GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

PERSSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PERSSCHOUW

13 minuten leestijd

MOEITEN EN ZORGEN IN DE CHR. GEREF. KERK VAN N.-AMERIKA.

Aan insiders was het reeds lang bekend, dat in de Chr. Geref. Kerk in Noord-Amerika gedurende de laatste jaren allerlei gevaarlijke spanningen waren ontstaan.

Vooreerst openbaarde zich daarin een sterk om zich heengrijpend verwereldlijkingsproces. Het amerikanisme, dat zich vastbijt en zijn levensgenot zoekt in dollars en plezier, tastte ook velen in die kerken aan. Wie een tijd lang meer dan oppervlakkig in de gemeenten verkeerde, werd diep ongerust over de cnt-Geestelijking en de vervJakking van het leven daarin. Het waarlijk gelovig bezig zijn met de strijd tegen de zonde en de worsteling van de kerk en het koninkrijk Gods wordt zeldzamer. En de prediking, die zich blijkbaar instelt op het steeds onkundiger wordend gehoor, verliest al meer haar diepte en kracht.

Bovendien ontstond in de laatste jaren een steed.s sterker wordende cóntrovers tussen een groep leiders, die met vreugde de in 1924 door de Chr. Geref. Kerk aanvaarde gemene-gratie-leer in al haar consequenties wilde toepassen en dus ijverde voor een zeer ver gaande assimilatie aan „de wereld" èn een andere groep, die voor de ontstellende consequenties van de leer der algemene genade terugdeinsde. Het kwam zelfs zó ver, dat deze linker- en rechtervleugel van de amerikaanse Chr. Gereformeerden naast en tegenover de. officiële organen van hun kerk — De Wachter en The Banner — elk een eigen orgaan in het leven riepen.

En tot overmaat van ramp werd eveneens overal in de gereformeerde wereld de hiërarchische tendenz in deze kerk steeds sterker. Nog veel erger dan in Nederland wordt de Chr. Geref. Kerk van het democratische

Amerika van boven af gemassregeld en beheerst.

Het is nu deze zomer tot een zeer ernstige crisis in deze Chr. Geref. Kerk gekomen. Niet minder dan vier van de z e s hoogleraren van de Theologische Hogeschool dezer kerken werden door de generale synode afgezet.

We willen enkele persreacties op dit uitermate belangrijke besluit hier weergeven.

Allereerst de officiële mededeling omtrent deze afzetting, zoals deze door de synode zelf aan de kerken werd rondgezonden.

Ze luidt als volgt:

De synode van 1952 doet de volgende gewichtige mededeling aan ons volk:

1. De synode besloot Dr William Rutgers en Dr William Hendriksen i), wier ambtstermijn verstreken was 2), niet opnieuw te benoemen.

2. De synode besloot tevens de nog niet verstreken ambtstermijn van Prof. George Stob en Prof. Harry U. Boer te beëindigen (en dus hun diensten op te zeggen).

3. De synode nam de bovengenoemde besluiten na zorgvuldige en biddende overweging van het advies van het College van Curatoren, de commissie van onderzoek benoemd door de synode van 1951, van onze eigen advies-commissie en na aan alle leden van onze theologische faculteit de volle gelegenheid te hebben gegeven zich uit te spreken. Vele uren en zelfs dagen van alzijdige en vrije discussie waren gewijd aan ieder aspect van de situatie waarin de Theologische School zich bevindt, een situatie zo ernstig, dat zij het aanzien van onze Theologische School schaadde, een atmosfeer schiep, die nadelig was voor de vorming van onze toekomstige predikanten, en de vrede en het welzijn van onze kerken bedreigde. Na deze lange en biddende overweging en vóór de betekenisvolle stemming zocht de Synode opnieuw de troon der genade in een ernstig smeekgebed om goddelijk© leiding.

4. Zo spoedig mogelijk zal de kerk op de hoogte worden gesteld betreffende nieuwe benoemingen of tijdelijke voorzieningen, welke de Theologische School in staat zullen stellen ook gedurende het komende jaar op behoorlijke manier te functionneren.

Wij vertrouwen, dat onze kerkeraden en al onze mensen deze mededeling zullen ontvangen met medegevoel en begrip voor de geweldige problemen, ' waarvoor de synode geplaatst werd en in rustige erkenning van het gezag dat Christus in zijn kerk heeft ingesteld. We doen deze mededeling in het vertrouwen en de zekerheid dat er in onze huizen en overal in onze gemeenten een ernstig en ononderbroken gebed zal zijn voor ons Calvin College ^) en onze Theologische School van wier geestelijke kracht in zo grote mate het welzijn van onze Kerk afhangt.

HERMAN BEL, , Praeses.

PETER G. HOL, WERDA, Ie Scriba.

Tot zover deze mededeling.

Men merkt tot zijn grote verbazing, dat de kerken officieel volkomen onkundig worden gehouden omtrent de oorzaken van het conflict en de „zonden" van de afgezette hoogleraren.

In een totalitair geregeerde staat of kerk kon men het niet slechter doen in dit opzicht.

Een beroep op de door Christus in de kerk gelegde macht is z ó niets anders dan ontstellende menselijke machtsusurpatie.

Nadat het bovengenoemde officiële bericht aan de kerken verzonden werd verscheen in „The Banner", het officiële orgaan van de Chr. Geref. Kerk een artikel van de hoofdredacteur Ds H. J. Kuiper onder de titel: „The Seminary Situation". We nemen daaruit in vertaling het volgende over:

, We schrijven de volgende regels met een bezwaard hart. Ze verhalen van een reeks gebeurtenissen in de jongste geschiedenis van onze kerkelijke denominatie, die wij beschouwen als de meest tragische voorvallen uit geheel onze geschiedenis. Vier van de zes professoren van onze geliefde Theologische School werden ontslagen. Nauwkeuriger gezegd: de twee, wier ambtsperiode was verstreken. Prof. William Hendriksen en Prof. William H. Rutgers, ontvingen geen herbenoeming; de diensten van de andere twee. Prof. Georg Stob en Prof. Harry R. Boer werden beëindigd. Deze handeling van onze synode heeft inderdaad geschiedenis gemaakt. Voorzover wij weten, is in enige kerkelijke denominatie iets dergelijks, dat nl. twee derde van een theologische faculteit tegelijkertijd uit het ambt werd ontzet, nog nooit tevoren geschied.

Het is wel niet noodzakelijk mee te delen dat wij in dit verslag niet onze persoonlijke reacties op de toestand van de Theologische School of op de genomen besluiten weergeven. Wij trachten zo objectief mogelijk te zijn in het weergeven der gebeurtenissen en het werpen van licht op wat geschiedde èn op de besluiten.

Daar al de zittingen, waarin de synode zich met deze situatie bezig hield comité-zittingen (executive-sessions) waren, is er, behalve wat de synode zelf bekend heeft gemaakt, niet veel dat wij onze lezers kunnen vertellen. En toch schijnt enige uitleg noodzakelijk te zijn in aansluiting op de officiële mededelingen, die reeds zijn gedaan. Onze mensen zijn verbijsterd. Of zij veel of weinig hebben gehoord, zij zijn niet bij machte feiten van geruchten te onderscheiden De kern ervan vindt men in de volgende woorden, die onderstreept waren tn het afschrift dat de synode ons gaf. (Ds Kuiper citeert dan de woorden, die ook wij in de officiële bekendmaking der synode hebben onderstreept — C. V.).

We moeten erkennen, dat indien de vier mannen, die er direct bij betrokken zijn, alle schuldig waren vanwege ketterij of ernstig wangedrag, deze woorden ook geschreven konden worden. Zij zijn ook zeer algemeen gehouden, natuurlijk opzettelijk. De synode wilde de gevoelens van de betrokkenen ontzien, de gemoederen van onze mensen kalmeren en tegelijkertijd de nadruk leggen op de ernst van het probleem en haar drastische daad rechtvaardigen.

Om die reden voelen we ons gedrongen te zeggen, om der wille van de eer van de mannen die er bij betrokken zijn en het welzijn van onze kerk, dat de synode geen enkele van de betrokkenen afzette op grond van valse leer of wangedrag. Deze mannen bezitten nog steeds hun volle rechten en eer als predikanten bij de Christelijk Gereformeerde Kerken en zijn beroepbaar

Alles wat we hier kunnen zeggen over de aard van de situatie der Theologische School is dat een „felle twist" (Sharp contention) ontstond tussen de leden van de faculteit betreffende zaken van beleid (matters of policy). Aan de ene kant stonden de professoren Volbeda. Wijngaarden, Hendriksen en Rutgers. Aan de andere kant de professoren Stob en Boer. Het gemis aan overeenstemming leidde tót tegenstelling en vervreemding (controversy and estrangement). Het vorige jaar benoemde de synode een commissie van onderzoek om de zaak in al haar vertakkingen te bestuderen. Aan deze commissie werd opgedragen direct aan de synode te rapporteren maar haar bevindingen ook mee te delen aan het college van curatoren. Wat de toestand nog gecompliceerder maakte was het feit, dat de bevindingen van deze beide lichamen en van de adviescommissie der synode niet gelijk waren. Inderdaad, er was een in 't oog vallend verschil tussen de verschillende adviezen.

De synode kreeg ook nog te doen met een aantal andere stukken, betrekking hebbend op deze zaak. Bén classis verzocht „de hele kwestie van de benoeming der professoren aan de Theologische School" opnieuw in studie te nemen. Een kerkeraad vroeg om nauwkeuriger onderzoek en toenemende waakzaamheid ten aanzien van de geloofsovertuigingen, en andere inzichten, sympathieën en standpunten van toekomstige professoren en leraren en van de tegenwoordige professoren en leraren op Calvin College en de Theologische School...." Een Classis diende een soortgelijk voorstel in. Ben andere Classis „drong er bij de synode op aan alles wat in haar vermogen ligt te doen om een einde te maken aan de ernstige en betreurenswaardige toestand van de Theologische School." Eén kerkeraad verzocht de synode om „nauwkeurig de hand te houden aan de regelen voor het benoemen van professoren aan de Theologische School, vooral aan de regel, die de publieke bekendmaking van de nominaties vereist."

Er waren ook mededelingen en verzoekschriften van professoren, studenten en andere individuele personen. Eén verzoekschrift was ondertekend door 167 leden, een ander door 37, nog weer een ander door 131. Getuigschriften ten behoeve van bepaalde professoren, ondertekend door een aantal studenten waren eveneens aanwezig. Geen van deze verzoekschriften werd door de synode geapprecieerd. Zij verklaarde ze onontvankelijk, hetzij omdat ze niet in de juiste kerkelijke weg ter synode kwam (d.w.z. via classes of kerkeraden) of omdat zij hadden moeten worden gericht aan het College van Curatoren. Zij besloot tevens: „De synode betreurt het zeer, dat zulke praktijken van het laten circuleren van verzoekschriften in onze kerken en door onze leden nagevolgd worden. De synode keurt zulke praktijken ten strengste af."

Laten we vermelden dat aan de vier professoren, die van de Theologische School verwijderd werden de gelegenheid werd gegeven om zich te verdedigen. Zij waren evenwel niet Eianwezig toen de synode beraadslaagde en besliste over de adviezen van de adviescommissie tot hun verwijdering.

Het zal wellicht goed zijn om ten besluite op te merken dat er een groot verschil van inzicht was onder de afgevaardigden in hun waardering van de moeilijkheden. Dat geldt eveneens van anderen, die geen afgevaardigden waren maar die toch enige kennis van de feiten hebben. Sommigen denken dat dit louter een persoonlijk gekibbel (squabble) was over tamelijk onibelangrijlce dingen. Anderen menen dat belangrijke kwesties in geding waren. Br was geen overeenstemming tussen de afgevaardigden omtrent de wortels van de moeilijkheden, noch over de ware betekenis en de omvang daarvan. De synode poogde niet deze verschillen van mening op te lossen. Zij hield zich hoofdzakelijk bezig met de vraag hoe het geschil (the controversy) beëindigd kon worden, teneinde de School voor verdere verscheuring te bewaren, en de harmonie en vrede in de kerk te herstellen. De meerderheid was van oordeel, dat de enige manier om dit alles te doen was het nemen van de radicale maatregel om vier van de mannen, die in het geschil (dispute) gewikkeld waren te verwijderen.

De synode zag de toestand donker in. De tijd zal leren of haar besluiten de gewenste uitwerking zullen hebben. In eik geval, laten wij ter harte nemen de slotwoorden van de officiële aankondiging van de synode „dat er in onze huizen en overal in onze gemeenten een ernstig en ononderbroken gebed zal zijn voor ons Calvm College en onze Theologische School van wier geestelijke kracht in zo grote mate het welzijn van onze kerk afhangt.

Tot zover Ds Kuiper.

Voor wie het alleen van deze gegevens hebben moet, blijft de zaak duister.

En een heirleger van vragen rijst in hem op!

Inderdaad, wat in Grand Rapids geschiedde is verbijsterend — ook voor ons in Nederland. Wij denken aan de historie van de oude Afgescheiden emigranten. Uit hun sterk geloof is de Chr. Geref. Kerk in Amerika gegroeid. En we vragen ons af: wat zal van deze kerk worden? Wat we horen is zorgwekkend. Het wordt al zwaarder om alléén uit het Woord te leven en niets te begeren dan de gemeenschap met en de gehoorzaamheid aan de levende God. Zo nodig met offerande van alles. Het begint er al meer op te lijken, dat 1924, het jaar waarin de gemené-gratie-leer als officiële kerkleer door de Chr. Cïeref. Kerk werd aanvaard, een fataal keerpunt wordt in de historie van deze aan Holland zo nauw verwante kerk.

We nemen in verband met de misère aan de Theologische School van de Chr. Geref. Kerk in Amerika tenslotte nog enkele opmerkingen over welke we in „Concordia", het bekende blad uit de kringen van de Prot. Ref. Churches, aantroffen.

Daarin schrijft Ds van Weelden speciaal over de vervanging van de vier afgezette hoofleraren. En we lezen dan dit:

Al de benoemingen waren slechts voor één jaar, uitgezonderd die van Dr Berkouwer, de professor in de Dogmatiek van de Gereformeerde Kerken in Nederland, welke benoemd werd om Dr Rutgers in de leerstoel voor de Dogmatiek op te volgen. (Berkouwer heeft reeds bedankt). Daar Prof. Volbeda met emeritaat gaat, werd de geëmeriteerde Prof. R. B. Kuiper van Westminster Seminary, vroeger president vEin Calvin College, gekozen voor de leerstoel voor de Practi- Bche Theologie. De leerstoel voor Ethiek en Apologetiek, die vacant werd door de ziekte en het emeritaat van Prof. Clarence Bouma, die verpleegd wordt in Plne Rest, werd toevertrouwd aan Dr Henry Stob van Calvin College. Dr Ned Stonehouse, eveneens' van het Westminster Seminary, werd gekozen om Dr Hendriksen te vervangen. Dr John Krommlnga, predikant van de Christelijk Gereformeerde Kerk in Grand Haven werd benoemd voor de leerstoel voor Kerkgeschiedenis, vroeger bezet door Dr George Stob. Br werd niemand tienoemd voor de leerstoel voor Zending, die toevertrouwd was aan Dr Boer. Het is opmerkenswaard dat drie van de vijf benoemden , , van buiten" komen, zoals dit ook 't geval was met Prof. van Til van Westminster, die voor de benoeming hem aangeboden door de vorige synode bedankte. Verschillende verklaringen zouden kunnen worden gegeven over dit belangrijke feit, maar we zullen ons publiek aan geen enkele wagen. Of de operatie succes heeft, moet afgewacht worden. Hoewel volgens vele geruchten het geval van , , persoonlijke aard" is of , , een kwestie van personen", schijnen er diepere oorzaken te zijn. Indien dit het geval is, zal ongetwijfeld de kwestie opnieuw aan de orde komen, en- misschien ergens anders. Wij zouden niet verrast zijn indien dat , , ergens anders" het College is, waar de wateren geenszins kalm en helder zijn en dat reeds enige tijd niet waren. Het gaat daar ten diepste om de


1) Van deze Dr Hendriksen verscheen o.a. een verklaring van de Openb. van Johannes welke onlangs in nederlandse vertaling bij Kok in Kampen werd uitgegeven.

-) In de Chr. Geref. Kerk worden de professoren van de Theol. Hogeschool aanvankelijk voor een bepaald aantal jaren benoemd. Daarna volgt. Indien ze voldoen, een benoeming voor het leven.

3) Dit is een instituut voor middelbaar onderwijs, ongeveer gelijk aan onze lycea, dat eveneens door de Chr. Geref. Kerk wordt in stand gehouden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 september 1952

De Reformatie | 8 Pagina's

PERSSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 september 1952

De Reformatie | 8 Pagina's