GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Buitenland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Buitenland

6 minuten leestijd

De joögste pauselijke encycliek.

Men kan schier geen enkel kerkelijk blad in handen, nemen of er wordt in gesproken van de laatste encycliek van paus Pius X tegen het modernisme gericht. Meest geschiedt dit in af keurenden zin, en daarom wordt er met zeker leedvermaak op gev/ezen, dat in de Roomsche kerk vele geestelijken ea lecken zich tegen den inhoud van dit stuk verzetten. Wij kunnen daarin niet medegaan, omdat wij er van overtuigd zijn dat de paus een woord heeft gesproken dat getuigt dat de nood van den tegenwootdigen tijd hem op het hart ligt.

De paus spreekt daarin uit dat hij niet langer zwijgen kón, wijl de voorstanders van de dwalingen niet meer uitsluitend onder de openbare vijanden te vinden zijn; ja tot zijn groote smart en tot zijn schaamte moet hij zeggen; dat zij aan den boezem en in den schoot der kerk loeren en des te gevaarlijker zijn, naarmate men hen minder kent.

Velen uit de leeken en ook uit de geestelijkheid werpen zich als reformatoren der kerk op en blijken aangestoken te zijn met het gif van de leer, gelijk de vijanden der kerk die voordragen; stoutmoedig sluiten zij hunne gelederen, tasten bet heiligste van het werk van Christus aan en ontzien daarbij zelfs den God delijken persoon van onzen Verlosser niet, dien zij in godslasterlijke onbeschaamdheid tot een bloot mensch maken. Kunnen deze lieden zich verwonderen, wanneer wij hen tot de vijanden der kerk rekenen, al oordeelt God alleen over het innerlijke van hun hart ? Ja het is maar al te waar, dat zij erger zijn dan alle andere vijan den der kerk. Want niet buiten, ccaar binnen de kerk smeden zij hunne plannen tot verderf der kerk. Daarbij komt, dat zij hunne hand öiet leggen aan den stam ofaan de takken, maar aan den wortel, aan het geloof en aan de diepste vezelen van het geloof.

Eén ding vinden wij in het overigens voortreffelijke stuk van den paus te betreuren. Het is de omstandigheid, dat Pius X in de voorstanders der moderne leer in de Roomsche kerk alleen boos opzet veronderstelt. Dat dit van sommigen waar is, kan niet ontkend; maar zou bij allen een boos voornemen zijn ? De paus houdt geen rekening met den stroom van den tijd. Sommigen worden wel met den stroom medegesleept en het is niet altijd boos opzet als men daartoe kwam. Beter ware het geweest indien de paus verondersteld had, dat de modernisten in trouwe meenden den weg, dien zij insloegen, te moeten bewandelen en hun dan had aangetoond hoe verderfelijk hunne dwalingen voor de kerk des Heeren zijn.

Er zijn er die vreezen, dat de encycliek enkel zal uitwerken, dat zij, die tot hiertoe vrijmoedig voor hun modernisme uitkwamen, het voortaan meer bedekt zullen doen. Doch wij deelen die vrees niet. De kerkelijke lucht moge aanvangen met vermanen, het einde moet zijn, dal zij, die een verderfelijke leer verkondigen, van de gemeenschap der Kerk worden afgesneden. Wat vergif is voor het lichaam, dat is valsche leer voor de zielen. En wanneer er valsche leer geconstateerd is en men wil deze na veel liefderijk vermaan niet laten varen, dan moet het booze lid, dat bet geheele lichaam dreigt te verderven, worden afgesneden.

De oppositie - tegen het pauselijk schrijven moge vooral in Duitschland sterk xijn, ten slotte zal men die weten te overwinnen. Wat wij in deze reeds vernamen, getuigtvati het voornemen om het niet bij woorden te laten, en steekt door beslistheid gunstig af bij de weifelende houding van vele besturen van landskerken in Duitsch land, die ook te strijden hebben met het inge drongen modernisme in hunre kerkelijke gemeenschappen.

Engeland. Een proces tegen Gods lastering. Plannen tot Evangeli satie van Londen in 1909.

In Engeland trok het proces tegen zekeren Boulter dat voor de „Central Criminal Court" gevoerd werd, zeer de aandacht. Deze Boulter had zich voor bovengenoemde rechtbank te verantwoorden tegenover de beschuldiging van Gods lastering. Hij had namelijk een boosachtig en vuil geschrift tegen de Christelijke waarheid de wereld ingezonden. Naar de bestaande wet kon de jury den man, van wien men vroeger nooit gehoord had, niet anders dan schuldig verklaren. Maat de vraag is aan de orde gekomen, of de wetten tegen Godslastering moeten gehandhaafd blijven of behooren afgeschaft te worden. De meeste bladen houden het er voor, dat deze wetten verouderd zija en eene bedreiging der persoonlijke vrijheid moeten genoemd worden. Ook wijst men er op, dat van die wetten in vervlogen tijden gebruik gemaakt is, om te vervolgen om des geloofswil. Men betoogt dan, dat het Evangelie van Christus niet door de politie behoeft beschermd te worden en dat de Goddelijke waarheid heel goed alleen kan staan. Terecht wijst een Christelijk blad er op, da het er in Engeland niet om gaat of zekere leeringsn door critici worden aangevallen. Zulke critiek is altijd te verwachten en deze kan in haar ongezondheid ten toon gesteld worden. Maar niet enkel door sprekers in de parken wordt misbruik gemaakt van de vrijheid van spreken. Indien deze sprekers spotten met de Heilige Schrift, heilige dingen belachelijk maken en de grenzen der betamelijkheid te buiten gaan, dan geven zij in straattermen uiting aan datgene, wat enkele geavanceerde Theologen in den katsten tijd in meer beschaafde termen uitgssproken hebben. „En zelfs zijn de mannen van den kansel", zoo zegt The Christian, „niet al te beschaafd gewefstj want handelende over zaken die menigten van belijders van den Christus dierbaar zijn, hebben zij maar al te dikwijls, bij het uiteenzetten van beschouwingen die velen onzer niet aarzelen beslist en geheel lasterlijk te heeten, woorden gebruikt die ten eenenmale vulgair moeien genoemd worden.”

Wij zien echter niet in, dat hierin door de wet verandering gebracht worden kan. Of zou men verlangen dat andermaal een Olivier Cromwell optrad, die eene commissie van twaalf Godzalige predikanten benoemde om te beoordeelen, welke leeraars der kerken konden gehandhaafd blijven en welke door de regeering moesten afgezet worden? Niemand zou zulk een macht aan de regeering willen toekennen.

Maar de kerken behoorden te ontwaken en aan de „down grade"-bewegiDg een einde maken. Het voorbeeld door den beroemden prediker C, H. Spurgeon gegeven, die zich van de Baptistische Unie losmaakte, omdat daarin de mannen der „modern thought" geduld werden, had moeten aansporen om de kerkelijke gemeenschap met hen die in de „down grade"beweging waren medegesleept, af te snijden. Dit is over het algemeen genomen niet geschied. Wanneer de kerk hare roeping om de banier der waarheid omhoog te houden, verwaarloost, zou dan de overheid door de wet in staat zijn den stroom des ongeloofs te keeren ?

Leden der Anglicaansche kerk en leden der vrije of Nonconformistische kerken hebben het plan opgevat, om in 1909 de stad Londen door Evangelisatie te bearbeiden. Met het oog op de onverschilligheid der volksmassa" en het feit dat op onderscheidene kansels het Evangelie niet verkondigd wordt, wil men de handen ineen slaan om het verloren terrein te her-; pinnen.

Wie wenscht niet dat deze poging slagen zal ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1908

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1908

De Heraut | 4 Pagina's