GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Zending.

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

Zending.

6 minuten leestijd

BIJ WOORDEN, DADEN.

Wanneer we de jaarboeken der vroegere Zending opslaan, dan blgkt duidelijk dat er niet alleen toen reeds Zendingsredenen zijn f.ehouden die nu nog volkomen zouden kunnen dienen, maar ook dat men het niet bij woorden liet, maar. dat zelfs de overheden opwekten tot ijver in het steunen van de zaak des Heeren. Er bestaat een merkwaardig schrijven van koning Jacobus I van Engeland, waarin hij de aartsbisschoppen machtigt de leden derEngelsche kerk uit te noodigen tot hulp in de Zending en andere werken der liefde. De koning wijst er op hoeveel gedaan is om het Engelsch gebied in N.-Amerika uit te breiden en het Evangelie te verspreiden onder de ongeloovigen, wat gelukkig voortgaat en hoop geeft voor de toekomst. De stichters der kolonie Virginia, zegt hij, zijn nu bezig kerken te stichten en scholen voor de kinderen der ruwe heidenen; en dat kost veel geld. Dus moeten de bisschoppen aan geestelijken en leeken de plicht voorhouden om alle hulp en voortgang te geven aan zulk een goed werk, zoo ruim mogelijk. Er moet 4 maal in de 2 eerstvolgende jaren in elk kerspel een inzameling worden gehouden, en 't geld alleen voor 't aangewezen doei gebruikt. Dit is 't eerste officieele stuk van dien aard in Engeland. De inzameling bracht ƒ 50, 000 op, voor dien tijd niet weinig.

's Konings opvolger Karel I beval in zijn charter aan de kolonie Massachusetts in 1628, dat het volk uit Engeland szoo godsdienstig, vredig en geregeld zou bestuurd worden, dat hun goed leven en ordelijk gedrag de inlan , ders mocht winnen voor en leiden tot de kennis van en gehoorzaamheid aan den eeni gen waren God en Zaligmaker des menschdoms en tot het 'Christelijk geloof."

De Puriteinen ontwikkelden zeker niet minder zendingsijver dan de Staatskerkelijken. Dit bleek b. v. tijdens Cromwell. In 1646 begon John Eliot zijn arbeid onder de Roode India nen in Nieuw-Engeland, die zoo groote uitkomsten had. Hij was de uitnemendste zendeling, die Engeland sinds de Hervorming had en die meer dan iemand den zendingsgeest in Engeland, en Noord-Amerika deed ontwaken. Te gelijkerlijd begon Maykew zijn werk onder de Indianen van Rhode-Island. Vijf geslachten door werkten de Maykews tot in 't begin dezer eeuw met groote opoffering en rijke vrucht. Anderen traden in 't zelfde spoor. In de kolonie New-Plymoulh telde men in 1685 reeds 1500 bekeerde Indianen, kinderen er buiten gerekend.

In de i8de eeuw ging het evenzoo en telde men een groep van arbeiders, o. a. Edwards en als meest bekende David Brainerd, al mocht hij slechts vier jaar werkzaam zijn. Dat hij èn in Engeland èn in Amerika zoo grooten indruk maakte, was door zijn godzaligheid, algeheele toewijding en de merkwaardige kracht die van hem uitging.

Het eerste zendinggenootschap in Engeland werd — opmerkelijk! — opgericht onder Cromwell. Hij gaf in 1649 ^^n machtiging tot stichting eener vereeniging, die heeten zou: «Presidenten vereeniging voor de uitbreiding des Evangelies in Nieuw-Engeland." In alle kerken des lands moe.^it voor haar worden ingezameld. Onder de koningen werd dit stuk vernieuwd en als doel der vereeniging aangegeven : »Niet alleen de uiterlijke welvaart en voorspoed dier koloniën te zoeken, maar meer bijzonder het heil en de redding van de onsterfel^ke zielen der inwoners, en het verkondigen van Christus' heerlijk Evangelie onder hen." De vereeniging die slechts ruim ƒ 7000 per jaar inkomsten had, ondersteunde daarmede 12 tot 16 Engelsche en inlandsche zendelingen, die van 10 tot 30 p. st. elk verdienden; ook richtte zij scholen op, gaf boeken en steunde o. a. geldelijk Eliot's bijbelvertaling voor de Indianen.

De 17de eeuw toont ons op 't gebied der Zending stoute soms zeer wonderlijke plannen. In zijn „Verhandeling over den heiligen oorlog'' b. v. klaagt de beroemde wijsgeer Baco (1623) dat »de Christelijke vorsten en machtigen in gebreke blijven het geloof door hun wapenen uit te breiden.'' Hij betoogt hoe een of andere Protestantsche ridderlijke orde (gelijk de oude kruisriddersge. a.) veel dienst in dit opzicht kan bewijzen 1 Ongetwijfeld was dit denkbeeld meer politiek en Roomsch dan Christelijk en heeft de Engelsche wijsgeer en staatsman verstandiger dingen geschreven.

Dan had voorzeker Cromwell, hoe vaak ook gesmaad en valsch beoordeeld, veel juister begrippen van den geest des Christendoms en de middelen om het te verbreiden. Hij toch vormde het plan een Raad te scheppen met het bepaalde doel om het Protestantisme over heel de wereld staande te houden en te verspreiden. »Die raad, " zoo lezen wij, »moet bestaan uit zeven raadsheeren en vier secretarissen van verschillende afdeelingen (provinciën ) Deze waren:

1. Frankrijk, Zwitserland en de dalen van Piemont (die der Waldenzen);

2. De Paltz en andere Calvinistische landen;

3. Duitschland, het Noorden en Turkije;

4. De Oost-en de West-Indien.

De secretarissen zouden elk 6000 gulden per jaar ontvangen en met alle landen briefwisseling moeten houden om te weten hoe het met de godsdienstige aangeleg^heden over heel de wereld stond, opdat elk.goed plan door deze middelen mocht worden gesteund en bevorderd. Zij zouden een fonds van r 20000 's jaars te hunner beschikking hebben voor gewone behoeften, doch zoo noodig zou meer beschikbaar worden gesteld. Zij zouden zetelen in 't College te Chelsey.

Dit stoute plan, volkomen strookend met Cromwells karakter, is ten volle geloofwaardig; tot uitvoering kwam het niet; doch het bewijst hoe ver de gedachten gingen. Trouwens er was groote behoefte aan een krachtiger, wel geor dende wijze van Christianiseering in de kolonies en ter bereiking der verstrooide massa's.

De vroegere koninklijke patenten, die hier over handelden, bedoelden wel voorziening in de geestelijke behoeften van kolonisten en itiboorlingen, maar feitelijk werd er weinig en dit nog onvolkomen gedaan.

De eenige koloniën die er naar streefden Christelijk te zijn en de heidenen te bekeeren, waren de Puriteinsche van Nieuw Engeland, hoe moeilijk 't hun ook vallen mocht. Nergens vond men zooveel besliste Christenen en zoo vrome, ernstige en degelijke. Er werden wel ook door de Staatskerk geestelijken gezonden, hoewel niet genoeg, doch daar zij meestal Indianen, Slaven en kolonisten te verzorgen hadden, was de taak veel te groot voor hun bekwaamheid en ijver. Jegens hun eigen landslieden ontbrak 't hun aan krachtige toewijding en de inlanders werden veracht en verwaarloosd. Zij behoefden zelf opzicht en tucht en die ontbraken. Met hun gemeenten stonden zij niet op dien goeden voet als Presbyterianen en Congregationalisten. Dikwijls lagen ze overhoop met de gouverneurs en raden der koloniën. Ook was er geen geestelijke macht nabij om orde te stellen. Eerstin 1787 werd een koloniale bisschop benoemd. Heel de geestelijkheid van Amerika, Afrika en Azië stond onder de bisschop van Londen. Men begrijpt wat zulk een toezicht uitwerken kon!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 januari 1891

De Heraut | 4 Pagina's

Zending.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 januari 1891

De Heraut | 4 Pagina's

Bladeren