GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

LITERATUUR EN KUNST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LITERATUUR EN KUNST

9 minuten leestijd

Marnix van St. Aldegonde 1S40'-'1598. ^)

De Nederlandsche natie is geboren bij een opengeslagen Bijbel. Ik kan het ook scherper zeggen, , en dan spreek ik Groen van Prinster& r na: de Nederlandsche natie is geboren uit de belijdenis der kerk. Het is goed, dat we dat willen blij- V e n zien, en het niet verbergen, opdat deze wetenschap verzekerd blijve voor de toekomst. Het is daarom ook goed, bij zijn vierde eeuwgetij Pliilips van Marnix te herdenken, die zijn leven heeft gewijd aan den opbouw van een zelfstandig volksbestaan en daarbij vóór aUes is geweest: getuige van het Woord.

In den tijd, waarin zelfs de dichter van eén der weinige geuzenliederen, die de tiende penning het ware opstandsmotief van velen noemde, getuigt:

Die 'tWoort, der sielen voetsel soet Om draf niet willen derven Becoopen 't met haer roode bloet Of moeten naect gaen sweryen —

heeft, naast anderen, Marnix den Prins van Oranje, dien wij eeren als den grondlegger van ons zelfstandig volksbestaan, tot het Woord gebracht; en het volk, om zijn trouw aan dat Woord met vuun en zwaard vervolgd, tot den Prins!

Marnix zelf is jong tot het Woord gekomen. Geboortig uit een adellijk, Zuid-Nederlandsch, uit Savoye stammend geslacht, dat hooge ambten bekleedde, is hij, veertien jaar oud, naar Leuven gegaan, om daar aan de eerdge universiteit deii Nederlanden, theologie te studeeren. Róómsch nog, vertrekt hij, wemige jaren later, naar de hoogeschool 'te Dole. En daar wordt liij in korten tijd volkomen door het Woord gevangen! Een reis naar Italië voltooit zijn vorming tot wereldwijs humanist, maar vermag liem niet te doen wankelen in zijn prille overtuiging. Op negentienjarigen leeftijd behoort hij tot de eerst-ingeschrevenen van de universiteit te Geneve, die (], alvijns leer over Europa heeft verbreid. Noemt hij Calvijn later een profeet Gods, zelf wordt hij „een schaduw van Calvijn" genaamd.

Maar, de gevangenen van het Woord zullen verdrukking hebben. Na zijn terugkomst in het vaderland leeft hij naar eigen zeggen vier jaren „onder het kruis der vervolgingen". Hij vestigt zich in Oranje's baronie van Breda, waar de door afkomst en milieu voorname toon van zijn huis, en een inkomen van een halve ton 'sjaars hetn niet beletten geloofsgenooten van allerlei stand te ontvangen. Met zijn jonge vrouw gaat hij naar de publieke liagepreek. In 1562 maakt hij, gevaren ten spijt, reizen naar Engeland, waarschijnlijk in het belang der kerken, in het verkeer waarmee hij zijn grootste genot zegt te vinden. Als zijn optreden de aandacht der Brusselsche regeering gaat trekken, wordt hij door Oranje uit de baronie verwijderd, maar door diens broeder Lodewijk teruggeroepen. Bezoek van hagepreek en conventikel leveren straks stof voor Alva's vonnis. Vrijheid voor het Woord, daar strijdt hij voor. Daarop wil hij ook den om een poilitiek motief begonnen strijd van Oranje en Egmont tegen Granvelle allereerst gericht zien.

Wanneer de Prins in 1565 in den Raad van State verklaart: ik ben Katholiek en wil van dien godsdienst niet afwijken, maar toch kan ik niet goedkeuren de gewoonte der menschen om het gploof en den godsdienst der menschen naar hun wil binnen willekeurige grenzen te beperken, mag Viglius — naar de overlevering — verstijven van schrik, Marnix moet, als hij er van hoort, htet licht wel zien dagen.

Maar zijn jonge liefde kan niet wachten. De Prins, voorzichtig en wijs, en godsdienstig nog vrij onverschillig, temporiseert. Als bemiddelaar tusschen adel en consistoriën wordt Marnix met

336 radicaler geest bezield. Hij sluit zich, aan bij het Verbond der Edelen, stelt zelf, als gewapend verzet door den remmenden invloed van Oranje onmogelijk blijkt, het Smeekschrift op, en drukt het spoor van Lodewijk van Nassau en Brederode. Zijn eisch tot openlijke aanvaarding van het „cruyce des Evangeliums" wordt onverbiddelijk nu. Als het afwijzend antwoord de bede om moderaüe der placcalen te smoren denkt, werkt hij vanaf de Antwerpsche Synode voor de openbare preek. De vrijheid voor zijn volk is hem allereerst vrijheid, getuigen van het Woord te zijn!

De beeldenslorm roept hem wakker als penvoerder van den Opstand. Hij keurt de daad niet goed, maar als een lulhersch sclirijver in een heftig libel scheldt op „dien duUen hoop", neemt lüj het aanstonds op voor de geloovigen en hun predikanten in zijn geschrift: „Van den beelden afghe wor p en". Het wordt wel niet gedrukt, maar in een volgend, fransch, geschrift — de „Vr ay e Narration", een Apologie der Protestanten in het jaar 1566 — handhaaft hij zijn argumenten. Wie naar den mutsaard riekt, kaïa op hem rekenen!

Als na den beeldenstorm ook een poging om de vrije predildng van het Woord voor drie millioen goudguldens te kóópen, mislukt, moeten dan toch de wapenen beslissen. De consistoriën te Antwerpen besluiten hiertoe, eind '66, terwijl de adel langzamerhand naar het koninklijke kamp terugkeert. Aan de eischen van het veldwinnend calvinistisch verzetsrecht wordt voldaan door Brederode met de leiding te belasten. 'Marnix wordt schatmeester.

Er volgt een catastrophe. De mede door pi-edikanten verzamelde benden worden, na een mislukten aanval op Walcheren, even buiten Antwerpen, terwijl Oranje de poorten gesloten houdt voor tienduizenden Calvinisten, die te hulp willen snellen, in de pan gehakt. Jan van Marnix, de broer van Philips en aanvoerder, wordt in stukken gehouwen. Brederode vlucht. Marnix, met vrouw en kinderen, volgt hem. Ook de Prins wijkt uit, na weigering van een nieuwen eed. En de getuigen van Jezus Christus klagen:

Hoe groot, o Heer, en hoe vervaerlic stact nu ons leven vol verdriet...

, Mar, nix heeft in den Prins niet den moordenaar van zijn broer gezien, Als balling in Oost-Friesland verkeerepci, blijft ïiij contact zoeken met Lodewijk èn met Willem van Nassau. Al jong bezig met studie van de geestdrijverij, moet hij de doopersche invloeden onderkend hebben, die de door tyrannic zoo zeer verbitterde menigte hel zwaard als louter in dienst der Kerk deden voeren. Dat hij dit niet terstond doorzag en afwees, is niet vreemd. Zelfs Calvijn achtte het in sommige gevallen plicht, op het voetspoor van Augustinus, maar in strijd met zijn eigen leer. De Prins streed uit overtuiging, zij het daartoe gebracht door overwegingen van utiliteit, voor het gelijkberechtigd-zijn der beide godsdiensten naar Franschen trant, doch overwoog daarbij de kansen. Hij had de slachting voorzien, en om erger te voor!komen, zich afzijdig gehouden, bijna ten koste van zijn leven! Maar .wat hij als calvinistisch radicalisme zag, is Marnix gaan zien als doopersch! En daarmee was voor Marnix de politieke opvatting van den strijd theologisch gefundeerd en gaf hij zich hiervoor gewonnen. —

In ballingschap, schrijft hij propagandageschriften voor de actie van den Prins. Ook tracht hij hem steeds ten volle te winnen voor de Kerk'! Anderzijds werkt hij hard voor de totstandkoming van het Convent te Wezel, dat hij persoonlijk bijwoont. De éénheid der kerk is daarbij zijn doe). De preciese Calvinist is verdraagzaam tegenover den Lutheraan, die hem den heiligen oorlog verklaart. De onverdraagzaamheid, der Calvinisten is trouwens een even hardnekkige en toch met alle historische feiten m strijd zijnde legende, als hun kunstloosheid. Was Marnix niet in huis bij een scliwenckfeldiaan, d.w.z. een dweeper, een entliousiast, een der lieden van het „inwendige W^oord", tegen wie hij getoornd heeft, tot de vingers hem om de pen verstijfden?

En bleek Marnix niet, juist in dit jaar, de grootste kunstenaar te zijn, die zijn eeuw ons land geschonken heeft, toen hij al zijn medelijden met dat volk, dat overgelaten was aan Alva, de Inquisitie en de nieuwe bisschoppen, al zijn liefde en al zijn haat uitstortte in het wellicht meest genadelooze strijdschrift van de nederlandsche literatuur, zijn „B' y e n c o r f der Heilige R o o m s c h e Kerke"?

Na vijftig jaren van vervolging stond liicr eindelijk iemand op, die de Roomschen aan kon; die heel de formaüstische denkwereld van de middeiceuwsche scholastiek doorzag en het valsch bedrog der papen van die dagen haatte met een doodelijken haat, ontstoken aan het klare Woord! De Leuvensche doctoren in de heilige godgeleerdheid moeten wel schaamrood gesidderd hebben op hun stoelen, bij het lezen van dit zwaar-satirieke proza, waarin de vermoorde onschuld quasi naar de hel verwenscht, maar in feite tegen hun moordende tj'rannie verdedigd werd!

De geestige opdracht aan den „Eerwaerdighen Heylighen cnde Hoochgheleerden Doctoor ende Magister Noster, Heer Franciscus Sonnius, Vader aller nieuwe Bisschoppen in de Nederlanden" is gedateerd „den 5den Januarij, welcke was dry Coningen avont, als de goede Catholycken hen vrolyc maken, ende roepen: De Coninck drinckt. Int "Jaer 1569". Sonnius had een hatelijk libel geschreven tegen de gemeente te Antwerpen, de eersteling der Reformatie! En een zekere Hervet een brief „aen de verdoolden van den Christengeloove", de ketters.

Daarin had hij de roomsche leer verdedigd. Marnix nu spot met dien advocaat van 'Rome. Hij zal het beter doen. Eu in een boek van achthonderd bladzijden, geheel ingedeeld naar Hervets brief, rafelt hij in een van verholen spot tot barstens toe geladen proza — het schoonste van zijn eeuw in Nederland — gansch de leer der heUige Moederkerk uiteen, die quasi verdedigend. In overmoed geeft hij den ketters de volle maat, citeert een menigte teksten, maar schuift hun leer dan plotseling op zij met een uitroep als deze: „Neen! Neen! dat willen wij ons in eeuwigheid niet laten wijsmaken, dat de Schrift zoO' iets zou leeren; want dan zou de Schrift kettersch wezen!" — om er dan het lot in 't dwaze doorgetrokken roomsche leerstuk voor in de plaats te stellen.

„Slag op slag worden wij verrast door woord, uitdrukking, spreuk, gedachtenwending; door overgangen van stijl en stemming. Een ernstig bewijs struikelt over een enkel, als zonder erg ontvallen, familiaar woord. Een spottend betoog sluit plotseling af met een diep ernstige waarschuwüig; " (Wille). Ge próéft het toonverschil tusschen hartelijke overtuiging en spottenden ernst. Met een voorname geestigheid wordt de roomsche dwaalleer voor het v o 1 k tentoongesteld, maar tevens de zuivere leer opnieuw verkondigd en de gemeente-onder-het-kruis gesterkt. Zoo werd de Byencorf werf boek voor de Reformatie als geen ander; en zeldzaam populair. Want Marnix schreef ditmaal geen Latijn of Fransch, maar de taal van het volk. En met ongekend meesterschap. Hij is grof, hier en daar, naar den inhoud. Maar wijt dat den tijd-van-ontslaan, die heel Europa ia de satire zwelgen deed.

En buitendien: zijn sommige van Vondels hekeldichten minder grof?

Schreef ook niet de fijne calvinistische hoveling Huygens gedichtjes op een gehangene? —

„B i ö u c o r f", siciicrlstc j\ïarnix: Moeder de Kerk leest haar leerstukken van overal samen, als de bijen de honing.

„W espen cor f", scholden de papen. Wat moet dat een geestig man geweest zijn, die zóó de algenocgzaamheid van het Woord te etsen wist!


1) Ter gelegenheid van de Marnix-herdenking, de nationale, ten minste, als ze volgens de goede plannen doorgaat ....Redactie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 augustus 1940

De Reformatie | 8 Pagina's

LITERATUUR EN KUNST

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 augustus 1940

De Reformatie | 8 Pagina's