GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

HOOFDARTIKEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOOFDARTIKEL

11 minuten leestijd

Marcion, het evangelie van den vreemden god.

II.

Zijn leven en Invloed.

Wat is dat voor iemand geweest, die Mareion, dieonoverwonnene, die nog voorlleett, en uit wiens gedaclitenkring velen zicli nog steeds voeden? Wat is dat voor iemand geweest, die in zijn dagen door duizenden en tienduizenden geplaatst werd naast Chi'istus en Paulus: Paulus mag immers volgens hen zitten aan Christus' rechterhand, en Marcion aan Christus' linkerhand. Maar Polycarpus i^) zegt tot hem, als Marcion hem vraagt, of hij bereid is zijn volgelingen als leden der kerk te erkennen, — •ja, ik erken u, maar als den eerstgeborene van den Satan".

Wie is die man, die door zijn aanhangers hartstochtelijk bemind werd en onvoorwaardelijk werd geloofd i2)j maar als TertuJlianus hem gaat bestrijden, dan begint hij met een griezelige beschrijving van Pontus, bij de Zwarte Zee, waarin Mardons geboorteplaats lag: het klimaat is er verschrikkelijk, de levenswijze voorwereldlijk, de zeden allerdiepst gezonken, de menschen verslinden daar de lijken van hun ouders, die zij' tmet hmi vee tegelijk slachten, en als ze niet zoo gestorven zijn, dat zij eetbaar zijn, dan heet het een vervloekte dood. „Nooit is er de dag helder, nooit is de zon mild, niets is daai- warm dan de woestheid". En zoo gaat het voort. „Maar in dat Pon- 'us is niets zoO' barbaarsch en droevig, dan dat Marcion daar .jeboren is.''^^)

Veel kunnen wij op deze vraag niet antwoorden, 61 bij dat niet vele is er nog heel wat, dat wij «laar vermoeden, maar het is in ieder geval belangwekkend en het is voldoende om eeniger- •nate een beeld van zijn levensloop te verkrijgen. , Marcion dan werd omstreeks 85 na Chr. geboren ia Sinope, de belangrijkste handelsstad aan den ziiidelijken oever van de Zwarte Zee, in de province Pontus. In Pontus waren er reeds lang, ^ ia geheel lüein-Azië, Jodengemeenten, en ook al vroeg is het Evangelie daar gebracht. Paulus kon bij z^n prediking overal aansluiten bij de Jood& clie gemeenten en vond zoo ingang bij de Joden en de Grieken. Velen schijnen het Evan­ diu"ende de vervolging sommigen afvallig, de gemeenten bleven bestaan, i*)

In deze omgeving werd Marcion geboren: midden in een streek dus, waar de groote strijdvragen met belangstelling gevolgd werden; en van jongsaf aan zal hij wel met dit alles meegeleefd hebben, vooral, omdat wij met recht vermoeden kannen, dat zijn vader de (een) bisschop van Sinope was. is)

Zoo moest zijn eigen vader hem excommunioeeren, toen Marcion zijn afwijkende gevoelens begon te openljaren. i^) Marcion gaat dan naar mein- Azië en wil daar zijn afwijkende gevoelens erkend zien door Polycarpus, die dat weigert met de woorden, die ik reeds aanhaalde: „Ja, ik erken u, maar als den eerstgeborene van Satan!"

Hierna vertrekt hij naar Rome, en waar hij den band met de Christenheid ten uiterste wil bewaren, geeft hij zich op als lid van de kerk aldaar en geeft bij die gelegenheid haar zelfs een gift van 200.000 sestertiën. i') Vermoedelijk is dit geschied in het jaar 139. Pas in 144 komt er een conflict. Waarschijnlijk heeft Marcion in de tusschenliggende jaren zijn gevoelens verborgen en die jaren gebruikt voor ingespannen studie, zoodat hij wel in die jaren zijïi hoofdwerk .'Te^fenstellingen" (Antithesen) heeft kunnen beëindigen en voorloopig klaar is gekomen met zijn reiniging van den Bijbel, waarover wij later uitvoeriger zullen spreken.

Het conflict breekt uit door een godsdienstgesprek, dat Marcion had aangevraagd. Hij stelt daarbij in het middelpunt de woorden van onzen Heere Jezus in Lucas 6; 43 — want het is geen goede boom, die kwade vrucht voortbrengt en geen kwade boom, die goede vrucht voortbrengt — en Lucas 5:36—39 — Niemand zet een lap van een nieuw kleed op een oud kleed; anders zoo scheurt ook dat nieuwe het oude en de lap van dat nieuwe komt met het oude niet overeen enz.; — hij meende n.l. dat de Heere Jezus in genoemde verzen sprak van de tegenstelling tusschen den jodengod en den waren God en van de tegenstellingi tusschen het Oude en Nieuwe Testament. Na zijn excommunicatie, waarbij hij zijn 200.000 sestertiën terugkrijgt, voert hij een sterke propaganda en reeds na 6 jaar heeft zijn ketterij volgens Justinus Martyr het geheele menschelijke geslacht besmet.

Helaas weten wij heel weinig van de jaren na 144. Met grond kunnen wij vermoeden, dat Marcion nog ongeveer 15 jaren na zijn breuk met de kerk te Rome heeft geleefd en hij dus op ongeveer 65-jarigen leeftijd is gestorven, i»)

Maar, mocht Marcion zelf sterven, zijn invloed stierf niet. Integendeel, die invloed was geweldig groot. Dat komt vooreerst wel uit in het feit, dat het Marcion gelukt is, een tegenkerk te vormen tegenover de Christelijke kerk. Dat gelukte aan niemand anders, alleen aan hem. Zegt dat al niet heel veel? En het gevaarlijke daarbij was, dat zijn kerk zooveel geleek op de Christelijke kerk. Zij had dezelfde ambten, dezelfde sacramenten en wijze van sacramentsbediening i'), zij volgde denzelfden ©eredienst 2"), zij had ook vele der niet- Schriftuurlijke gebruiken, die in de Christelijke kerk waren ingedrongen.

Licht-geloovige menschen werden dan ook steeds gewaarschuwd, dat, als zij verhuizen gingen, zij moesten vragen naar de echte kerk: hoe licht konden zij anders in de Marcionietische kerk geraken en daar blijven, meenende, dat het echte Evangelie daar werd verkondigd.

En dat komt ten tweede wel uit in 't feit, zooals ik reeds opmerkte in het eerste artikel, dat alle Christelijke schrijvers den strijd tegen Marcion hebben aangebonden.

En dat blijkt ten derde wel hieruit, dat de bekende schrijver tegen het Christendom, Celsus, Marcion net zoo „goed" bestudeerd heeft als de Heilige Schrift

Maar het blijkt wel allermeest uit de geweldige uitbreiding, die zijn „kerk" heeft gekend. Ik noemde reeds de uitspraak van Justinus Martyr: die werd gedaan in 't jaar 150. Omstreeks 200 klaagt Tertullianus, dat Marcions ketterij de geheele wereld vervult: een tijdlang dreigt zij zelfs de kerk te overvleugelen. Pas in de 2e helft van de 3e eeuw neemt het gevaar af, en in het eind van de 3e eeuw kon men, wat althans het Wiesten betreft, het gevaar als overwonnen beschouwen.

In het Oosten duurde zijn invloed nog veel langer. Het oudste kerkopschrift bijv., dat men gevonden heeft, is dat van een Marcionietische kerk, gevonden in het dorp Lebaba, even ten Zuiden van Damascus en dabeerend uit 318—319 na Chr. Het luidt:

„SYNAGOGE DER MARCIONIETEN VAN HEï DORP LEBABA VAN DEN HEER EN ZALIG­ MAKER JESUS CHRISTUS DOOR DE ZORG VAN PAULUS DEN PRESBYTER IN HET JAAR 630".

(di. in de Seleucidische jaart. = 318—319 na Chr.)

Pas door de vervolgingen van Constantijn den Groote nemen de Mardonieten in aantal af: maar toch in de 5e eeuw treft men ze nog overal aan. Zelfs in de 10e eeuw waarschuwt de Fihrist^i) nog tegen hen! Maar dan dreigt allang geen direct gevaar meer... de meesten zijn wel ondergegaan in het Manichaeisme 22), en in het Pauücianisme ^s).

Intusschen lieefl men wel gemeend zelfs in de beweging der Bogomilen 2*) in de 12e en der Albigenzen^») in de 13e eeuw resten te kunnen aantreffen van het Marcionietisme en nog lang zou het hebben voortgeleefd in den Balkan en in Zuid- Frankrijk ^'5), ja zelfs nu nog zouden er Marcioniietische gemeenten Ie vinden zijn. 2')

Wie kunnen de vraag stellen, hoe bet toch komt, dat Mardon zooveel invloed heeft verkregen en zooveel aanhangers heeft gewonnen. En die vraag wordt no^ belangrijker, als we bedenken, dat het toch waarlijk niet gemakkelijk was lid te zijn van zijn kerk door de eischen van ascese, die gesteld werdein en als we bedenken, dat zijn kerk daardoor voor uitbreiding alleen aangewezen was op missie-arbeid. Immers — Mardon verbood zijn gehuwde aanhangers huwelijksgemeenschap te oefenen en zijn ongehuwde aanhangers moesten beloven nimmer te zullen huwen. Nu kunnen wij wel met Harnack aannemen, dat die belofte niet altijd werd nagekomen, en dat een groot gedeelte van de Mardon-geloovigen maar belangstellenden waren, het neemt toch niet weg, dat die ascese ©en rem geweest moet zijn voor uitbreiding.

Bovendien, Mardon had ook geeii geniale leerlingen, die zijn arbeid voortzetten ^'^\ en de leerlingen, die hij had, vormden scholen over de juiste wijze van uitlegging van zijn stelsel, ^s) En zijn beste aanhangers, die wij kennen, Lucanus'"') en Apelles'i) bewandelden eigen wegen.

Maar desondanks was er die groote uitbreiding: dit kan alleen hieruit verklaard worden, dat Mardon gedachten wist te formuleeren, die, waarom dan ook, door vele raenschen gaarne werden en worden aanvaard.

Wij vinden in zijn systeem twee van zulke gedachten: de eerste is, dat de hooge God vreemd moet zijn voor deze wereld, en de tweede is, dal die hooge God Zich niet kan geopenbaard hebben Sn een stel Joodsche geschriften.

We stellen ons voor in de volgende artikelen te laten zien, hoe Mardon deze gedachten ontwikkelt en zullen daarbij kleinere elementen in zijn leer zooveel mogelijk verwaarloozen.

il) Bekend bisschop van Smyrna, leerling van Johannes, «n der apostolische vaders. Irwit" ^^"^ '^ ^^' bekende woord, waarmede hij de ver- TOchening van den Heere Jezus afwees: „86 jaar heb ik ""? ™ gediend en Hij heeft mij nooit kwaad gedaan, hoe 12Ï T • '"'^" Koning en Heiland vloeken? " . > Justinus Martyr in zijn Apologie tot Antonius Pius Van n ? '"'''''""^- Tegen Marcion I, 1 (vertaling Meyboom 7; ^"^-Christelijke geschriften), "e ook: Plooy, Stemmen des Tijds, Marcion, 1922, 11, 327.

14) Aan deze en andere vervolgingen herinnert de bekende brief van Phnius, stadhouder in Pontus en Bithynië door keizer Trajanus. Hij constateert in den brief grooten groei van het Christendom en meent zelfs, dat de heidensche reUgie gevaar loopt, en vraagt, hoe hij handelen moet. Trajanus laat in zijn antwoord wel uitkomen, dat de Christenen strafwaardig zijn, maar verordent, dat de overheden hen niet systematisch mogen opzoeken, maar moeten wachten op onderteekende aanklachten.

15) Harnack vermoedt, — en in zijn „Neue Studiën über Harnack" 1923, werkt hij dat verder uit — dat Marcions familie Joodsche proselieten zijn geweest en dat hij zoo den weg vond tot Christus. Marcions Jodenhaat wil hij o.a. hieruit verklaren.

16) Men heeft wel beweerd, dat Marcion geëxcommuniceerd werd, omdat hij een meisje zou hebben verleid. Dit lijkt toch onjuist te zijn. Vermoedelijk heeft zijn vader bij de uitbanning uit de gemeente gezegd, dat Marcion een reine maagd had geschonden, n.l. de bruid van Christus.

Intusschen moet men reeds in Sinope oog gehad hebben voor de gevaarlijke gevoelens van Marcion. Men ging immers in die dagen niet licht tot uitbanning over, vooral als het alleen afwijkingen in de leer betrof.

17) Een reusachtige som voor die dagen: ±26000 gulden. Sinds dien noemt men hem in Rome: den rijken zeeman uit Pontus.

18) Hierbij moet opgemerkt worden, dat ik hier gegeven heb de beschrijving van Marcions leven, zooals Harnack die beschrijft. (Marcion 2, pg. 21—30.) Seeberg (Lehrbuch der

Dogmengeschichte 8, I, 312—321), geeft een geheel anderen levensloop. Volgens Seeberg zou Marcion in Rome nog als een overtuigd aanhanger der Christelijke leer zijn aangekomen. Hij zou daar echter een zekeren Cerdo hebben ontmoet, die als gnosticus een twee-godenleer aanhing. Door hem zou Marcion ten zeerste zijn beïnvloed en tot zijn afwijkende gevoelens zijn gekomen. Ook de ontmoeting met Polycarpus zou dan in Rome zijn geweest. De mogelijkheid, dat Seeberg gelijk heeft, is er zeker. Harnack wil immers liefst Marcion vrijspreken van alle gnosticisme en stelt dan ook den invloed van Cerdo als zeer gering voor. Misschien dat hij ook hierdoor tot zijn visie als boven geteekend kwam.

19) Zoover ging die gelijkheid, dat zelfs de doop in de kerk van Marcion bediend, door de kerk te Rome erkend werd.

20) Natuurlijk zongen zij in de Marcionietische kerken geen psalmen. Of, zooals beweerd is, de Marcionieten de eerste Christenen waren, die gezangen zongen, doet hier niet ter zake. In ieder geval zongen zij ze uit minachting voor die Joodsche psalmen.

21) Arabisch werk uit 988 na Chr.

22) Aanhangers van Mani, die in het miUden van de derde eeuw optrad en enkele Christelijke elementen vermengde met Perzische motieven.

23) Een secte, gesticht door een Syriër Constantijn (± 650), die, in afwijzing van de Roomsche kerk en met name van Petrus, in aansluiting aan Marcion, den invloed van Paulus wilde vernieuwen.

24) Een secte op den Balkan; dualistisch getint.

25) Een beweging in Z.-Frankrijk; bij haar zijn dezelfde motieven als bij de andere.

26) Zie Andersen: Marcion der Unbesiegte, pg. 396, 397.

27) Aldus één onzer hoogleeraren in een dictaat, dat niet uitgegeven is.

28) Andersen in zijn „Marcion" acht dit één der oorzaken, waardoor het werk van Marcion niet de kerk heeft verslagen.

29) Harnack Dogmengeschichte ^: „lm Interesse, die Lucken und Widersprüchen den (Marcionitischen) Auffassung zu heben, schritten einige Schuier zu einer Dreiund Vierprinzipienlehre, andern zum vulgaren Dualismus vor, ohne indes die Grundgedanken der Meisters ganz aufzugeben, pg. 80.

30) Lucanus bleef nog het dichtst bij Marcion. Zie over hem: Harnack. Marcion, pg. 401—403.

31) Veel verder ging van hem af Apelles. Hij keerde terug tot den eenen God. Gered werden volgens hem, die op Jezus Christus hoopten. Het O. T. is een fabeltjes-boek, de God der Joden een engel, die zijn werk, de schepping, maar zeer onvolkomen uitvoerde. In de kennis van den echten God brengt hij een irrationeel element. Harnack acht hem heel hoog, noemt hem zelfs voorlooper van Kant en Schleiermacher. (pg. 177—193 van a.w.).

Iets nuchterder is von Soden in de R. G. G. 2, pg. 402.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1936

De Reformatie | 8 Pagina's

HOOFDARTIKEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1936

De Reformatie | 8 Pagina's