GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

„Keert weder”.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Keert weder”.

5 minuten leestijd

Zoo zeide Naomi tot hire twee schoondochters: aat heen, keert weder, een iegelijk tot het huis van hare moeder Maar Naomi zeide: eert weder, mijne dochters Keert weder, mijne dochters Daarom zeide zij: ie, uwe zwagerin is wedergekeerd tot haar volk en tot hare goden; keer..giji ook weder, uwe zwagerin na. 1 .-Ruth 1:8, 11, 12, 15.

In Naomi’s hart leeft en werkt wat er ook' omtrent h|a, ar verleden en omtrent 'haar k'leingeloof en haar eigenvnlligheid in dat verleden mag te zeggen zijn, de vreeze des Heeren.

Waar die waarachtige 'godsvrucht van binnen leeft en van hinnen werkt, doordringt zte het leven, leeft 'ze ook uit naar biaiten en heiligt ze woord en daad, biestaan en gedrag.

Levende godsvrucht moet openbaar worden, moet gezien en gehoord worden. Ze 'kan nu eenmaal geen schuilevinkje spelen.

Er is iets gegroeid tusschen deze schoonmoeder en haar schoondochters, dat in deze zelfde verhoudingen te A^aak in het geleefde leven wordt gemist.

Naomi heeft die wonderlijk-hartelijke verstandhouding weten te izO'èken, weten te kweeken, welke Orpa en .Ruth met haar doet meegaan op' den weg van Moab naar Kanaan. Ze zocht dat en kwee'kte dat door niet zichzelf te zoeken, maar hiet levensgeluk der beide vrouwen, met wie zte door eenzelfde smart was verbonden.

Ze zal ze (niet, gelijk onverstandige vroomheid dat zoo licht kan doien, met vele ATome woorden zijn lastig, gevallen, ^aar ze zal ha.ai' zielen hebbeia verkwikt door [hiaar hartelijke gezindheid en godvruchtige levensopenbaring.

Zoo is ze, zonder da, t ze dat 'zelf nog klaar geweten zW hebben, voor Ruth althans, een moeder geworden in den leminenten zin, geestelijke moeder door Gods genade.

Ruth is haar schoondoichter. Ze is meer. Ze is ook haar dochter, niet uit Jiaar bloed, ihaar uit haar geloof gehoren.

Gelukkig, wie zoo voor anderen, verwanten of vrienden, Èekenden 'of vreemden, geestelijk' ten zegen werden en Z'O, misschien zonder veel woorden, in ec'n godvruchtig leven (vormen voor het Woord en den 'dienst des Heeren.

Dat zijn de evangelisten van de daad.

Hier is de practische evangelisatie. Hier is de evjangelisatie door den |godzaligen wandel, welke den naaste weet te stichten oif voor Christus te winnen.

We mogen, ieder , voor zich, ons wel vragen, of bij de verheugende opw, aljing van evangelisatieverlangen deze stille, gezegende evangelisatie van de daad in ons.leven wel voldoende leeft en bloeit.

Ze maakt de georganiseerde evangielisatie in Zondagsschool en tractaatverspreiding, bijeenkomsten en toespraken wel niet overbodig. Integendeel.

Maar ze is toch allereerst en blijvend noodig. Indien deze stille evangelisatie zou gaan ontbreken en handel en wandel van wie zich christenen noemen, eer zouden gaan 'afschrikken dan aanlokken, is onze georganiseerde evangelisatie met laihheid geslagen. '

De wereld heeft het eyangelie welUcIh't vaak g'ehoord, maar wil het nu ook zien.

Zijn wij nu, |als Naomi, levende b'rieven van Christus voor wie Hem niet kennen? Of dreigt het gevaar, dat we nog wel hlijven bidden: „Uw koninkrijk komo'" en we ook nog wel ijverig willen w^erken en mild willen geven voor de komst van dat koninkrijk, terwijl we toch, tnéér dan - we weten of jalthans willen weten, bezig zijn door onze levenshouding de doorwerking y: an dat koninkrijk tegen te staan?

Wie zóó, zonder overvioed van woorden in lieilige levensgodsvrudh't aansclxotiwelijk'e prediking werden, mogen ook dunden, wat Naomi durft. AVant ze durft. Ze durft • véél.

Ze durft er l)ij hiaar scIhoondocMers op aandringen, dat ze liaar alleen naar Kanaan zullen laten weei'keeren.

Drie, vier malen, 'h'aast hartstochtelijk, zoekt ze feaiar te bewegen nu heen te gaan tot haar volk en haar goden, haar verwanten, haar natuurlijk levensgeluk.

Wie verstaat dat niet?

Het is zeker niet, oanJdat ze Orpa en Ruth verliezen wil. Ze aal persoonlijk niets liever hebben gewild, dan dat ze beiden haar bleven vergezellen. Maar dan anoot dat niet gebeuren om haar. Dan moet er meer in haar hart leven dan natuurlijke gehechtheid. Dan moet blijken, dat er in dat willen toeegaan 'n geestelijke gebondenheid leeft. Want, wat kan zij, oud en arm, beproefd en ongelukkig, in KanaJin haar dochters aan natuurlijke levenstoekomst bieden? Niets dan teleurstelling!

Het moet nu openbaar worden, of er in de liefde tot haar sciioonmoeder lOok is gegroeid liefde tot het volk, liefde tot den Crod van die schoonmoeder!

Keert weder! (ICieert weder, mijne dochters!

Tot uw volk' en tot uwe goden!

Er zijn in onzen evangelisatiearbeid tijden, waarin we lokken moeten met het lokkende Woord des Hoeren: , , Konit hei-waai'ts, herwaarts!" Dat we (hebben uit te g-aan in de wegen ©n heggeu. en hebben te dwingen met heilig liefdesgeweld • om bimien te komen. „O, alle gij dorstigen, komt tot do wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs!"

Maar er komen ook van tijd tot tijd oogenblikken, dat we precies andersom' moeten evangeliseeren. Het liriag hard, onbarmhartig, wreed klinken. Maar het kan zijn, dat juist de heilige liefde voor Gods koninkrijk en voor het welzijn der zielen ons beweegt te zeggen: „Wilt ge gaan, gaat dan! Keert Imlaar weder tot uw volk en uw goden. Zoekt uw geluk of wat ge meent uw gelak te zijn!"

Er komen oogenblikken, waarin we met meeloopen en meedoen niet langer tevreden mogen zijn. Wilt gijlieden ook' niet weggaan?

Gaat maar! Gaat, waarheen ge gaan wilt! Doet injaar naar de begeerten van uw hart! We zullen u niet weerhouden! We willen u niet weerhouden! Ge zijt vrij om' te gaan! Ge z'ijt vrij om te doen!

Dan zullen er uit ons uitgaan, omdat ze van ons niet waren.

Maar wie door den Geest des Heeren werden toegebracht en jgeestelijk met ons zijn samengegroeid, zullen met te meer beslistheid belijden: „üw volk is mijn volk en uw God is mijn God!"

En over deze belijdenis zullen de engelen des hemels zicli met nieuwe blijdschap verblijden!

Keert weder tot uw vofk en tot uwe goden!

Dat zullen We alleen 'kunnen zeggen, durven zeggen, mógen zeggen, indien ons leven werd geheiligd tot een evangelisatie van de daad.

Indien het leven van Naomi in ons leeft!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1923

De Reformatie | 8 Pagina's

„Keert weder”.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1923

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken