GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Onze opmerking naar aanleiding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze opmerking naar aanleiding

4 minuten leestijd

Amsterdam, 17 Mei 1912,

Onze opmerking naar aanleiding van de pogingen door den modernen Kerkeraad te Boskoop aangewend, om den orthodox geworden predikant Ds. Tuinstra te bewegen zijn ambt neer te leggen, dat zulk een daad o. I. alleen dan geoorloofd zou zijn, wanneer heel de gemeente toonde van de prediking van het Evangelie afkeerig te wezen, heeft bij sommigen in de Hervormde Kerk bevreemding gewekt. Ds. Coolsma, predikant bij de Hervormde Kerk te Groningen, noemt in het Groninger Kerkblad dezen raad zelfs „ondoordacht en onvoorzichtig" en oordeelt, dat in deze geen enkel getal en geen enkel percentage den doorslag geven mag, maar dat een predikant dan den moed moet hebben desnoods alleen tegenover allen te staan.

Nu heeft Ds. Coolsma vermoedelijk ons artikel zelf niet gelezen, maar is h^ alleen afgegaan op een minder juist persverslag. Waar hij uit ons artikel citeert, laat h^ de woorden weg, waarop juist alle nadruk viel: Zijn roeping en plicht sou juist wezen om in deze gemeente van Christus het Evangelie te prediken, en haalt alleen de slotwoorden aan: wanneer dan blijken zou dat heel de gemeente hem verwierp, zou er eerst aanleiding voor hem kunnen z^n om heen te gaan. Er was dus geen sprake van, dat we Ds. Tuinstra den raad zouden gegeven hebben om thans reeds, wanneer de gemeente verklaarde met den Kerkeraad in te stemmen, z^'n dienstwerk neer te leggen. Hij zelf heeft mede, doordat h^ vroeger in modernen zin predikte, de gemeente op een dwaalspoor gebracht, en het is zeker in de eerste plaats zijn roeping, om te trachten de gemeente weer voor het Evangelie te winnen.

Eerst wanneer blqkt dat dit onmogelijk is, achten we, dat er van heengaan sprake zou kunnen wezen. En we schreven dit niet „ondoordacht", maar omdat we dachten aan den raad, dien Christus zelf aan zgn discipelen heeft gegeven, toen hij hen uitzond om het Evangelie onder Israël te prediken : „Zoo wie u niet zullen ontvangen noch uwe woorden hooren, gaat uit van diezelve stad en schudt het stof uwer voeten af". Zeker zal men met de toepassing van dit woord van Christus, ook om het ontzagl^ke oordeel, dat daarna volgt over zulk een plaats, die het Evangelie verworpen heeft, uitermate voorzichtig moeten wezen. Maar het woord van Christus toont toch, dat er een oogenblik komen kan, waarop zijn discipel verplicht kan worden met de prediking van het Evangelie op te houden. En het is op dat woord van Christus, dat we doelden, toen we schreven, dat het de roeping van dezen predikant was, eerst het Evangelie te prediken; maar wanneer de gemeente in haar geheel bleek die prediking te verwerpen, dat dan de vraag kon opkomen, of hij niet beter deed met heen te gaan.

Maar ook afgezien van dit hoogernstig oord van Christus zelf, spreekt het wel anzelf, dat wanneer heel de gemeente eigert naar de prediking van een prediant te luisteren en hem alleen in de kerk e h n S g laat staan, zulk een predikant zijn dienstwerk op die plaats niet langer voortzetten kan. Het mag zeer heroïek klinken^ dat h^ dan desnoods alleen tegenover allen moet durven staan, maar in de praktijk zou dit hierop neerkomen, dat hij eiken Zondag weer naar z^n pastorie kon terugkeeren, omdat er geen hoorders in de kerk waren.

Intusschen heeft deze beschouwing van ­het onderhavige geval alleen theoretische beteekenis, want naar de kerkelijke bladen melden, is er te Boskoop in de Hervormde Kerk wel degelgk nog een groep „orthodoxen", die dusver in de Evangelisatie saamkwam. Dr. Schokking gaf in de Gereformeerde Kerk aan deze broederen reeds den uitnemenden raad om Ds. Tuinstra te steunen, nu hij openlijk verklaard heeft niets te willen prediken dan Jezus Christus en dien gekruisigd. En voor Ds. Tuinstra zal het zeker de rijkste voldoening wezen, wanneer hij de gemeente, wier predikant hij Is en blijft, tot dien Christus terug mag brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 mei 1912

De Heraut | 4 Pagina's

Onze opmerking naar aanleiding

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 mei 1912

De Heraut | 4 Pagina's