GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

„Rust een weinig.”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Rust een weinig.”

5 minuten leestijd

En Hij zeide tot hen: omt gyliedeil in eene woeste plaats alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en gingen en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten. Markus 6:31.

Hier is het woord van den Hoogepriester, die medelijden kan hebben met onze zwakheden en die weet in te leven in al den levensnood van Zijn discipelen.

Eerst zond Hij hen uit. Tw& e aan twee. En ze hebben den langen, fflioieüijkien toicht volbracht. Ze hebben gepredikt het Evangelie des Koninkrijks. Ea ze hebben in den naaim' van Jezus vele krachten gedaan.

Nu zijn ze weeïgekeeird. Hun zending is volbracht. Maar, al arbeidende, groeide hun arbeid van dag tot dag. Het getal van de nieuwsgieriiglen, va.n de belangstellenden, van de begeerigen, van de hongerenden en dorstenden naar het Koninkrijk Gods. nam toe. Ze kwamen af en aan met hun geestelijke en lichamelijke nooden. En niemand mO'cht ledig worden weggezonden. Van oogenblik tot oogenblik, van uur tot uur werd het drulcker rondom den' Heiland en de zijnen.

Toen heeft Jezus getoond, dat Hij' om den nood der schare, den nood van Zijn eigen discipelen niet vergat.

Hij ïiep ze tot zich. Ze moesten wèg. Uit de drukte naar de eenzaamheid. Uit den arbeid naax de rust.

„Rust een weanig".

Hier is het recht van de rust voor wie arbeiden in het Koninkrijk Gods.

Wie izijn heilige roeping verstaat, verlangt te arbeiden met inspanning yan al zijn krachten. Die vreest niet de ' drukte, niaar zoekt naar nieuwe geopende deuren, om bet evangelie in te dragen in het leven.

Traagheid is altijd een leelijke zonde, miaar ze is niet' leelijker, dan wanneer ze indringt in het leven van hen, die een speciale taak ontvingen. in het Konirikrijk van dien Heiland, die het doen van den wil desgenen, die Herri had gezonden en de volbrenging van Zijn werk Zijn' „spijze" noemde.

Debooze en luie dienstknecht, die het ontvan­ gen talent in de aarde verborg en het zonder woeker zijn heer rüeende terug te "mogen geven, werd uitgewoTpen in de buitenste duisternis.

Wié zijn heilige roeping verstaat, heeft den arbeid lief, omdat hij Hem liefheeft, , die hem in dien arbsid laidde. Die liefdedienst heeft nog nooit iemand verdroten.

En nu is er vreugde, als de arbeid groeit.

Nu hindert het niet, dat de vraagstuldsen vermeerderen. De moieilijfeheden zijn er, opdat zie in de kracht van Heinl, die tot arbeiden riep, zouden wolden overwonnen. Ze nïaken het leven gespannen. Ze maken het ook rijk.

En juist voor hen, die de weelde van den arbeid kennen, is nu het recht van de rust.

Want levensspanning is levensrijkdom. Maar altijddurende, ongebroken spanning leidt tot oversp.anning. Wie roolbouw pleegt aan zijn akker, mergelt dien uit en maakt den bodem onbekwaam om ook in de toekomst vrucht te dragen.

Dat gevaar aag de Heiland naderen. Toen zelfs de tijd ging ontbreken voor • Zijn met inspanning arbeidende discipelen om de verloren lichaamskracht, lal etende, - te herwinnen, riep Hij ze uit hun arbeid uit. Toen moesten ze wèg. Toen gaf Hij hun het redht van de rust.

Ze mochten daax niet blijven temidden van de aan en af loopende, menigte.

Ze mochten een tijdlang de nooden eens niét zien.

Ze imoiöhten de beden om hulp nu eens niet hooTen.

Hun predikende mond moest nu eens gesloten wezen. Hun bezige handen werkeloos. Hun gejaagde leven moest de kalmte herwinnen.

En Hij bracht ze in het schip. Ze voeren wèg. ''Met Hem' alleen. Naar de eenzaamheid.

En dat is goed voor de drukke, gejaagde levens. De eenzaamheid met Jezus.

Dit recht van de rust in het Koninkrijk Gods is 'niet enkel en niet allereerst een recht voor het lidhaam.

Het is allermeest het recht voor de ziel.

Aan den ingespannen arbeid in het Koninkrijk Gods zijn imtaers zooveel ontstellende gevaren voor het zieleleven van den arbeider verbonden.

De oppervlakldge ziet misschien enkel op het voorrecht van over de eeuwige dingen te mogen spreken. Maar wordt niet al te vaak vergeten het gevaar van over de eeuwige dingen te m'oeten spreken?

is zielerijkdom. Te-in#ëtëii voorgaan in het gebed tien-, twintigmaal sonxs op één enkelen dag, is zielsgevaar. Want er is niet gevaarlijker dan de sleur in het heilige. Het is de arbeid zonder ziel. Dan bidt de gemakkelijk pratende mond. Dan naderen de prevelende of 'ratelende lippen. Dan blijft het hart, ver.

En deze arbeid is vergeefsche arbeid.

Het is „Heere Heere" roepen. En er kunnen dan in Jezus' naam nog, wel vele krachten geschieden.

Maar deze arbeid brengt de ziel van den arbeider in gevaar.

De apostel zag dat gevaar, toen hij vreesde, al predikende voor anderen, zelf verwerpelijk te worden.

De Heiland zag dat gevaar, toen Hij Zijn drukke discipelen uit de drukte wegriep naar een weinig rust.

Die rust is dan een rust met JezUs.

Hij ging met Zijn discipelen mee.

Hij was bij hen in de eenzaamheid.

Hij leidde hen opnieuwi in de verborgenheden van Zijn Koninkrijk in. Uit Zij'n miond vingen ze op de woorden des eeuwigen levens.

En het was niet enkel de eenzaamheid, die deze discipelen na de drukte verkwikte. En het was niet enkel een weinigje rust, dat hen de-krachten vernieuwde.

Het was Jezus in de eenzaamheid. Het was Jezus in de rust.

Een rust, die enkel ^afleidt, is wereldsche rust.

O'nze rust leide lons-óp tot Hem, leide ons nieuw in in de gemeenscjiap miet Hem, die ons. tot arbeiden riep en de rust gunde.

Die rust zij dan oiok enkel middel, geen doel.

Ze verdiepe het zieleleven, dat bij groei van de breedte ^en vermindering van diepjte in oppervlakkigheid Zioiu verzianden.

Ze bekwame tot nieuwen arbeid en doe naar dien nieuwen arbeid met nieuwe levensvreugde verlangen.

Ze stelle in staat, om, als straks de scha, re weer groeit, het wonderlijfce-bevel te volbrengen: „Geef gij hun te eten", al hebben we niet m-er dan vijf brooden en fwee visschen (vs. 37).

Rusten om te werken.

Een weinig rust om véél te werken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juli 1921

De Reformatie | 4 Pagina's

„Rust een weinig.”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juli 1921

De Reformatie | 4 Pagina's