GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

KRONIEK.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

KRONIEK.

8 minuten leestijd

Van Boefje en boefje.

NU hebben haast alle nette menschen, die niet van de kerk zijn, de opvoering van Boefje bijgewoond. Boefje, dat Boefje van Brusse. AVe hebben het boek hooren voorlezen op^ het gereformeerd gymnasium, en dat mocht; maar nu hetgeen toen lees - stof was, bewerkt is voor oog en oor, vooi het tooneel, nu zijn we niet van de partij; en, zoo men wil, k'an de bestrijder Van het tooneel dezen keer, behalve de gewone pijlen, ook nog dien éénen afschieten, waarmee Jeanne d'Arc is omgebracht: de pentateuohale tekst, die aan vrouwen hot dragen van mannenkleeren verbiedt. Ondei de rubriek mannenkleeding valt ook het pakje van Boefje. En een dame heeft BoeQe gespeeld; al wie het portret der verHeede dame gezien Jieeft, weet, dat het heusclr een boevig effect maakt.

Hebben de onthouders veel verloren? üc bedoel: de onthouders, die Boefje misten? Misschien wel het mooie spel, en óók wel Boefje; maar niet: boefje. Jk bedoel: iiiet het échte, ongespeelde, vleeschelijke boefje, het boefje van de straat. Voorloopig doen de diaconieën en de menschen van de kerk wat aan boefje en de anderen doen wat aan Boefje. De menschen, die Boefje gaan zien, ontdoeir zich van het gespeelde jongetje even gemakkelijk als de spelers zich ontdoen van de schminlc; en als 12 uur geslagen is, dan is uit Boefje's tooneelpakje een heusdhe dame „op-gebloeid", zooals je tegenwoordig zeggen moet, en alle aanschouwers van Boe: Qe slapen in gewelfde huizen. En als de dame, die in Boefje's vuile pakje zat, er uit geblóriken is, (o zetter, vergeet die ó mei een accent niet), dan wordt ze stralend (denk aan de a, zetter) in de bloemen gezet. Het piersoneel, dat Boefje verbeeldde, heeft wéér eens een huldiging meegemaakt. En de auteur van Boefje, de vader van het boek'en-Boefje, heeft óók meegedaan •en zijn heele oorspronkelijke opzet van vooi enkele jaren, om voor de echte verwaarloosde hoefjes toch in vredesnaam wat te doen, heeft nog geen „cri de conscience" doen opklinken (accenten, zetter!) uit zijn mond'.

Maar vèr van de bloemen zijn de boefjes, de heuschen. Men denkt, dat ze 't koud hebben. Maar laat nu niemand zeggen, dat men Boefje moet gaair zien, om naar boefje óm te zien. tk' weet van veel diaconieën, die hun' best doen deze weken voor de boefjes van de Glindhorst. Misschien hebben ze tegen het tooneel argumenten, die wat dóórdraven en niet onmogelijk js het, dat zij evenmin aan Jeanne IJ de bloemen gunnen, als aan Jeanne 1 den brandstapel. Allo! Maar zij DOEN wat. Die dat weet, kan veel van hen en hun consorten verdragen. De beste toepassing op hei schouwspel van Boefje wordt gegeven door hen, die onder het klankbord zitten. Met uw verlof, dat zijn toch feiten. En als ik veel kleine luyden hoor schimpen op het tooneel, ook zelfs van Boefje, dan neem ik grif aan, dat daar veel „ressentiment" onder zit, en niet altijd echte principiëelerigheid. Ze k'ünnen niet meekomen, ze voelen het onbewust, en dat klinkt mogelijk ook na in de scheldwoorden op het tooneel, woorden van kracht, die zwakheid willen bedekken. Maar de sterke veroordeele den zwakke niet. Hoevelen loopen, in bont en pels, naar Boefje en tuffen boefje voorbij ? Wanneer die lieden afgeven op de fijnen, die op hun tooneelpreek toch maar de ongeveinsde toepassing geven, dan zegt mijn verstand tot de fijnen: pas op, man, voor je ressentiment; man, word geen farizeeër. Maar tot zijn vijand, die den neus optrekt, zegt mijn hart: stakker, in jouw kritiek zit geen sikkepitje van dat kwade ressentiment; maar dat is je groote zwakheid; je bent er niet overheen; je bent er niets eens aian toe. Want dat arme tobbers, menschen van één-'k'amers-huisjes, den diaken vaak een veelvoud cadeau doen (voor boefje) van wat jij in de cassa betaald hebt (voor Boefje), dat komt niet in de verte öp in de onderste lagen van je zatte ziel.

En toch, dat zijn de feiten. ledere fijne dominee kan er van weten. En het diaconale verslag in de kerkbodes zegt de rest wel.

Dat zijn zoo enkele meditaties van het terrein, dat ligt tusschen klankbord en tooneel, of'tusschen de opvoering van Boefje en de opvoeding van boefje.

Cetera.

Overigens verdeelt zich deze week de nederlandsche belangstelling tusschen de fabricage van een schip buiten Nederland, zoodat de vaders van boefjes nog werkloos blijven; de ruzie tusschen de firma Jamin, (niet altij'd een suikerzoete naam) met den minister, over petroleumkachels; de waarde of onwaarde der coalitie; de regeeringsverldaring, die door haast alle journalisten even piekerig uitgeplozen wordt als soms door een dominee een bijbeltekst; en het kerkraam van Tooro-p, diat in den TJtrechtschen Dom terechtkomt, en w, ajarvan taterde kosters den bezoekers opdreunen zullen: „dit schoone raam, ontworpen door den beroemden Toorop, werd "in 1923 door de familie Loudon aangeboden aan den Haagsch'enkerkeraad endoor dezen geweigerd, om zijn kettersche tendenzen, waarna het monumentale strtk' in deze fraaie kathedraal geplaatst is, anno 1924". Een heel enkele zal zich dan herinneren, dat 1923 het jaar was van de bescherming van de ketterij van Ds Theesing alsmede van de wering der ketterij van den kunstenaar Toorop.

En te midden van al deze dingen komt de kerk nog eens aandacht vragen voor haar liturgie. Een liturgische kring heeft zich gevormd, die studie wil maken van de liturgische kwesties en de op^ komende begeerte naar liturgische vormen wil leiden en sturen. Misschien interesseert onze lezers, wat Dr A. 'W. Bronsveld er van schrijft in zijn kroniek („Stemmen voor Waarheid en Vrede"). Hier volgt het:

Het eerste middel, «m dit doel te bereiken, bestaat in de uitgaaf van Handboekjes, die dienst kunnen doen om zich een denkbeeld te vormen van betgeen een liturgische dienst bij verschillende gelegenheden wezen moet.

Die Handboekjes kunnen bij het volgen der Liturgie worden gebruikt. Reeds zijn bij de Hollandia-drukkerij te Baam twee „stukjes"-rersohenen. Het eerste is een Inleiding en heet: „Waarom Liturgie? Beginsel en p'raktijk"; het tweede geeft lons de liturgie bij een „hoold-(pTedik)dienst" (mei muziek-bijlago van Dr Joh. Wagenaar.)

In bet eerste stuk bandelt Prof. van der Leeuw uitvoeiig over de beteekenis van Liturgie voor Geestelijk en G-emeentelijk leven. Diaarna worden elf onderwerp'en kort besproken, bezwaren weerlegd en voordeelen bepleit.

Daar is in dit alles veel, dat wel eens mag geboord worden, want naai veler gevoelen ontbreekt er veel bij menig samenzijn der Gemeente. Wil men nu weten, hoie de liturgische kring zich een liturgischen predikdienst denkt, dan vindt men 't anlw.oord in no. 2 van de „Liturgische Handboekjes".

"Wij kunnen alle predikanten aanraden, dit liturgisch schema te lezen en te .overdenken, 't Zal velen vreemd aandoen. Men zal er dingen in aantreffen, waartegen de piraktijk, altijd gevolgd, maar ook dogmatische meeningen zic(h verzetten.

Hoe zal de , , geloofsvorm" van Nicea worden herhaald door hen, die ernstige bezwaren hebben tegen meer dan een uitdrukking daarin voorkomende? Prof. van der Leeuw zoekt dat bezwaar weg te nemen, maar dit is hem, naar aas gevoelen, niet gelukt.

Wardt aan den voorganger bij' deze liturgische diensten niet een bevoegdheid toegekend, welke hem, naar oinze meening, niet mag worden toegekend, en waarvan wij vragen: "wie heeft deze aan hem verleend?

Doch, tegenover deze bezwaren staan voordeelen. Indien de gemeente wordt gebracht onder 't levendig besef, dat God in haar midden is, de hoo-ge, heilige God, dan wordt zeker een verheven doel bereikt. Ik denk hier aan 't boek van Prof. Otto iOver het heilige, waarvan dezer dagen de eene druk snel volgt op de andere en dat ook Ptof. V. d. Leeuw kennelijk voor den geest heeft gestaan, toen hij' het hierboven vermelde artikel schreef. Dat besef , , Gott ist gegenwartig" wordt zeker niet gekend in elke samenliamst der gemeente, waarvan de leerrede het hoogtepunt is. Maar wordt het gc-fcend door allen, die een liturgischen dienst bijwonen? Zoo veel hangt hier af van de wijze, waarop de aanwezige middelen, gebed, g'ezang, prediking aangewend warden. Een „altaar" is niet noadig, en geen verschillende houdingen, en geen koorgezang zijn onmisbaar om de harten dichter te brengen bij God en God bij' de harten.

Gods Geest is niet gebonden; en Hij wil werken niet alleen in liturgische diensten zoo als Eug. Bersier ze inrichtte, maar aok in den Tabernakel van Spuigeon, die aan alle liturgie nagenoeg gespeend was.

• Van den liturgischen kring wacht ons nu een Begrafcnisdienst en een Avondmaalsdienst. Vooral bij de laatste zal zeker wel van ons aloud Formulier met zijn gebeden partij worden getrokken. De krmg toont terecht groote waarde te hechten aan hetgeen wij van Liturgie reeds bezitten.

Tot zoover Dr Bronsveld. - Of dit alles lukken zal? Ik geloof nog niet, dat de kerk haar invloed kwijt is. Maar als dit alles reddingswerk moet zijn, dan vrees ik sterk voor de concurrentie van Boefje en de bioscoop.

De laatste gaat ook al preeken.

N. B. Deze Kroniek is van de vorige week.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1924

De Reformatie | 8 Pagina's

KRONIEK.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1924

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken