Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

KUYPER-BIBLIOGRAFIE.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KUYPER-BIBLIOGRAFIE.

6 minuten leestijd

CI.

door J. C. RULLMANN.

79. Tractaat van de Reformatie der Kerken, aan de zonen der reformatie hier te lande op Luther's vierde eeuwfeest aangeboden. Amsterdam, Höveker en Zoon. 1883.

In 1882 was te Amsterdam onder den naam van Broeder kring een club van geestverwante kerkeraadsleden opgericht, die, op den grondslag van de Drie Formulieren als Acaoord van kerkelijke gemeenschap, eer men in den kerkeraad beraadslagen, besluiten of stemmen ging, zich onderling beraadde over de te volgen gedragslijn. Vele van deze avonden waren voor lezingen over Ker'krecht bestemd. Zoo hield Dr Kuyper daar referaten over de Reformatie der Kerken; desverkiezende gevolgd door debat. En het was ongetwijfeld met zinspeling hierop, dat hij reeds in De Heraut van 5 Februari 1882 het voornemen te kennen gaf om het geheele stuk van de reformatie der kerken, gelijk onze vaderen dat noemden, in een afzonderlijk tractaat in samenhang te bespreken.

Bedoeld tractaat nu verscheen in October 1883, op zwaar oud-hollandsch papier en in perkamenten omslag, voorzien van deze opdracht: „Aan Jonkheer Meester P. J. Elout van Soeterwoude, den langst ons gegunde van het edel drietal, dat uit 's lands raadzaal vorst en volk in Kerk en Staat •terugriep naar het Woord des Heeren, wordt dit tractaat over de reformatie der kerken, aan den avond zijns levens, met dankbare hulde opgedragen door den schrijver".

Dan volgt een voorrede, waarin dit Tractaat wordt aangekondigd als een openlijk blijk van ongeveinsde hulde aan • de nagedachtenis van Luther, die zeker niet het minst geëerd wordt door een tractaat, dat handelt over de reformatie dierzelfde kerken, wier reformatisch leven in den groeten Hervormer zijn oorsprong vond, en een bewijs tevens, dat de voorsteUing geheel onjuist is, alsof Gereformeerden altijd bezield zouden zijn met kleingeestige enghartigheid en alleen nog een hart hebben voor wat gevonden wordt in hun eigen kring.

Het is een werk van studie; dat hier aangeboden wordt. Hoewel duidelijk en als voor het volk geschreven, draagt het toch de sporen van diepgaand onderzoek op het voorhoofd. En de schrijver voorzag terecht, dat zijn werk, hoewel slechts ©en flauw schaduwbeeld van wat'een „handboek.voor gereformeerd kerkrecht" behoort te zijn, toch in die richting vooreerst dienst zou moeten doen.. Met het oog daarop was het dan ook ^oed, dat er het volgend jaar ook een minder kostbare en meer handige uitgave van dal Trictaat het licht zag.

Het werk is verdeeld in vier hoofdstukken.

Het eerste handelt over de algemeene beginselen, die het kerkelijk wezen beheerschen, over de reclate forme der kerk, over het vierderlei gezichtspunt, waaruit de ééne kerk kan beschouwd worden, over het Woord Gods als heel het leven der kerk beheerschend, over het koningschap van Christus in de kerk, en, over de wijze, waarop' Christus dat koningschap, behalve door Zijn Woord en Geest en wereldbestuur, in de kerk uitoefent door het .ambt, dat, oorspronkelijk in het apostolaat één, straks in deze drie: leer-, regeeren ambt der tafelen, uiteenvalt.

Het tweede hoofdstuk bespreekt de Formatie der Kerken, en toont aan, hoe een formatie der kerk in haar zichtbare verschijning tot stand komt, hoe het wezen van zulk een zichtbare kerk alleen ligt in de onzichtbare, hoe elke plaatselijke kerk in zichzelve het wezen eener kerk heeft, en uiterlijk verband met andere kerken alleen berusten kan op' confoederatie. Verder wordtniteengezet dat het gezag eener zichtbare kerk alleen berust bij Christus, die het echter middellijk uitoefent door het ambt, en wel, essentieel door het ambt aller geloovigen, organisch door de dienaren. En nadat in een schoone paragraaf de verschillende stelsels van kerkregeering besproken zijn en de eigenaardigheid van het Gereformeerde is aangewezen, wordt verder de aandacht gevestigd op het gezag en de beteékenis van elk deE ambten afzonderlijk, en op de inwendige regeling der kerk zelve en haar verband met andere kerken.

In het derde hoofdstuk komt ter sprake de Deformatie der Kerken, waarvan, nadat eerst de onvolkomene kerkformatie besproken is, de oorzaak en de verdere ontwikkelingsgang wordt aangewezen, zoodat een eerst ware kerk allengs door allerlei stadiën van verbastering heen, in een valsche kerk kan overgaan.

Het vierde hoofdstuk handelt over de Reformatie der Kerken. In den ruimsten zin genomen is het een brengen van waarheid en heiligheid in de plaats van leugen en zonde, en sluit dan alzoo ook in de doorga, ande verlichting en den wasdom in heiligmaking. Toch wordt het woord gewoonlijk in gnger zin genomen, in den zin yan genezing van de wonden, , herstelling uit ziektetoestanden. Reformatie onderstelt dus deformatie, d.i. niet een onvolkomen A^orm, maar bepaald misvorming, wangestalte. Deze reformatie in enger zin is echter weer drieërlei: en wel reveil genoemd als alleen de ingezonken kracht moet opgewekt; kerkherstel, als ingeslopen ziektestof moet uitgedreven; en reformatie in den engsten zin, als gewelddadige, kunstbewerking moet aangewend worden. Nadat' nu eerst nog is aangewezen, dat elk'e reformatie rechtstreeks God tot auteur heeft en hebben moet, worden vervolgens deze drie soorten van reformatie na elkander en afzonderlijk besproken. Treffend is daarbij de opmerking, dat dte medische weg niet staat tegenover den juridischen, maar tegenover den chirurgischen. Deze mag echter nooit bewandeld, dan nadat alle andere wegen zijn afgeloopen en die van geleidelijk kerkherstel beproefd zij. Bij het inslaan van den chirurgischen weg, bij het ter hand nemen van reformatie dus in den engsten zin, wier algemeen karakter is: breuke met het bestaande, kan 'drieërlei gebeuren: lo. men k'an als gemeente of als deel eener gemeente breken met de bestaande organisatie: , en een doleerende kerk oprichten; 2o. Het tweede geval dat zich hier kan voordoen, bestaat in breuke met het kerkverband. Van dezen aard waren de hervormingen van 'Luther, Zwingli, Calvijn enz.; 3o. De derde soort van reformatie in den engsten zin, door breuke met de bestaande kerk, is de ernstigste van allen. Dan .toch komt men voor de vraag te staan, of de eens ware kerk in de valsche is omgeslagen. Daarom wordt nu verder gehandeld over de onderscheiding van beide. Vervolgens wordt de reformatie nog beschouwd in tegenstelling met legitimisme en revolutie. In een afzonderlijke paragraaf van de reformatie en de overheid k'omt de bekende zinsnee uit Art. 3S ter sprake. En nadat dan gehandeld is van de reformatiën die tot stand kwamen, en heur onderscheiden karakter, eindigt het tractaat met de reformatie, die in de Gereformeerde Kerl^en dezer landen, thans dient ondernomen, waarbij intusschen de weg van ~inbezitneming der Hoogere Besturen ontraden wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1924

De Reformatie | 8 Pagina's

KUYPER-BIBLIOGRAFIE.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1924

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken