GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

4 minuten leestijd

Ds. Sikkel schreef in Hollandia een woord, dat we hier gaarne overnemen:

In de Heraut heeft de hoogleeraar D^ H. H. Kuyper een persoonlijk doorhem geteekendartikel geplaatst, waarin hij verklaart, geen persoonlijke bestrijding van mij met zijn stukken »U i t de hand Gods" bedoeld te hebben, en in broederlijke waardeering tegenover mij niet te kort te willen schieten. Voor zoover zijn stukken tot die veronderstelling aanleiding geven, wenscht hij die veronderstelling weg te nemen.

Ik dank hem daarvoor.

Aan de andere zijde beklaagt de hoogleeraar zich over persoonlijke grieving mijnerzijds, tot kwetsing van het karakter van prof. H. H. Kuyper toe.

De warmte en scherpheid van het stuk van prof H. H. Kuyper draagt wel de teekenen van die gegriefdheid.

Ik wil mij door dit stuk, al brengt het mij pijnlijke wonden toe, niet laten bewegen tot het spreken van vele woorden, die ook weer warm konden loopen.

Hoe kon ik anders dan door een voorstelling en bestrijding van mijn gevoelen, die ik niet als de juiste kan erkennen, gegriefd zijn, en daar tegen op komeu; en dat te meer toen de Hermit toch op dezelfde wijze doorging, ondanks mijn protest, In een positie gesteld en aangevochten te worden, die men volkomen overtuigd is, niel in te nemen, is een marteling.

Hier moet dan wel een betreurenswaardig misverstand bestaan, dat ik voorts geheel laat liggen.

De warmte, waarmee de hoogleeraar schrijft, al brandt zij tegen mij, is mij thans genoeg voldoende getuigenis, dat alle onbroederlijk bedoelen bij hem uitgesloten is.

Mijnerzijds verklaar ik, dat alle bedoelen, om den hoogleeraar Or. H. H. Kuyper te grieven of oneer aan te doen, verre van mij is. Geschil met de Heraut, en ook met Dr. H. H. Kuyper, is mij juist bitter leed. Al wat kon doen denken, dat ik ooit ook maar den minsten lustgehad heb om van hem te verschillen, hem te bestrijden, of iets len zijnen nadeele te zeggen, neem ik geheel weg. Integendeel, broederlijke overeenstemming niet slechts, maar ook broederlijke hoogschatting en waardeering is een groote behoefte van mijn hart, gelijk ik" ze voor de Gemeente des Heeren, voor heel ons'Gereforraeerde leven, en voor den strijd en den arbeid waarin we als broeders verbonden staan, onontbeerlijk acht. Daarom bied ik gaarne, ook na zijn voor mij zoo pijnlijk laatste woord, aan prof. Dr. H. H. Kuyper openlijk en met betuiging van eerlijke en mannelijke hoogschatting en waardeering, de broederband.

Maar in mijn overtuiging sta ik als eerJijk man vast en vrij bij het licht van het Woord Gods. Die overtuiging geeft mij recht en verplicht mij tot spreken voor Kerk en volk.

Hierin niet verstaan te worden, ja misverstaan en misduid, — zij het geheel zonder opzet, — het is niet gemakkelijk te dragen Mijn overtuiging is mij niet aangewaaid. Zij betreft ook niet maar brood of geld. Neen, zij betreft den Christus Gods, dien wij aanbidden, en de beteekenis en plaats van het Woord Gods in het menschelijk leven. De roeping van overheden en volken, om hierin Gode eere te geven, staat bij mij onwankeloos vast, — hetzij dat zij het hooren, hetzij dat zij het laten zullen.

Ook is dit mijn zielsbegeeren voor onze Pers, dat wij daarin enkel den Heere dienen naar zijn Woord met volle eerbiediging der waarheid, in eerlijke hoogschatting van wat ook anderen getuigen, en zonder overheerschende taktiek. Ik ben in dezen vaak zeer bezwaard en benauwd.

Daarom moet ik spreken, ook al klinkt mijn stem soms als een dissonant, en al deel ik zelf daarmee in onze gemeene ellende, zwakheid en besmetting.

Laat mij daarom mogen eindigen met dit woord aan Prof. Dr. H. H. Kuyper: Denk niet aan onbroederlijk bedoelen bij mijn optreden, of aan lichtvaardig geschrijf, maar tracht mij toch ook te verstaan, al druk ik mij dan soms moeilijk verstaanbaar uit. En laat, ook bij eerlijk mannelijk verschil van gevoelen, niet slechts de broederlijke liefde blijven, maar ook de erkenning van oprechte wederzijdsche trouw aan Gods Woord, en de hoogschatting en waardeering, waardoor hand en voet, naar de bedoeling des Heeren en de behoefte van Kerk en Volk, voor elkander een zegen moeten en kannen zijn.

J. C. SIKKEL,

Amsterdam, 8 Februari 1908.

Hiermede is dat persoonlijk incident naar we vertrouwen geheel van de baan.

En indien er in de voorstelling van het ge voelen van Ds. Sikkel metterdaad een misver stand bestaan heeft, dan zal niets ons liever zijn, dan wanneer we beter worden ingelicht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1908

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1908

De Heraut | 4 Pagina's