GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Maria, de moeder van onzen Heere Jezus Christus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Maria, de moeder van onzen Heere Jezus Christus

7 minuten leestijd

(V)

III. IVfARIA EIM ELIZABETH.

„Bij het ontvangen en het ter wereld brengen, bij het opvoeden en zelfs bij het wegschenken en het overleveren van den Zoon Gods schijnt de Heilige Drievuldigheid niets buiten de Heilige maagd tot stand te willen brengen. Alles wijst er op, dat de drie goddelijke Personen hebben besloten in deze nieuwe orde niets zonder Maria te doen^). Op deze wijze wordt in de Roomsche theologie al meer en meer over Maria gesproken. We komen wel in een gansch ander klimaat, wanneer we nuchter lezen, wat in Gods Woord van Maria staat opgeteekend. De Schrift teekent ons Maria als een zeer geloovige vrouw, maar die in haar geloofsleven ten zeerste de hulp en bijstand des Heeren van noode heeft. De Schrift teekent ons niet de Drieëenheid als afhankelijk van Maria, maar Maria in haar afhankelijkheid van den Heere. Daarom heeft de Engel ook gewezen op haar verwante Elisabeth. Maria is na de boodschap van den Engel Gabriel onverwijld gegaan naar de woonplaats van Zacharias en Elisabeth, een niet met name genoemde stad in Judea. De boodschap, die zij ontvangen had, was zóó wonderlijk, dat zij er met niemand over spreken kon, zelfs niet met Jozef. „In hare omgeving kon zij uitteraard moeilijk met iemand over het haar te beurt gevallene spreken. Wie zou haar gelooven? God zelf moest haar weg banen. Doch eene ook zelve wonderbaar gezegende zou haar kunnen gelooven en verstaan. En zelfs bij deze werkte God voor haar en ruimde Hij alle moeilijkheden uit den weg"^). Zoodra Maria bij Elisabeth is aangekomen en haar heeft gegroet, vindt er iets wonderlijks plaats. Het k'nd in EUsabeths schoot springt op. En onmiddellijk wordt Elisabeth vervuld met den Heihgen Geest en roept ze met een groote stem: Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht uws schoots.

Elisabeth blijkt onmiddellijk te hebben doorzien, wat de beteekenis is van de komst van Maria. Ongetwijfeld zal Zacharias haar hebben meegedeeld, dat de komst van den Messias aanstaande was, dat haar zoon de komst van den Messias zou aankondigen. Maar h o e de Messias zou komen, dat wisten Zacharias en EUsabeth niet.

En nu werd haar bij de komst van Maria duidelijk, dat Maria den Heiland onder 't harte droeg. De innerlijke beweging van Elisabeth was een gevolg van het opspringen van het kind in haar schóót. De Heil'ge (Zie vervolg pag. 132).

Geest, die het deel van Johannes was van moeders lijf af, deelde zich.aan zijn moeder mee. En zóó kwam dit woord van Elisabeth tot Maria. Dat zal voor Maria een gróóten steun geweest zijn in haar gelóóf. Zij heeft kinderlijk en eenvoudig den Heere op zijn Woord geloofd. En nu gaat de Heere dat geloof steunen door het woord, dat Elisabeth spreekt en het feit, dat zij meedeelt: want zie, toen de stem uwer groetenis in mijne ooren geschiedde, zoo sprong het kindeken van vreugde op in mijn schoot. Een dergelijk feit heeft den critici aanleiding gegeven aan de historische betrouwbaarheid van deze hoofdstukken te twijfelen en naar het rijk der fabelen te verwijzen^). Maar voor wie de Schriften gelooft is hetgeen Elisabeth overkomen is een feit. We gelooven, dat Johannes reeds in den moederschoot zich over de komst van Christus heeft verheugd. Dat alles heeft de Heere willen gebruiken tot sterking van het gelóóf van Maria. En hoewel Elisabeth de oudere is, erkent zij toch aanstonds in Maria de meerdere. Die meerderheid van Maria ligt niet in haar persoon. Die meerderheid ligt in haiar moederschap. „Van waar komt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt? Elisabeth begroet in Maria de moeder van den Messias. Zij bevestigt het woord van den Engel. En het spreken van de vrouw is meer dan het spreken van den Engel. Want Gabriel is veel, maar Elisabeth is meer. Als een knecht Gods de geboorte van den Messias aankondigt, dat is veel; maar dat een mensch, een kind van God, de geboorte van den Heiland aankondigt, dat is meer. Een kind is meer dan een knecht. Dat Elisabeth spreekt, waar Zacharias moet zwijgen, kondigt duidelijk de nieuwe bedeeling aan, waarin de vrouw niet meer achter zal staan bij den man. Het blijkt ook, dat Elisabeth de kracht kent van Maria's geloof. Want zij prijst haar om haar geloof. Zalig is zij, die geloofd heeft. Maria heeft gestaan en staat door het geloof. Maar dat is geen reden om Maria hemelhoog te verheffen. Elisabeth heeft niet gezegd, gezegend zijt gij onder demenschen, masir gezegend zijt gij o n - der de vrouwen. Onder de vrouwen is Maria gezegend, omdat zij het is, die aan den Messias het leven mag schenken. Dat is een genade, die haar boven alle vrouwen ten deel valt. Om die reden zullen alle geslachten ha^r prijzen.

Maar Elisabeth gaat aanstonds over om den H e e-re te loven, als ze zegt: ant de dingen die haar van den Heere gezegd zijn, zullen volbracht worden. Maria en allen, die gelooven zijn zalig, omdat in de zeef van het geloof Gods weldaden ons déél worden. De volle' nadruk ligt op den Heere en zijn groote daden. Zoowel bij Elisabeth als bij Maria. Want de dochter van David doet niet onder voor de dochter •van Aaron. Heeft Elisabeth den Heere geloofd en geprezen, ook Maria breekt uit in een lofzang. Men heeft uit dezen lofzang ook weer afgeleid, dat deze hoofdstukken van Lucas niet oorspronkelijk konden zijn. Maar terecht maakt J. G. Machen de opmerking: .Waarom zou de moeder des Heeren niet begiftigd geweest zijn met de gave van eenvoudige dichtkunst ? *) Maria was uit Davids geslacht. Waarom zou zij niet iets hebben van Davids geest? De opmerking is gemaakt, dat haar lied zoo weinig persoonlijk karakter draagt. Dat het in zooveel opzichten gelijkt op het lied dat Hanna heeft gezongen (1 Sam. 2 : 1—11). Juist dat eigenaardig schriftuurlijk karakter van Maria's lied pleit voor de echtheid. Zij heeft gezongen als een echte dochter Israels.

Wat opvalt in haar lied is het bewustzijn van de totale omkeering, die de Heere zal te weeg brengen. Dit lied staat in het teeken van strijd, zooals reeds de moederbelofte in het teeken van strijd stond (Gen. 3 : 15). Het zijn haast revolutionaire klanken, die we hier hooren in het magnificat, ware het niet, dat tot tweemaal toe het woord barmhartigheid ons herinnerde, dat hier het Evangelie wordt verkondigd, dat de neerwerping van allen hoogmoed, machtsmisbruik en weelde beteekent.

In het lied van Maria is geen zweem van zelfverheffing. Zij maakt God groot. Zooals Hij zich in zijn verlossende daden in het verleden heeft geopenbaard, zoo zal Hij nu denken aan de belofte, die Hij eenmaal aan Abraham heeft gedaan.

Zij zong met een hart, vervuld van Gods Woord. Wilt ge Maria eeren? Zoek dan Gods Woord van dag tot dag. Zij zong met een hart, dat nederig was voor God en behoefte kende aan verlossing en heil. Wilt ge Maria eeren? Buig u dan met haar voor den hoogen en heiligen God en zoek zijn heil en zijn genade alleen. Zij zong om haar God groot te maken en leidde daarom de gedachten van zichzelf af naar Hem. Wilt ge Maria eeren? Stel haar dan niet in het centrum van uw leven, van uw denken en doen, maar geef Gode en Christus de eer, die Hem toekomt.

Zij zong uit een krachtig geloof-aan de beloften van Gods Evangelie. Wilt ge Maria eeren? Neem gij dan ook die belofte aan van eeuwige zaligheid in den Heere Jezus Christus. En zing met haar van de grootheid van dien God, die alleen wonderen doet^).

K. MEIMA.


1) R. Bernard O.P., Met Maria Mysterie, p. 25.

2) Greijdanus, a.w. I, p. 56.

3) J. G. Machen, The Virgin Blrth, 1930, Ch. XIII en XIV, p. 280—379.

4) A.W., p. 95.

5) B. W. Ganzevoort, a.w. p. 23.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 januari 1951

De Reformatie | 8 Pagina's

Maria, de moeder van onzen Heere Jezus Christus

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 januari 1951

De Reformatie | 8 Pagina's