GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

PERSSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PERSSCHOUW

6 minuten leestijd

Nog altijd hetzelide.

In de „Geldersche Kerkbode" vervolgt J. Dijk nog steeds zijn interessante mededeelingen over de geschiedenis van de Geref. Kerk te Arnhem.

We lezen in het jongste Nummer o.a. het volgende:

Nu moeten we wel iets sohrijivon over een kwestie, die de volle belangstelling had in de tachtiger jaren van de vorige eeuw. De pemiestrüd, welke over deze ikwestie gevoerd werd, geschiedde in zeer broederlijiken toomi, maar ze bewees toch duidelijk, dat er ook toen reeds tweeërlei beschouwing heerschte in de Gereformeerde Kerken, even zoo goed als tegenwoordig. Het woord van den Prediker blij& t zoo waar: Er is niets nieuws onder de zon en hetgeen is, is aireede geweest. We bedcelen den strijd over de verbonds- en doopsbesohouwimg. Nu was het heter, dat dit gedeelte der kerkelijke historie werd toevertrouwd aan een theoloog' van professie. "Waait hier liggen vele voetan'gels en klemmen. En een leek past meer dan 'dubbele voorzichtigheid. We willen er o'iiis toch m'aar aan wagen, vertrouwend op de welwillende gezindheid der lezers.

Nu zijn 'de notulen van de Kerkeraadsvergadeiingen van Arnhem O'P dit punt verre van volledig. En 't'heeft dan ook geruimen tijd 'geduurd, voordat we eigenlijk begrepen, waarover het ging. Want een mededeeling eds deze: De Kerkeraad is het volkomen eens met De. Kleinendorst, 'dat de leer van de Provimciale Synode van' Noord-Bolland ongereformeerd is, of een verzuchting als: 't Zoiu zoo te betreuren zajn, dat die omgereformeerde leer in de Christelijk Gereformeerde Kerk verkondigd werd en daar imigang vond, maken een mensch nO'g niet veel wijEer. Zelfs iniet de stelling: De kinderen van Christenou'ders worden in het verbond 'geboren, is ongereformeerd.

Al verder lezend evenwel, werden we gewaar, dat D® Kleinendorst 'den strijd had aangebonden tegen de 'dioopsbesohouwing door Ds A. Littooy te Middelburg bepleit in eenige boekjes over Doop, Belijidenis, Avomdmaal. Hiervan had het kerkelijk weelkiblad „De Bazuin" nog wel verklaard, dat ze volkomen weergaven de zuivere opvatting onzer Gereformeerde vaderen en ook, dat ze geheel in overeenstemming waren met o'nze belijderdssohriften.

Daar kwam Ds Kleinendorst met volle kracht tegen in verzet en hiji schreef ook een tweetal beetjes em Ds Littooy te bestrijden. De boekjes van Ds Littooy staan niet ter onzer 'beschikkimg, maar de werkjes vaini Ds Kleinendorst hebben we gelezen. De titel van 'het eerste is: Dooip, Belijdenis, Avondmaal en xuoht of Eene andere zienswijtee daaro'ver als Ds A. Littooy, 'door K. Kleinendorst —• en van het tweede: Wederantwoord van K. Kleinendorst aan A. Littooy. Betrekkelijk diens zienswijze over Ge- •ciadeverbond, de Kerk, den H. Doop en het H. Avondmaal. Beide boekjes zijn uitgegeven biji de finn'a Van Golverdinge en Zoon te 's Gravenhage

Ds Kleinendorst was erg bevreesd, dat de „nieuwe" verbondsbesohouwing ingang zou vinden. Daarom waarschuwde hij daartegen met alle kracht, die in hem was. En — we laten alle recht wedervaren aan de oprechtheid van zijn standpunt — die •vrees kwam, voort uit een igroote mate van verantwoordelijibheidsgevoel. Was het niet 'beter, dat velen in twijfel en bekommering voortleefden zonder tot nlijde geloofsverzekerdheid te korauen dam dat ook maai één mensch zich zou vleien met een ijdelen .Srond en zich zou toeëigenen wat hij! in we'rkelijkheid niet bezat en zich zou bedriegen voor de „nimnieremdigende" eeuwigheid?

Kinderen van Ohristen-ouders mdet in 't verbond geboren! M'aar de geloovige .belijdt in den Heidelbergsohen Catechismus (Zondag 27), dat de jonge kinderen, zoowel als de volwassenen, in 'het verbond Gods en in Zijne gemeente begrepen zijn, enz. En het Doopsformulier doet de Ohristen-ouders belijden, dat hum kinderen in Christus geheiligd zijn. NEiar onze meeniing verzwalkit Ds Kleinendorst deze uitspraken, die hyi natuurlijik ook kent, door te zeggen, dat daar-miee te fcenmen gegeven wordt, dat de gedoopte kinderen tot Christus in betrekking staan. Immers, dan aou een kind van geloovige O'Uiders in niets te 'Oinidersoheiden zijn vam een kind, dat door beslist ongelooviige ouders ergens ten doop werd gehouden en 'die den Doop als een 'godsdienstige plechtigheid beschouwen.

De heer Dijk vertelt dan verder hoe deze kwestie zelfs op de classis werd besproken!

Merkwaardig is, dat Dr Kuyper zich in dien strijd mengde en natuurlijk de zijde van Ds Littooy koos. Ds Littooy, al had hij een verkeerde voorstelling van de praktij k der vaderen, had z.i. de theorie der vaderen „uitnemend juist" weergegeven.

Wie de geschiedenis onzer kerlien ook maar weinig kent, weet, dat de strijd over het verbond altijd is gevoerd.

Het was Scholte tegen de Cock. Het waren Pieters en Kreulen tegen Joffers. Het was Littooy tegen Kleinendorst. Het was Kuyper tegen Lindeboom en Bos. Het is tegen vult u maar in.

Wanneer zal het Licht der Heilige Schrift, dat straalt over de werkelijkheid des Verbonds zoo klaar worden gezien, dat de verschillen verteren?

Mystiek.

In onze kerkelijke pers wordt zoo nu en dan meer uitvoerig of terloops gesproken over de mystiek.

Misschien doe ik sommigen een dienst met het doorgeven van enkele uitspraken van een paar gereformeerde auteurs, die van dit moeilijke onderwerp meer dan gewone studie hebben gemaakt.

Allereerst iets van Ds P. N. Kruiswijk.

Hij gaf in een artikel, te vinden in het „Gereformeerd Theologisch Tijdschrift" van September 1933, de volgende vijf kenmerken der mystiek:

lo. aan haar is eigen de overtuiging, dat er zonder eenig intermediair bewuste kennis van en gemeenschap met God mogelijk is;

2o. aan haar is eigen de overtuiging, dat die kennis en gemeenschap tot stand komt in den weg van purificatio, illuminatio, contemplatio;

3o. aan haar is eigen de zucht (en de meening, dat aan die zucht wordt voldaan), in dezen weg te anticipeeren op den status gloriae, alsmede de begeerte naar de visio Dei per essentiam en naar de eenheid of vereeniging met God;

4o. aan haar is eigen een zeer nadrukkelijke opvatting van het beeld Gods in den mensch, ten diepste gelegen in den grond of de vonk der ziel, waarin God steeds tegenwoordig is; \

5o. aan haar is eigen een ontbreken of minstens een in de schaduw treden van de idee van het Middelaarschap van Christus, van vergeving der zonde, van rechtvaardigmaking en van heilszekerheid door geloof.

Vervolgens wil ik noemen Dr E. P. Groenewald. Cum laude gepromoveerd aan de Vrije Universiteit. Nu professor in Zuid-Afrika.

In zijn prachtige dissertatie: Koinoonia (gemeens kap) by Paulus, vinden we de volgende stellingen:

Die term „Glaubensmystik" van H. E. Weber vervat 'n onhoudbare teenstrydigheid. En:

Gemeenskap met Christus is volgens Paulus nog mistiek nog geloof, maar 'n geloofsverhouding.

Zijn deze uitspraken juist, dan is de uitdnikking „gezonde mystiek" een contradictio in terminis en „valsche mystiek" een pleonasme.

Een diepgaande, gereformeerde studie over de mystiek zou wel zeer welkom zijn.

We zullen hopen, dat Prof. Schilder zijn rede, die hij in Amerika over dit onderwerp houdt, zal kunnen publiceeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

PERSSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1939

De Reformatie | 8 Pagina's