GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

6 minuten leestijd

OOST EN WEST.

IX.

EEN BLIK IN 'T ROND.

Eer we verder gaan zal het noodig zijn, tot recht verstand van hetgeen volgen moet, eens te zien, hoe het er destijds in het westen van Europa uitzag.

In ons vaderland stond aan het hoofd der zaken de stadhouder prins Willem III, die toen een 40 jaar oud was. Hij was het die op 22 jarigen leeftijd, ons land met Gods hulp gered had, toen de Franschen, Munsterschen en Keulsche benden, Nederland van drie zijden bestookten, terwijl Engeland ons ter zee trachtte te fnuiken. Hij was het ook, die 6 jaar lang den oorlog tegen Frankrijk leidde, tot die met een eervollen vrede sloot.

Zwak van lichaam was hij sterk van geest. Hij ontzag zich zelf nooit, was voor niets bevreesd, en hoewel geen dag recht gezond, was hij een jager en krijgsheld en daarbij een uiterst schrander en ervaren staatsman. Dit had zeker in der tijd Jan de Wit reeds bespeurd, die voor niets zoozeer vreesde, als dat de prinsen van Oranje weer stadhouders zouden worden. Toch was het geschied, en de zoo schrandere knaap van weleer toonde nu als man, hoe goed het hem geweest was het juk in zijn jeugd te dragen.

Thans echter droeg hij geen juk maar een kroon, ja zelfs twee: een als prins en een als koning, koning van Engeland. Ploe hij tot dit laitste kwam moeten we vooral weten.

Willem III was gehuwd met een vrouw die Maria heette, de dochter van Jacobus II, koning van Engeland.

Deze Jacobus nu was een vorst, die bestemd

scheen zijn eigen ondergang te bewerken. Reeds als prins had hij zich bij het volk gehaat gemaakt, door, hoewel in de leer der Hervorming opgegroeid, de dwalingen van he pausdom te omhelzen en een Roorasche vrouw te trouwen. Toen hij nu later zelf koning werd, trachtte hij zooveel doenlijk de Roomschen te begunstigen, op een wijze, die geheel met de wel streed, ja den godsdienst van den staat, den Protestantschen, te veranderen, en regeerde naar wille keur. Er ontstond een opstand tegen hem, waarvoor hij op vreeselijke wijze wraak nam. Dit deed de verbittering des volks stijgen, die nog toenam, toen hij aan de Roomsche kerk een vrijheid wou geven, die met de staats wet streed.

Daar hij echter geen kinderen had, troostte men zich met de gedachte, dat na des konings dood — hij was niet jong meer — zijn Protes tantsche dochters Maria en Anna aan de regeering zouden komen. Doch onverwacht hoorde men, dat den koning een zoon was geboren. Vele verklaarden dat dit kind slechts een aangenomen of ondergeschoven kind was, 'twelk later zijns vaders werk moest voortzetten, en het volk besloot toen, zich aan de dwingelandij van Jacobus te onttrekken.

Hiertoe nu wendde men zich tot onzen prins Willem III, den voorvechter van het Protestantisme en der vrijheid in Europa. Hij zou het geloof en de vrijheid van Engeland — ja gelijk later bleek van veel meer — redden. Met een vloot en een aanzienlijke krijgsmacht stak hij in zee, landde 5 Nov. 1688 te Torbay in Engeland en werd met gejuich ontvangen. Het schip waarop hij overvoer droeg het opschrift: „Voor den Protestantschen godsdienst en de vrijheden van Engeland. Je maintiendrai." 't Baatte Jacobus nu niet meer, , dat hij al zijn besluiten herriep en de vrijheid scheen te willen handhaven. Zelfs het leger en de vloot lieten hem in den steek. Hij moest vluchten naar Frankrijk en werd van den troon vervallen verklaard. Willem en Maria werden uitgeroepen tot koning en koningin van Engeland.

De verdreven koning, die in Frankrijk vriendelijk was ontvangen, beproefde nog wel zijn rijk terug te erlangen maar vergeefs. Hij stierf in Frankrijk in 't jaar 1701.

In dit laatste rijk regeerde toen koning Lodewijk XIV. Deze trotsche, heerschzuchtige en ontuchtige koning had ons vaderland, gelijk ge weet, reeds veel kwaads bsrokkend. Hij zag ook niets liever, dan dat de twee Protestantsche mogendheden, Engeland en Nederland, elkaar bestreden, wijl zij daardoor zwak werden, en Frankrijk dan in macht boven hen stond. Hij had koning Jacobus op alle wijs gesteund, ten einde zoo ook in Engeland invloed te oefenen en tevens het pausdom te helpen. Geen wonder dan ook, dat hij den verdreven koning ontving en herbergde, maar ook dat Lodewijk XIV nu zoowel met Nederland als met Engeland in oorlog raakte. Onze prins Willem III is trou wens heel zijn leven door degroote vijand en bestrijder geweest van den Franschen koning en heeft daardoor de vrijheid van geloof en land bewaard.

Er ontstond nu een oorlog met Frankrijk, waartegen Nederlanders en Engelschen samen streden. Er werd gevochten te land en ter zee. Bij Kaap La Hogue werd de Fransche vloot vernietigd. Eindelijk kwam in 1697 de vrede tot stand; te Rijswijk werd die gesloten. Onze prins Willem werd door Frankrijk als koning van Engeland erkend.

Gij ziet vrienden, het was een tijd van groote beweging, ja beroering onder de volken en ons vaderland speelde daarbij een hoofdrol. Er waren echter nog meer landen in betrokken, zoo als die onzer Duitsche naburen. Doch 't zou ons te ver afleiden daarover te spreken. Wat ik nu vertelde was noodig te weten om de reden die ik al noemde, maar doet u ook zien hoezeer in den grond der zaak, ook al deze oorlogen en beroeringen een strijd waren voor geloof en vrijheid, gelijk zoo menig groote oorlog in Europa gevoerd.

Denk maar eens aan den tachtigjarigen in Nederland, den dertigjarigen in Duitschland.

Maar waarheen zouden onze uitgewekenen nu hun schreden wenden? Na veel overwegens kwam men tot het besluit, dat het best zou zijn naar de Nederlanden te gaan. Daarvoor waren verschillende redenen. Een daarvan was, dat in Nederland thans zoo vele geloofsgenooten woonden, die eveneens Frankrijk waren ontvlucht. Daarbij had graaf De Raye steeds de vriendschap met den Waal schen predikant te Amsterdam onderhouden, en bovendien was Nederland destijds om zoo te zeggen het brandpunt der groote gebeurtenissen, die we zooeven hebben leeren kennen. Wat den graaf en de zijnen nog meer dreef naar ons vaderland te gaan, zuilen we later zien.

Er is een oud HoUandsch gezegde dat luidt: „Wie sonder liefde werd aengenomen, scheydt sonder droefheyt." Maar de graaf en de zijnen ervoeren nu, dat het laatste ook 't geval kon zijn, al is het eerste niet zoo. En juist dit msakte hun het vertrek uit Denemarken zoo smartelijk, waar ze overigens niets of niemand achterlieten, waarover of over wien ze zouden treuren. Veeleer gevoelden althans de gravin en haar dochters hun hart verlicht, toen de dag der afreis kwam en het schip gereed lag. De graaf en zijn vrouw echter waren tevens ernstig ja somber ge stemd. Zij hadden in Denemarken nog op een schoone toekomst gehoopt en thans was alles voor hen weer tven onzeker, als toen zij jaren geleden hun vaderland moesten ontvluchten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 februari 1904

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 14 februari 1904

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken