GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Kinderen.

6 minuten leestijd

UIT HET OOSTEN.

Steden van het Oosten.

Kort nadat we hierover in de Heraut hadden gesproken, werd mij een verrassing bereid. Ik kreeg namelijk een opstel te lezen — van wien weet ik niet — waarin allerlei nuttige en leerrijke dingen staan over het onderwerp bovengenoemd. Zoo komen we verder. Het zal den lezer zeker aangenaam zijn ook met het gezondene kennis te maken.

Judea was een land van bergen en rotsen, veelal woest en dor. De hoofdstad was Jeruzalem, 35 mijlen van de zee en 25 van de Jordaan verwijderd, de grootste stad van Palestina, de zetel der machthebbers, middelpunt van den eeredienst en van het openbare leven, voor de Joden «de stad*.

Wij willen trachten een algemeen en aanblik van haar te bekomen, zooals zij zich voordeed in het begin der eerste eeuw. Wij beklimmen daartoe in onze verbeelding den Olijfberg, slaan den weg in die naar Btthanië leidt en zetten ons neer op de plaats vanwaar Jezus haar zag op dien gedenkwaardigen Palmzondag, toen Hij over haar weende (Luk. 19 : 41).

De eerste indruk is die van een bijna onneembare veste. Een zware, hooge muur verheft zich aan gene zijde van d'é beek Kedron, ten noorden en ten zuiden zich westwaarts wendend, en evenzeer aan dien kant de stad omringend. Van afstand tot afstand is hij van torens voorzien van ongelijke hoogte, waarvan die in de verte door hun afmetingen bijzonder dé aandacht trekken. Binnen de ommuring zien wij de massa der huizen, dicht aaneengesloten; zonder eigenlijk dak, maar allen boven als terras afgewerkt, zoodat zé als zoovele kul> ussen van witten steen schijnen, afstekende tegen den blauwen hemel.

Twee reusachtige gebouwen beheerschen de stad: de Tempel en het Paleis' van Herodes. De tempel doet zich voor als een fort, ol liever als een vesting in een stad, bestaande uit drie elkaar insluitende ruimten, van alle zijden terrasgewijze oploopende, elk omgeven door muren van ontzaglijke dikte; de binnenste omvat het eigenlijke heiligdom zelf met zijn hoog verheven plat dak, geheel met vergulde staven voorzien opdat geen vogel het zou kunnen verontreinigen. Eindelijk achter den tempel, wel van dezen gescheiden, maar op dezen afstand een geheel met hem schijnende, verrijst een reusachtig vierkant, waarvan de bovenste omgangen al de binnenhoven van het gewijde gebouw bestrijken. Dat is de burg Antonia, door de Romeinen gebouwd om stad en tempel in bedwang te houden.

Jeruzalem was, zooals we hierboven zeiden, door een muur omringd. Hij omsloot den tempelberg ten oosten, ging langs den zuidkant der stad, liep rondom den berg Zion ten zuidwesten, van daar ai noordelijk op en dan een rechten hoek makende aan welks top de toren Hippicus stond, sloot hij in rechte lijn weder tegen den tempel aan. Dit is de oude ommuring waarvan het laatstgenoemde gedeelte in den tijd, dien wij beschrijven, vervallen is; want de stad heeft zich ten noorden uitgebreid met een wijk, Acra of de benedenstad genoemd. Deze wijk is zelfs door een muur omgeven en met haar het paleis van den procurator en de berg Antonia. Voorts strekt zich de stad nog noordelijker uit; verspreide, maar reeds talrijke huizen bedekken een heuvel, Bezetha geheeten en eenige jaren later zal Herodes Agrippa I een derden muur bouwen, van den toren af Hippicus een terrein insluitende, onder meer den berg Calvarië en zich ombuigende ten oosten en voprts ten zuiden, nabij het badwater "Bethesda zich aansluitende aan den eersten muur.

Het cijfer der bevolking van Jeruzalem is niet met juistheid vast te stellen, daar de schrijvers der oudheid ons geen zekere gegevens nalieten. Er zijn verschillende scWtingen, uiteenloopende van 60 tot 120 duizend. Meest waarschijnlijk was 80 duizend het aantal in gewone tijden. In gewone, want op de hooge feesten, vooral op het paaschfeest was dit getal meer dan ver tiendubbeld. Wij weten met zekerheid, dat tijdens het laatste beleg van Jeruzalem er meer dan een millioen menschen in de stad waren. Men sloeg dan tenten op in de straten, en op het veld in de buitenwijken. Dit verklaart ons waarom Jezus gedurende de laatste dagen Zijns levens eiken avond uit de stad ging om den nacht door te brengen te Bethanië (Mare. 11 : 11) of op een landhoeve op den Olijfberg (Luk. 21 : 37); en ook dat Zijn kruis, opgericht vlak bij een der poorten, omringd was door een groote menigte (Joh. 19 : 20).

De poorten in de muren van Jeruzalem waren gewelfde gangen, aan beide zijden door deuren atgesloten. Zoo waren ook die van den tempel. Boven het gewelf was een ruim vertrek voor hen, die met de verdediging belast waren. Wij weten riiets stelligs aangaande het aantal der poorten, noch haar opeenvolgende orde. De namen van eenige zijn ons bekend: de oude poort ten N. O., poort van Ephraïm (of van Benjamin) ten N., de Hoekpoort ten N.W. de Dalpoort, de Mistpoort, de Waterpoort. Waar de tweede ommuring begon, welke Acra of de benedenstad omringde, was de Tuinpoort, die haar naam droeg iiaar de lusthoven, welke aan die zijde van Jeruzalem vele waren. Deze tuinen waren aangelegd op een heuvelachtig terrein vol rotsen en grotten. Sommige behoorden aan rijke personen ; Jozef van Arimathea, lid van het Sanhedrin, bezat er een, en had in een rots een graf laten uithouwen voor zich en de zijnen. De Calvariëoberg lag juist daar in een hoek van den eersten en tweeden muur op het kruispunt der wegen van de oude en nieuwe stad, op slechts Weinige schreden afstands van deze Tuinpoort, door welke Jezus gevolgd door Simon van Cyrene de stad is uitgegaan ter kruisiging.

Wij weten ook van het bestaan eener Visch poort (2 Chr. 33 : 14) zeer waarschijnlijk in het noordelijk gedeelte der stad; in haar nabijheid was de Vischmarkt door Syriërs gehouden (Neh. 13 : 16). Zij werd voorzien door visschersvan het meer van Tiberias,

Ten oosten, achter den tempel, was een poort, thans de Stefanuspoort geheeten, doch toenmaals Schaapspoort genoemd; in haar onmiddellijke nabijheid lag het badwater Bethesda. Door haar werden de schapen binnengebracht voor den offerdienst bestemd. Déze kwamen bijna uitsluitend uit het Over-Jordaansche, het land van veeteelt (Num. 32 : 1; 2 Kon. 3 : 4) Het valt niet moeilijk zich voor te stellen, dat het tooneel, ons in Johannes 10 beschreven, in de nabijheid dezer poort heeft plaats gevonden. Jezus zag de schapen binnengaan; en naar Zijne gewoonte Zijn onderwerp vastknoopende aan wat Hij onder Zijne oogen zag gebeuren, zeide Hij: Ik ben de deur der schapen" of „Ik ben de schaapspoort." Zij was de voornaamste uitgang der stad tegen het oosten. Jezus moest gedurig door deze poort in-en uitgaan.

Aan haar is de herinnering verbonden van Zijn uitgang naar den Olijfberg op den avond van Zijn gevangeneming, vermoedelijk Donderdag 6 April des jaars 30.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 oktober 1920

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 oktober 1920

De Heraut | 4 Pagina's