Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

6 minuten leestijd

VERLOREN DOCH NIET VOOR ALTIJD.

IV.

OP SCHOOL.

Op de hoogeschool waar Wulfert een plaats kreeg, zette hij het vrolijke leven van het gymnasium voort, alleen maar op wat grooter schaal.

Vader had zooveel mogelijk gezorgd, dat zijn zoon in de groote verre stad waar hij niemand kende, althans eenigszins onder tucht zou staan, in het soms vrij ongeregelde studentenleven. De predikant was naar zijn meening zeer wel geslaagd. Wulfert zou een kamer betrekken bij bejaarde, vrome lieden, die met hem konden omgaan, zoo noodig toezicht houden, en nu en dan aan den vader schrijven hoe zijn zoon het aakte.

Zoo scheen alles in orde, en toch was het nders. De jonge man had al zeer spoedig berepen welk spel er gespeeld werd, en dadelijk esloten datgene te handhaven wat hij zijn vrijeid noemde. Hij zei echter niets, vond alles oed en werd door zijn nieuwe huisgenooten riendehjk ontvangen. Weldra was hij er geheel urger en begonnen ze veel van hem te houden. e eerste _ brieven, die zij naar den predikant onden, luidden dan ook hoogst gunstig. Vader as verrast en tevreden, en moeder zei: Heb ik et u niet gezegd onze Wulfert is beter dan hij ijkt.

Maar wat diens huisgenooten zoo min als zijn , uders wisten was, dat hij in stilte het oude eventje weer begon. Weldra behoorde hij tot e eerste pretmakers onder de studenten; helaas iet tot de knapsten. Allerlei grappen, soms ang niet onschuldige werden uitgehaald, meer-

malen zelfs werd er een deel van den nacht voor gebruikt. De oude lieden bij wie Wulfert inwoonden lagen dan rustig te slapen, vermoedden niets, en waren zoo uoodig gemakkelijk te misleiden* k

Wel woei er van tijd tot tijd iets naar het dorp over omtrent den waren stand van zaken, doch als de predikant dan aan den huiswaard schreef om inlichtingen waren die in den regel gunstig, althans niet ontrustend. Graag zou hij zelf eens zijn gaan zien, maar de hooge kosten van de reis en het verblijf schrikten hem af. Vader en moeder moesten er zich dus toe bepalen vaak aan Wulfert te schrijven. Aan goede vermaningen en raadgevingen ontbrak het dan niet. Niet altijd antwoordde Wulfert, maar dat werd goedgunstig toegeschreven aan zijn drukke studie en bezetten tijd. Als zijn ouders eens geweten hadden hoe meer dan een brief niet half gelezen werd! Het eerste waar Wulfert naar zag was of een brief geld bevatte. Zoo ia dan wekte die zijn belangstelling op. Zoo neen dan maar flauwtjes.

Geld ontbrak hem trouwens bijna altijd. Vader zond jnist zooveel als voor een zuinig leven noodig was. Dat heb ik zelf ook geleid zeide de predikant, en mijn zoon is niet beter dan ik. Zoon echter dacht er anders over, hij maakte verteringen ver boven zijn inkomen. Moeder moest dan bijspringen, en deed het ook in stilte. Maar de goedhartige vrouw kreeg op die wijs nog andere en lastiger gaten te dichten dan vroeger in Wulferts kiel toen hij klein was. Dat de uitgaven met de brieven die Wulfert schreef niet klopten, moest zij wel merken. Die brieven toch spraken slechts van een oppassend leven, ijverige studie, en van niets waarbij geld verloren was. De vrouw echter sloot hiervoor de oogen, en hield ook haar man van alles onkundig, die anders zeker streng zou zijn opgetreden.

Onder de studenten was er een die vermaard was doordat hij op ongeveer alle lessen te laat kwam en deswege ook getrouw de »luilak« werd genoemd. Hij was overigens, o.a, wijl hij een welgestelde beurs had en mededeelzaam was, bij velen welbemind en daarbij een vroolijke gast, als men maar niet vroeg begon.

Op zekeren namiddag was Wulfert bijeen met een groepje vrienden ; de luilak was er echter niet bij.

't Gesprek viel op dezen en zijn tra.agheid; en een uit het gezelschap stelde voor hem daarvan te genezen. Hij moest een wekker hebben, en wel een levenden, een haan. Die kon den uitslaper eiken nacht ettelijke malen wakker kraaien en kon hem de sluimerbuien verleeren.

Niet iedereen stemde dadelijk met het voorstel in. De een betwijfelde of het baten zou, de ander wist niet hoe men aan een haan zou komen zonder dat bekend werd wie de grap had uitgehaald, en dat moest geheim blijven.' Eindelijk echter werd men het eens er maar eens op uit te gaan en nog wel denzelfden dag. 't Was echter nu te laat; dus zou men na het eten saamkomen en er op uittrekken om een haan te bemachtigen, en zoo mogelijk hem af te leveren waar hij zijn moest.

't Was reeds donker toen het gezelschap den weg insloeg naar de buitenwijken der stad waar tuinders en groenteboeren woonden, die kippen hielden. Men zwierf daar een poosje rond doch aan het aanschaffen van een haan — hun eigenlijk doel — scheen niemand te denken, tot plotseling Wulfert sprak:

»We moesten den koristen weg inslaan door van avond ons haantje niet te koopen maar te kapen. Wij kunnen dan altijd later nog betalen. Ik weet een kippenhok dat heel' afgelegen ligt, en heb veel met kippen omgegaan. Als ieder op zijn post is, lukt het best, en hebben we een aardigen avond."

Hóewei ieder begreep, dat het zaakje niet zoo onschuldig was, wilde niemand weigeren, vooral daar Wulfert er weer op wees hoe men voor den haan zoo noodig betalen kon. Wulfert leidden de vrienden naar het kippenhok en toen begon de aanslag, die zoo behendig werd uitgevoerd dat de haan. binnen een half uur uit zijn hok gehaald en in een zak gestopt was. Dat klinkt vreemd en schijnt toch geloofwaardiger dan een ander verhaal, volgens hetwelk de studenten nog in den laten avond een haan kochten en meenamen.

't Liep reeds tegen middernacht toen de vrienden met hun haan door de straten gingen, door menigeen nageoogd. Eindelijk sloegen zij een zij staat in waar de luilak woonde, die men echter wist dat niet thuis was. Een van 't gezelschap klom langs een hek naar boven tot bij een raam, dat hij wist te openen. Door de opening werkte hij den haan hem toegereikt naar binnen.

Vergissen is menschelijk; dat zou ook hier blijken.

Had de student gemeend bij de kamer van den luilak te zijn, hij vergiste zich door de duisternis in een venster, en kwam zoo terecht bij de pronkkamer van het huis, die naast de kamer van den student lag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 oktober 1916

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 oktober 1916

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken