GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de Pers.

8 minuten leestijd

Ds. Dijkstra geeft in zijn brieven naar de Zendingskerk van Antiochië weer wat onze naburen noemen een rondblik over het zendingsterrein :

Gel.! — Het is 1904. Een jaar is weer verdwe nen in den oceaan der eeuwen. Een jaar dat veel zorgen gaf; zeker wel aan alle onze lezers; maar ik denk hier speciaal aan Zendingsdeputaten De Keucheniusschool zat ons dwars, we wilden zoo gaarne vooruit en wij durfden niet, omdat wij bang waren voor financieele ellende. Ik vroeg aan eiken lezer één gulden, maar ik vroeg zeker niet op de rechte manier, ten minste slechts weinigen voldeden aan mijn \eizoek. Toen vroeg ik aan de rijkeren elk een bankbiljet, en weer waren er enkelen, die aan dit verzoek voldeden. Deputaten besloten toen een extra collecte te vragen. Aan dit verzoek heb ben voor zoover ik weet, op het oogenblik dat ik dit schrijf, 450 kerken voldaan en deze collecten hebben een som van ruim f u, ooo opgebracht Bovendien zijn er nog twee of drie meevallertjes. Ds. Westerhuis ontving f 1000, — een legaat uit Velp bracht ƒ 3000, op, de classis Dordrecht z nd een extra-bijdrage van f looo, —, samen ƒ 16000. Daar komt nog bij de ƒ 669, - 'die ik verzameld heb, Ik ben begonnen met te zeggen: wij moeten ƒ 20, 0 o hebben en nu is er bijna ƒ 17, 000 bijeen Prachtig! En waar vinden wij nu de laatste ƒ 3000 — ? Nog ƒ 2000, ben ii jeker van, al ben ik nog niet gemachtigd om te zeggen, waar het vandaan komt. Ik kom dus nog ƒ 1300, te kort. Wie zorgt daar nu nog voor? — Gij zie , de Heere heeft onze zorgen zeer verlicht, ons gemoed zeer verruimd, maar wij hebben toch nog een klein steentje aan onze vleugels, opdat wij niet te hoog vliegen.

Onlangs schreef ik een stukje over de drie talen (Ds. A. zegt liever taaisoorten) op Java en over de kwestie of men in de hooge of lage taal behoort te preeken. Ik zei toen: «Spreekt hij tot zijn gelijke, of tot iemand die in enkele opzichten zijn meerdere is en in andere zijn mindere is, dan gebruikt hij modjo.'' Dr. A. Kuyper Jr. kwam toen op het verrassend idee, dun moesten wij in die taal preeken. Niet in de hooge, niet in de lage, maar in de taal die men tot zijn gelijke spreekt. Toen ik dat las, dacht ik al dadelijk: dat loopt mis! Maar ik dacht ook: Ds. L. Adriaanse is in het land; d.e zal op dit puntje wel ingaan, want hij is, geloof ik, de eerste missionaris, die in het krorao gepreekt heeft De volgende Friesche Kerkbode bracht dan ook al een vrij breed opgezet artikel. Voor mij was daarin nieuw de mededeeling, dat inlandsche helpers in het kromo en de Zendelingen (except de Ger.) in het ngoko preeken. Het laatste artikel van Ds. L. Adriaanse handelde over het preeken in het modjo, en dat werd natuurlijk gewezen van de hand.

Dat spijt mij eigenlijk, hoewel ik het verwacht had, want dat was nu net een voorstel in mijn geest. Als de eene kromo wil en de andere ngoko, dan wil ik er liefst tusschen d or.

Nu kwam Dr. A Kuyper Jr. met een bemiddelend voorstel. Is het niet iammer, dat dit nu niet kan worden aangenomen? Maar ik vrees dat er geen hooger beroep is.

In verschillende bladen vond ik dezer dagen een merkwaardig bericht. Gij weet, dat ons idee Kerkelijke Zending een tijdlang niet een zeker schou derophalen werd begroet. HervoriBde en Luthersche broeders beweerden dat een Zendingsarbeid, die van een vereeniging van geloovigen uitging toch ook kerkelijke Zending was; als het nauw stak nog meer dan een Zending van een georganiseerde kerk want in de kerk waren vele doode leden en de leden van de Zendingsvereeniging wai en allen mannen en vrouwen, die toonden een warm hart te hebben voor de zaak des Heeren. Zij vormen, zoo redeneerde men, de eigenlijke kerk-Maar het kan verkeeren! Dat hebben wij al geruimen tijd gemerkt, en het volgende stukje doet dat ook weer blijken. Lees maar:

»Tengevolge van een besluit der classis Rotter dam van de Nederlandsche Hervormde Kerk, is door het classicaal bestuur eene commissie benoemd, die tot opdracht heeft, na te gaan, hoe er verband gelegd kan worden tusschen Kerk en Zending; of m. a. w. op welke wijze de Nederlandsche Hervormde Kerk zelve door middel harer classis de zaak der uitbreiding van het Koninkrijk Gods het best kan ter hand nemen.

Deze commissie heeft zich nu met een rondschrij ven tot de kerkeraden der Hervormde gemeenten in de classis gew.end, om te vernesnen, of bij deze colleges instemming wordt gevonden met wat zij, op het'oog heeft, en of zij bereid zouden zijn, de aandacht hunner gemeenten op deze zaak te vestigen".

Ik ben wel benieuwd wat hiervan komen zal. Voetangels en klemmen liggen er wel in dezen tuin. Daar ontvang ik een fijn uitgevoerd boekje, uit gegeven te Londen ter gelegenheid van den zilveren geboortedag van de Medical Missionary Association, waar onze Dr, Scheurer zijn medische opleiding ontvangen heeft, en ook Dr. Esser. In een begeki dend schrijven worden die beide «waardige mannen ' nog herdacht. Ik breng ook gaarne hulde aan die inrichting. De opleiding van Dr Scheurer moet wel een uitstekende geweest zijn; aan de vrucht kent men den boom.

Toch deden mij al die Engelsche portretten onaangenaam aan. Er zijn flinke gezichten bij. Maar ik heb moeite om kalm te blijven als ik een portret van een Engelschman zie. Ik gevoel dan een neiging in mij om te schelden: moordenaren! vertrappers van recht en waarheid! enz. En zoo mag ik toch niet; ik moet gelooven dat zij (ten minste de Godvreezenden onder hen) hebben gemeend Gode een dienst te doen, met de Boeren te onderwerpen. Maar o! het is zoo bitter! En het wordt alle dagen bitterder, als men nu nog dagelijks van de ellende leest, die er geleden wordt Toch wil ik voor de Engelschen bidden: «Vader, vergeef het hun, want zij hebben niet geweten wat zededen!" Zoo bad onze Heiland immers ook! En met die bede in het hart, dan kan ik ze ook nog weer de broederband toesteken want er zijn in hun midden toch ook zeker velen, die het oprecht te doen is om de toekomst van het Koninkrijk Gods en die ook een afkeer hebben van alle onrechtvaardig vergoten bloed, dat ten hemel roept.

Een merkwaardig stukje vond ik in de Salatiga-Berichten No. 10. Zendeling Barth schrijft daar van een Javaanschen mantri goeroe (hoofdonderwijzer) van nog al hoogen stand, die zalig gestor ven is. De familie wilde hem niet toelaten aan het ziekbed, maar br. Barth was zoo onbeleefd om toch tot hem door te dringen en toen werd hij met groote blijdschap door den zieke ontvangen. «Ik vond een geopend hart en blijdschap was op zijn gelaat te lezen, ^Is hij Gods Woord hoorde of als ik met hem bad." Hij had het Evangelie gehoord van de Christenen te Blora en zoo was ook br. Barth met hem, in zijne gezonde dagen, in aanra king gekomen. Op het laatst van zijn leven, toen hij reeds bijna stervende was, voerde zijn familie hem nog weg naar Solo, om hem aan den invloed des Evangelies te onttrekken.

Zoo komt op Java ook langzame; hand de tijd dat wij de vraag zullen moeten behandelen, of een ongedoopte zalig kan worden. In Engelsch Indië is die vraag al lang aan de orde. Daar zijn honderden, die wel gelooven, maar die n et geen middel te bewegen zijn tot dien grooten stap : deii Doop. Het is gemakkelijk genoeg om er met een franschen slag zich af te maken, en te zeggen: Het Christendom van iemand, die de smaadheid van , Christus niet wil dragen, is mij niets waard. En het is even gemakkelijk scliouderophalend te vragen: Zou dan zoo'n beetje water iemand zalig maken ? Maar het is niet gemakkelijk om de vraag te beantwoorden, zooals hij zich in de praktijk herhaaldelijk voordoet. Stelt u voor. Twee mannen, A en B zal ik ze noe men. A geeft om zijn familie en om zijne vrienden zoowat niets en laat zich zonder bezwaar doopen. Maar gij merkt niet veel diepte bij hem. B kan zich niet losrukken van vader of vrouw - en kinderen, hij lijdt er bitter onder, hij bidt er dagelijks om tot den Heere; maar het ofifer is te groot. Wie van de twee is u het liefste? Bij wien merkt gij het meest van waarachtig Christelijk leven? Wien zegt gij in uw gemoed den hemel toe? Gelukkig, het oordeel is in de hand onzes Gods. Maar de vraag: kan een ongedoopte zalig worden? doet zich toch telkens weer voor. Jezus zegt: die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn.

Op ons Zendingsterrein is de vraag vermoedelijk nog niet urgent. Helaas! Vaartwei!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 februari 1904

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 februari 1904

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken