GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De Kerk in de Karikatuur.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Kerk in de Karikatuur.

11 minuten leestijd Arcering uitzetten

Fviedrich ^Y6ndel, Die Kirche in der Karikatnr. Eine Sammlung antitïleri kaler Karikaturen, Vollcslieder, Sprichwörter vmd Anekdoteii'. Eierlin, „Der Freidenker", 1927.

Een boek, dat den lach wil wekken, en dat niettemin is, om bij te schreien, ligt hier voor mij.

De schrijver geeft karikaturen. Hij verzamelt er heel wat en leidt ze met breeden tekst in en uit. En — die karikaturen zijn reeds meermalen zijn thema geweest. Immers, dezelfde auteur heeft ook gegeven: de 19e eeuw in de karikatuur. Men kan hem dus niet verwijten, dat hij nu spieciaal op, de kerk zijn pijlen afschiet. Een zóó universeel waarnemend mensch, kan men hem kwalijk nemen, dat hij ook op de kerk zijn oog richt? Ja, als het nu alleen om de kerk ging! Maar , heel de 19e eeuw valt onder zijn waarneming en wordt in haar karikaturen als 't ware langs uw oog heen geleid. Is dat nu zoo erg?

Iets anders komt erbij. Wie heeft tegenwooxdig den moed, over karikatuur nog het hoofd te schudden? Sedert dr A. Kuyper een heele verzameling van reproducties van karikaturen, alle zijn persoen en p'ublieken arbeid betreffende, liet verscliijnen onder zijn goedkeuring, en zelfs een schitterende inleiding schreef op. het boek, een inleiding, waarin de antirevolutionair en de karikatuur „an sich" (hadden we haast gezegd), waarin, herzeg ik, de antirevolutionair en de goede karikatuur elkaar vonden, sedert dat tijdsgewricht is wel openbaar geworden, dat men antirevolutionair kan zijn ook in zijn constructie van de leere der karikature. En dat is een groole vertroosting. De „Houten Pompi", wie zal 't zeggen, is misschien wel in dien tijd ontvangen en later geboiren; en, naar men zegt, is het borelingske door de tandenperiode heen. W'elnu, als zelfs de antirevolutionairen, voor wie, mag men het „Algemeen Weekblad" gelooven, het probleem van volk en kunst niet eens bestaat, — als zelfs die tragen van geest, wakker worden en de brugbogen construeeren voor de verbifiding Vaii gemeene gratie èn karikatuur — de goede en bescheidene en welluidende, , wel te verstaan, — wat is er dan om te schreien, als iemand het in zijn hoofd haalt, ook eens plaatjes en praatjes te geven over de KERK in de Karikatuur?

Ja, wij gaan nog verder, zooi zeggen de vroolijke broeders tot den man, die daar iets van schreien repte. Kijk eens, zoo vertroosten zij, kijk: , eens, wij kunnen bij 'ons toch eigenlijk wel veilig en rustig toezien. Het is een duitsch boekje, niet?

Ja, duitsch! Welnu, man, dan kan d'r toch niet veel werk gemaakt zijn van Separatie en Doleantie? Want die zijn daar bij de Germanen nauwelijks bekend; zelfs aan geleerden, die studieboek'en met Namenregister schrijven. Hoe zouden dan de blijmoedige teekenaars — zelfs in het land, waar ze een teekenaar — „an sich" — al gauw Herr Professor noemen, motieven ontleenen aan Scheiding en Doleantie? Alleen een Nederlandsche Braakensiek kan het in zijn hoofd halen te teekenen over den eierendans van. dr Geelkerken en over de paneelzaag van vader en zoon Kuyper, laatstelijk bij de Parkkerlc, en dan bovendien zich nog deerlijk vergaloppeeren ook, omdat de paneelzaag van dr Kuyper senior tot de legenden is te rubriceer en, en aan de zaag van. den zoon van dr 'A. Kuypier nooit ook maar één seconde gedacht is, tenzij dan door enkele ietwat zenuwachtige broeders, en Braakensiek. Maar: welk kwaad zal een Duitsch boekje over: „die Kirche in der Ka.irikatur" .nu ONS kunnen doen? Wij zijn immers maar van '34 en '86 en niet iedereen onder de karikaturisten weet ervan, dat pTof. Fabius met de kerk van vandaag onverbiddelijk terug wil naar de kerk'van Adam. Vergeet ook niet, dat Calvijn in Duitscbland minder pTOJectielen geworpien heeft (dus ook opvangen moet) dan Luther. En daarom.... wat zou ex eigenlijk wel te schreien zijn?

En toch....

Toch kunnen we ons niet afmaken van de snikken en grijnslachjes, die in een boek als bet onderhavige voor den kerkmuur, of achter het kerkgordijn steelsgewijze weggeslikt, en straks op straat uitgebulderd worden. „De" (ware) kerk is nu eenmaal inderdaad wel Adams kerk — en het Is wel zeer opmerkelijk, dat in dezelfde kringen, die tegen zoo'n zinnetje, waarin prof. Fabius naar het b e-g i n teruggaat, sp uttereo., oden gewijd worden aan den man, die ons vraagt, de kerk „eschatobogisch" te zien, en dus: naar bet EIND' heen te gaan, ook met de kerk' en bet kerkbegrip'.

En ik kan bet mij nu wel gemakkelijk maken en zeggen: „Adams kerk" 'komt in het heele boekje van brutale praatjes en brutaler plaatjes niet vooir, en. wat hier kerk genoemd wordt, dat is geen k'erk; naar - uwe tenten, Adamieten.

Maar ik ben daarmee niet klaar. W.ant de gruwelen of gewaande gruwelen, die "hier worden uitgejouwd, ze gaan u en mij allemaal aan. De indruk, die „de kerk" — waar dan ook'—'naar buiten maakt, zal beteekenis hebben, en houden óók', voor de beoordeeling van andere kerken op' andere plaatsen en met anderen leefregel. De afval der doode takken van den boom van Adam gaat d; en ganschen boom van Adam aan; en het lustig gezang, waarmee daggelders des geestes — de goede en edele karikaturisten niet te na gesproken — hun bijltje opheffen, om die doode takken Icjort en klein te hakken voor een lustig 'Idiappend volk'svermakelijkheidsvuurtje, och, het klin'kt toch ook tegen alle levende takken en alle nieuwe versche loten van den boom van. Adam opi; en het - vraagt: hoe kwam het zoo, dat er takken afvielen? En weder­ om.: indien gij u niet bekeert, zult gij niet desgelijks vergaan ?

Ja, bet gaat ons aan, als er in dit boek dom, dom, dom over ^, de" kerk gepraat wordt; want waar is soms haar wijs spreken? Wiaar haar liefdevol — • naar buiten — ontsluiten van haar geheimen dikwijls? Neen, dat wil niet zeggO'n, dat bet alleen aan bet spreken en zwijgen der kerk' , .}igt. Het wil wel zeggen, dat bet daaraan toch óók wel ligt.

Dus gaat het ons aan, als op' het titelblad de vuist van het socialisme uit de stembus omhoog komt, om 3 kerkdienaren, die nieuwsgierig over den rand van de stembus beengluurden, weg te stompen, tegen, den grond. En bet gaat ons aan, als er een versje is, dat alle domheid tezamen laat concludeeren in gelijken zin, als langs filosofische wegen ds Borger in 1928 schijnt te willen doen concludeeren: !

Ach Herr Gott, ein elends Wesen, Wiï konnen weder schreiben nocti lesea, Seyn ungelehrt, einfaltig Leut, Versteheu nicM. den groszea Streit, So alle Lelirer taglioht treiben, In dem' Predigen uad Schreiben, Werden im Glauben nur verirrt, Manclier gar epikurisch wird, Oder lebt so hinein in den Tag, Dasz er gar nichts melir glauben mag.

Es ist et-wan bei Handert Jahr, Fiel Liitber dem Papst in die Haar, Der Papst wo'llt das nicht gut seyn lan, Fiel den Lutber auch wieder an. Das Raufen - wabrt ein kurze Frist, Da mengt sich drein der Calvinist, Fiel Papst und Luther in die Haar, Drauf der Zank ncoh viel arger - vvar, Denn Papst und Lutlier wiederum Sioh raulten mit Calvin, all urn. ScliTv-er Artikel, ohn Masz und End, Das hochwürdige Sakrament Gab uns der Papst in einer Gstalt, Der Lutber wieder brach des bald, Reicht uns den Leib und Blut des Herrn, In beider Gstalt, wir glaubten's gern. Calvinas segt die Meinung sein: Es wiir nicbts da, denn Brot und Wein.... etc.

Alleen wie niets weten wil van wetenschappelijk denken (om bij het minste maar te blijven) kan hier een pijl doel zien treffen. Maar 'hoevelen zijn er.zoo? En gaan ze ons niet allen aan?

Och, dit boekje is hopeloos dom, en brutaal, en zijn argumentatie evenzeer versleten. Maar er is ook nog een .stem uit het Nieuwe Testament, die ons zegt, dat, indien de kerk' lijdt, zij dan moet zorgen, alleen te lijden om Christus' wil, en niet omdat men baar met recht verwijten kan, dat zij steelt, of kijft (iets anders dan twisten) of zich met eens anders doen bemoeit. En wie durft zeggen, dat in dit Doekje onder de valsche verwijten, niet ook zulke zijh, als waartegen deze - uitspraak ons bij voorbaat ons had willen leeren gewapend te zijn?

O zeker, het is onzin tenslotte, 'te sp-reken over „de" kerk, als men bet heeft O'Ver zulke kerktormaties, en kerkdeformaties, die onder het bereik van karikaturisten vallen. Want als het erop aankomt, is ^, de" kerk een grooitbeid, die vanwege baar onzichtbaarheid alle karikaturisten voorbijgaat, omdat ze blinden zijn, als, z.& baar onzichtbaar wezen niet in bet zichtbare zien, en straks door haar zichtbaren verschijningsvorm met blindheid bepaald' geslagen worden, als ze haar niet willen zien. Inzooverre kan. een geloovig hart zich bij een boekje als 'dit rustig voelen; want ik „geloof" ee'U heilige, algemeene, christelijke kerk. En dat „de" kerk een geloofsstuk is, daar kan nu juist de karikatuur niets mee doen, en daarom wil zij er ook niet van weten.

Maar toch — de zonden van de kerk' (neem het - woord nu eens over), ook van de kerk van Adam, ze zijn zóó veel, dat ook zij bet bo'ofd buigt en de hand, niet tege'uover den karikaturist, maar wel tegenover God, op den mond legt, als daar scherpe woorden snerpen van dit slag:

1. „De kerk zegent slechts, die baar zegenen."

2. „Jegens de beerschende kerk is ieder tolerant."

3. Ik ga zoo vaak tot God, wanneer komt God tot mij? " (schuld van zulk een go'dsbegripi ligt vaak bij menige preek).

4. „In de kerk is gewoonte, geen ; syaarheid."

5. „In de kerk leert men de menschen niet zoo goed kennen, als op de markt."

6. „In de zichtbare kerk zijn de ware christenen onzichtbaar."

7. „Drie keer om de kerk been loopen is evea^J goed als één keer erin gaan." '"^H

8. „Ou'der de heiligen een plaats krijgen, dat"' kost geld."

9. „Hoe minder (geestelijke) orden, des te meei' orde."

10. „Als een paap ervan langs krijgt, lachen de engelen in den hemel."

il. „Wat men aan. papicn weigert, blijft voor onzen lieven Heer bewaard."

12. „Wie tegen den kerkmuur leimt, hem valt licht een afgod op het hoofd."

13. „De kerken.' zijn het sterk'ste bolwerk der domheid."

Enzoovoort.

En het wordt óf een doodoopiend grijnzen, óf %6n eindelooze schaamte voor God, als men in dit boek de illustraties ziet. Als daar zijn:

boek de illustraties ziet. Als daar zijn: , 1. Het wapien van de Jesu-ieten en van de Esaujten.

2. De proviand voor het klooster (een monnik' met een geweldige korenschoof op' den rug, en uit die school gluurt een meisjeskoipje en een paar vrouwenschoentjes).

3. Afscheid van den biechtstoel (een welgedaan geestelijke, die tot zichzelf ztegt: „heilige G-abriël, voor wat een mooie zonden heb ik hier absolutie gegeven!").

4. De kerlc-preefc, in niets gelijk'end opj de bergrede (uit den oorlog).

Of, tenslotte, de anekdotes. Als daar zijn:

1. Een monnik preek'te. Iemand' zei: Verleden week heeft hij beter .gepreeld. Maar, antwoordt iemand: toon heeft hij heelemaal niet gepreekt. De eerste spreker: Dat is 't 'm juist.

2. Hebt gij al mijn jongsten herderlijken brief gelezen? , vroeg de aartsbisscliopi van P'arijs den dichter Piron.

Deze antwoordde: Neen. En U? — En zoo voort.

Een boekje als dit kan natuurlijk' niet worden „aangeprezen". Maar er stijgt een wolk van bitterheid uit op, welke door alle roomsche en nietroomsche wierookgeuren heendringen moet, opdat wij niet vergeten zoudten, dat wij leven in een wereld, „.jvaarin elke lijdensweg, die niet in het verlengde van dien van Christus ligt, een aanklacht tegen de kerk. is. Het waren bij Hem alleen maar de valsche getuigen, die Hem van iets'anders beschuldigden, dan wat zijn r o e p' i n g was als Knecht des Heeren.

Valsche getuigen blijven allen, die de kerk op deze wijze honen. Maar al is de duivel de grootste valsche getuige', helaas, zijn getuigenis bevat dagelijks elementen van objectieve waarheid. En zoo is het met zijn dienaren ook.

En — laten wij wel de vreugde zien van den dienst van God? Er is een anekdoot hier, waarmee ik dit droef verhaal besluiten wil:

Bij een bezoek aan de burcht Klopfpi vond men in het gastenboek ook den naam van de eertijds zeer wereldsgezinde, maar daarna zieer vroom geworden gravin Ida Hahn—Hahn, die in dat boek geschreven had onder den naam Belletriste.

Daaronder had weer een ander gesahreven: '

Belle warste, triste biste, Siebsle, wie de biste, Bello et triste!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1928

De Reformatie | 8 Pagina's

De Kerk in de Karikatuur.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 april 1928

De Reformatie | 8 Pagina's