GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

PERSSCHOUW

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

PERSSCHOUW

6 minuten leestijd

Dr W. A. van Es over de „algemeene genade”. (II.)

Dr van Es vervolgt: Ook in de volgende kantteekening zijn onze woorden niet geheel volledig overgenomen. Wij schreven: „doet zich ook deze genade nog als genade aan hen voor, hoewel zij p e r g o o n 1 ij k niet door Christus in de genade deelen". We meenen, dat het toch onder ons geen ongebruikelijke voorstelling is, dat wat in het aanbod, in de wijze waarop het zich daardoor aan iemand in Gods g e o p e n b a a r d e n wil ala een werking van Gods goedheid, van genade, voordoet, door ons ongeloof, door wat w iji er van maken naar Gods verborgen wil, tot oordeel worden kan. Dan wil God, dat alle menschen zalig worden en tot de kennis der waarheid komen (1 Tim. 2:4). En toch ontfermt God zich wiens Hij wil en verhardt wien Hij w i 1 (Rom. 9 : 18). Is Christus wel, die gelooft dierlsaar, maar den ongehoorzamen wordt gezeg'd: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebhen, deze is gev/orden tot een hoofd des hoeks en een steen des aanstoots en een rots der ergernis; dengenen namelijk die zich aan het woord stooten, waartoe zij' ook gezet zijn (1 Petr. 2:7). En wil men het woord „oordeel", dan kan ook iemand uit de gemeente, die aan het H. Avondmaal — toch wel een genade middel — onwaardiglijk eet en drinkt zichzelf „een oordeel" eten en drinken (1 Cor. 11 : 29) en tot „ee n oord e e 1" samenkomen (vs 34). Welke tegenstrijdigheden hierin schuilen, vatten we niet.

Hier ziet men, van hoeveel beteekenis de kwesties zijn, die tegenwoordig behandeld worden. Het aanbod van genade, behoorende tot Gods geopenbaarden wil, stelt als werking van Gods goedheid voor, wat in Gods verborgen wil tot oordeel worden kan. Aldus Dr van Es. Maar zoo worden feitelijk geopenbaarde en verborgen wil tegen elkaar „uitgespeeld" (men vergunne ons dezen term, die met de bedoeling van Dr van Es of een ander natuurt ij k niets te maken heeft). Maar waar is in de prediking naar Christus' opdracht een aanbod, dat niet tevens dreigt? Niet het aangebodene wordt ten oordeel, doch de verwerping van het aangebodene, het ongeloof. En de intensiteitsgraad van de aanbieding correspondeert dan voorts met dien van het oordeel, en van zijn aankondiging als straf op de verwerping. Men moet er tegen waken, dat men de sleutelen van het koninkrijk der hemelen niet berooft van de ééne functie van het toesluiten, om alleen maar die van het ontsluiten over te houden.

Dr van Es moge ons overigens ten goede houden, dat wij niet verstaan, waarom hij eerst degemeene gratie voor de wereld als zoodanig „zonder eenigen twijfel een oefening van genade" noemde, en in den volgenden zin erkent, dat zij voor de verworpenen geen genade i s, zich slechts als zoodanig aan hen voordoet. Als men in een tijd van debat daarop ingrijpen wil, — wat verdienstelijk zijn kan — dan komt het juist op de scherpe onderscheiding aan. Voorts:

Het bevreemdt ietwat te lezen dat volgens Prof. S. „de lezers van het Geref. Kerkblad dan evenveel rechl (hebben) om te zeggen, dat Dr van Es de algemeene genade heeft geleerd, als (hij) om te poneeren, dat hij ze heeft prijsgegeven". En ook dat toch dit „prijsge" ven" zonder meer aan het hoofd van zijn kantteekeningen wordt geproclameerd.

Och ja, ieder moet natuurlijk voor zijn eigen meening staan. Zakelijk heeft m.i. Dr van Es „de algemeene genade" prijsgegeven door den term genade af te wisselen met andere, die feitelijk de genade disputabel stelden. Overigens heeft Dr van Es wel terdege een algemeene-genade -theorie behouden. Dr van Es zegt:

In ieder geval hebben dan alleen de lezers van het Geref. Kerkblad gelijk. Onze bedoeling althans was allerminst om de algemeene genade „prijs te geven", maax een poging te doen om het verliand te bepalen tusschen de „gemeene", d.w.z. de „gemeenschappelijke" genade en het offer van Christus, dat van alle genade Gods aan een in zonden verloren wereld de causa m e r i t o r i a, de „verdienende oorzaak" is. Christus — de verdienende oorzaak.

Maar Christus heeft ook voor Zichzelf verdiend. Hij heeft ook het recht verdiend, te oordeelen, te straffen.

Wanneer men Christus' verdienste alleen maar ter sprake brengt in verband met de verzoening, denkt men van het geweld van Zijn verdienste en van Zijn Koningschap te gering, hoezeer men zich ook, gelijk wij dit in Dr van Es' artikelen hebben gewaardeerd, zich inspant, om van dat Koningschap de heerlijkheid te belijden. Eindelijk:

Overigens is het ons natuurlijk niet om een uitdrukking of een woord, maar om de zaak zelf te doen, en weet Prof. S. of een ander voor de een of andere gedachte een juistere formuleering, dan nemen we deze gaarne over.

' Voor dat laatste mogen we bescheidenlijk verwijzen naar de artikelen en andere geschriften, die in de door Dr van Es als een meesterstuk aangediende jongste brochure van Prof. Hepp bestreden zijn. Een mijner studenten heeft gezorgd, dat Dr van Es de geciteerde plaatsen vinden kan. En dan moet Dr van Es vooral lezen wat daaropaheen ligt uitgesproken.

63 Terugziende, constateeren wij, dat in de eerste der door Dr van Es aangehaalde teksten sprake is van genade en genadegift in een onderlinge verhouding als van brdn tot stróóm. Als nu Dr van Es d i e bijbelplaatsen gebruikt om ons duidelijk te maken hoe het staat met de „werking van de vrucht der genade" in de wereld, dan versta ik niet, waarom Prof. Hepp's brochure, gericht óók tegen Ds S. de Graaf, door Dr van Es zoo luid om haar wetenschappelijke mérites geprezen is, terwijl hij zelf zulke meeningen, als ik signaleerde, in de kerken draagt. Ik kan dat niet combineeren.

Dat is dan ook de eenige reden, waarom ik bij zijn artikeltje den vinger lei. Niet om Dr van Es aan te vallen, maar om te vragen: op grond van welke principiëele overtuiging steunt gij eigenlijk Prof. Hepp's beschuldiging van afwijking van de belijdenis? Een paar regels schrift, en men kan tegen U en honderd anderen hetzelfde doen. Als men in de kerken den vrede wil, dan moeten de kwesties besproken worden, zonder rechts of links te zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

PERSSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 november 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken