er geen afgoderij mee bedrijft. De vrouwen der patriarchen droegen veel goud, de Heiland had een kostbaar kleed, een rok zonder naad, het paleis van Salomo schitterde van het prachtigste huisraad. Wel is in onze eeuw de zucht om boven zijn stand te leven, om in weelde en opschik zijn geld te verkwisten, om naar al meer schatten te gieren een schrikkelijke zonde geworden, maar al behoort een Christen tegen die weelde door eenvoud te protesteeren, noch in goud ot zilver, noch in kleed of huisraad zit de zonde op zich zelf.

Evenzoo is het met eten en drinken en met de genotmiddelen onzer dagen. De Schrift leert ons nergens, dat een kind Gods alleen water zou mogen drinken of brood zou mogen eten. De patriarchen slachten het gemeste kalf, als er een gast ten eten komt. Met vrienden worden vroolijke maaltijden gehouden. De Heere Jezus zit zelf mee aan den maaltijd te Kana, en als er wijn ontbreekt, doet Hij het eerste wonder en schept uit water wijn. En nu is het z'eer zeker waar, dat de mensch ook deze gaven Gods kan misbruiken, dat er zijn, die van hun buik een God maken en dat de volkszonde van Nederland, het misbruik van sterken drank, ten hemel schreit, maar ook al gevoelt een Christen zich deswege gedrongen, ten einde tegen dit misbruik een levend protest te wezen, het gebruik van alle alcoholische dranken voor zich zelf na te laten, een goed Gereformeerde zal daarom nooit durven zeggen, dat het gebruik van wijn op zich zelf zonde is. En de geheel-onthouding zou vrij wat meer sympathie vinden ook onder Gereformeerden, wanneer ze niet tegen de leer der Schrift in als Evan» gelie predikte, dat wijn en bier uit den duivel zijn. Op dat standpunt past het gezegde van een geheelonthouder, dat Mahomed eigenlijk hooger staat dan Christus, omdat de eerste aan al zijn volgelingen het gebruik van wijn verboden had, terwijl Christus het wijn-gebruik vrij liet.-Juist zulk een zeggen toont, hoe in dat drijven der geheel-onthouding een ascetische richting zich openbaart, die met den geest van Christus niets te maken heeft. Het is dan ook volstrekt niet te verwonderen, dat de drie mannen, die in de Christelijke wereld van Nederland den toon aangeven. Dr, Schaepman, Dr. Bronsveld en Dr. Kuyper zich tegen de geheel-onthouding hebben verklaard, omdat de geheel-onthouding niet als protest tegen de volkszonde maar als eisch van het zedelijk leven, in strijd is met de Schrift en met het voorbeeld dat Christus zelf ons gaf.

En evenzoo is het met de genotmiddelen als bijv, het rooken. Het rooken is en blijft een middelmatige zaak en wanneer iemand niet wegens zijn gezondheid het laten moet, volkomen geoorloofd, omdat Gods Woord het niet verbiedt. Juist omdat wij er zoo aikeerig van zijn om dingen zonde te noemen, die Gods Woord niet verbiedt, hebben wij dan ook zoo streng afgekeurd, dat men ook het rooken na de Kerk als zonde wilde gaan beschouwen. Consequent doorgetrokken leidt deze lijn er toe, dat men ten slotte evenals in sommige Engelsche kringen iemand voor bekeerd houdt, alleen wanneer hij geheel-onthouder is en geen sigaren rookt. Gods Woord geeft zulke kenmerken voor Gods kind niet.

Hiermede is echter niet gezegd, dat ook van het rooken evenals van al deze middelmatige zaken geen misbruik kan gemaakt worden. De ware vrijheid van Gods kind ligt uitgedrukt in deze twee dingen: > alle dingen zijn mij geoorloofd." En »ik zal mij onder de macht van geen van deze laten brengen". Wie een slaaf is geworden van het rooken, met zijn pijp opstaat en naar bed gaat, zelfs bij het lezen van Gods Woord niet eens de pijp kan laten rusten, doet beter met het rooken geheel af te schaffen. Niet omdat het rooken zondig is, maar omdat Gods kind te hoog staat om een slaaf van de tabak te zijn.

En eindelijk evenzoo is het met de vermaken, spelen, ontspanningen van geest en lichaam. Ook al acht de Heilige Schrift de «lichamelijke oefening" tot weinig nut, er steekt eenig nut in, en van een afkeuren is geen sprake, zoolang het vermaak geen zondig karakter draagt. Waar het leven zoo drukkend, de ernst zoo somber, de last van den arbeid zoo zwaar is, daar is het een genade dat God de Heere ons vermaak en ontspanning schonk. En wie den mensch daarvan berooven wil, om hem altijd met een boekske in een hoekske te laten zitten, handelt tegen de ordinantie Gods.

Ook op dit punt heeft helaas ons Gereformeerde volk in onze dagen soms gansch verkeerde inzichten en veroordeelt als zonde, wat geen zonde is, maar een volkomen geoorloofde uitspanning. En het beste bewijs; dat het volk van God zich in die opzichten vergist, is wel, dat de Christelijke conscientie geheel anders oordeelt in het midden als in het noorden des lands. Was het metterdaad een werking des Heeren, gegrond op Gods Woord, dan zou er eenparigheid tiestaan. Het groote verschil in de bepalingen van wat mag of niet mag, toont wel, dat hier van een hoogere leiding geen sprake is.

In Friesland vindt men het schaatsenrijden een volkomen geoorloofd vermaak en acht alleen het deelnemen aan hardrijderijen verkeerd. In vele streken in Holland en het midden der lands wordt alle schaatsenrijden als zonde veroordeeld en door vrome ouders ten strengste aan hun kinderen verboden. Zou dan soms naar Gods bedoeling het schaatsenrijden in Friesland wel geoorloofd zijn, maar in Holland niet?

En omgekeerd, in Friesland oordeelt men op vele plaatsen, dat het gaan zien naar nationale feesten, het hooren van nationale muziek, het zien naar vuurwerk, het deelnemen aan volksvermakelijkheden op zich zelf zonde is, en geen Christen vrij staat. Immers al zulke dingen kan men niet doen voor i> de zaligheid van zijn ziel". Het is volkomen waar, dat men dit alles niet doet voor zijn zaligheid. Maar rookt men dan voor zijn zaligheid ? Rijdt men dan schaatsen voor zijn zaligheid? Of zijn ook dat vermaken, ontspanningen voor het lichaam, die volkomen geoorloofd zijn, omdat Gods Woord ze niet verbiedt? En waar verbiedt God de Heere dan dat een volk een nationaal feest zal vieren ? Waar zegt God de Heere dat vuurwerk zonde is? Waar wordt verboden om te luisteren naar nationale muziek? En als God de Heere het niet verbiedt, welk mensch zal dan gemeen maken, wat God de Heere niet gemeen gemaakt heeft?

Wij bespreken dit punt te uitvoeriger, omdat het van actueel belang is met het oog op de Kroningsfeesten, die aanstaande zijn. In de commissies, die daarvoor gekozen worden, worden allicht ook leden onzer Gereformeerde Kerken benoemd. Meent men nu, dat een Christen op zulk een nationalen feestdag niets doen mag dan Kerkhouden en binnen kamers bidden, en dat al dat feestbetoon wereldsch en dies zondig is, dan gaan onze broeders zich uit al zulke commissies terugtrekken en wordt daarmede de invloed van het Gereformeerd beginsel op ons volk gebroken. In zulke commissies komen dan alleen modernen en liberalen te zitten; zij kiezen bij voorkeur voor zulke feesten den Zondag, vragen nooit of een volksfeest ook ontaarden kan in een uitspatting van bandeloosheid en doen althans niets om het christelijk Karakter van ons volk te bewaren. Juist daarom is het van het hoogste belang, dat onze broeders dit niet doen, maar in zulke commissies gekozen, al hun invloed aanwenden om deze volksfeesten in goeden zin te leiden, niet door tegen elk volksvermaak te protesteeren, maar door te voorkomen, dat de volksfeesten bacchanaliën en drinkgelagen worden, en door zoo mogelijk een christelijke wijding aan dien dag te geven.

Dit is volkomen juist geoordeeld.

De uiterste omzichtigheid voegt ons; maar omzichtigheid mag geen enghartigheid worden.

En nooit mogen we het Gereformeerde beginsel, dat naar de Schrift is, inruilen voor het Doopersch beginsel, dat tegen de Schrift ingaat.

Niet de Dooperschen hebben ons land in de i6e eeuw gered.

Zij zouden ondergegaan zijn.

Wat ons gered heeft was het Calvimsme, en de frissche levensgeest dien het ontwaken deed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 november 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 november 1897

De Heraut | 4 Pagina's