GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

ZENDING EN EVANGELISATIE

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

ZENDING EN EVANGELISATIE

7 minuten leestijd

Bonifatius

Heidenzendeling en Kerkorganisator.

II.

Geweldig is dus de vlucht die Bionifatius' werk genomen heeft. Om deze goed te kunnen begrijpen, moet nog op enkele dingen gelet worden. Daar is naast do stuwende kracht uit Rome, de steun die Bonifatius ontvangen hoeft van de vorsten van het Frankische rijk.

In December 722 komt hij door een brief van den Paus in contact met Karel Martel. Deze ontvangt hem met grooten eerbied en geeft hem op zijn beurt ©en brief ter geleide mee.

„Weet", zoo luidt een stuk eruit, „dat de Apostolische Vader in Christus, Bionifatius, do bissdhopi, tot ons is gekomen en ons heeft verzocht hem onder onze bescherming te nemen. Weet dat wij dat mot blijdschap hebben gedaan. Daarom hebben wij dit document met eigen hand geschreven. Waarheen hij gaat, moet hij miet liefde omringd worden. En indien moeielijkheden zich moahten voordoen, die niet door een wet kunnen worden beslist, dan moeten zij onverwijld te mijner kennis worden gebracht. Hem en zijn metgezenen mag jn geen geval eenig leed worden aangedaan".

Er waren zeker verschillende redenen, waarom deze vorst zoo graag de bescherming van Bonifatius op zich nam. Mat zijn brief toch had de Paus hem erkend als de heer in Frankenland, wiens invloed nog ver daarbuiten ging. Dit moet voor hem, die nog vele tegenstanders had, een groote eer geweest zijn.

Daarbij kwam, dat Karel hier de mogelijkheid zicli geopend zag om zijn gezag te laten gelden in landen, waarover hij te voren geen zeggenschap had. Het is ook opmerkelijk, dat in zijn brief do Paus met geen woord genoiemd wordt en dat hij wel Bonifatius erkent als de bisschop op het zcndingsveld, maar toch laat doorschemeren, hoe deze bisschop op zijn beurt afhankelijk is van hem, Karol Martel.

Deze bescherming is voor Bonifatius van groote bcteekenis geweest. Dit blijkt wel zeer duidelijk uit ©on brief van den Paus aan zijn aartsbisschop, gedateerd 29 Oct. 739, waarin de Paus schrijft: „Gij hebt ons verteld van dte heidensche volkeren van Germanic, die onze God m Zijn erbarmen hoeft bevrijd nit de macht van het heidendoim en dat een getal van honderdduizend zielen Ingebracht is in de heilige moederkerk door uw arbeid on de hulp van Karel, vorst der Franken."

Ook Bonifatius zelf weet wat hij aan Karel Martel te danken heeft. Zelf schrijft hij, tusschen 712 en 746: „Zonder de bescherming van den konhig der Franken zou ik niets hebben kunnen uitrichten. Zonder hem had ik de gemeenten niet zoo kunnen leiden, noch de mo^nniken en nonnen kunnen beschermen en zelfs niet de heidensche gebruiken en afgodendienst kunnen verhinderen".

Met Pippijn onderhoudt hij hetzelfde contact. Als hij zijn werk in Hessen-Thüringen gaat neerleggen, schrijft hij een dankbrief aan Pippijn voor alles wat deze voor hem heeft gedaan.

Maar daarbij laat Bonifatius het niet. Hij ziet na zijn heengaan zijn werk bedreigd door allerlei gevaren en daarom smeekt hij Pippijn het werk en de werkers daarin, in bescherming te nemen, „opdat zij niet verstrooid zullen worden, als schapen zonder herder".

Voor een speciale groep vooral vraagt hij de zorg van den vorst. Voor de priesters, die in de nabijheid der heidensche gebieden oen „ellendig leven leiden". Brood om te eten hebben ze, maar kleeren niet, „tenzij ze van buitenaf geholpen worden. Dan alleen zullen ze dat harde Leven in dienst van die volkeren kunnen volhouden".

Hier spreekt de zorg van den grijzen zendeling voor zijn helpers, die op voorpost staan in een hun vijandig gebied. Het waren meest iandgenooten, monniken, die uit Engeland overgekomen waren om hem in zijn dienst bij te staan.

Dit brengt ons op ©en anderen trek die in die zemding van die tijden zoo sterk opvalt. De dragers van het werk zijn de momaiken uit de kloosters.

Naast de macht van den Paus, en den steun van de vorsten spelen de kloosters een groote rol in de christianiseering van Midden-Europa. Bijna alle groote zendelingen uit dien tijd hebben hun o.pleiding ontvangen in de kloosters. Wanmeer er een nieuw veld geopend moet worden, zijn het daar de kloosters, die, aanvanlvelijk klein natuurlijk, toch de centra vormen, bases voor de uittrekkende arbeiders en opleidingsplaatsen voor de inheemsche priesters.

In het achterland blijven de moederkloosters de dragers van heel het werk. Zij zorgen ook voor aanvulling van arbeidskrachten en steunen met geld en gebeden.

Ook in Bonifatius' levenswerk zien wij deze bijzondere beteekenis van de kloosters. Nauwelijks is hij in Hossen aangekomen, of hij legt de fundamenten van een klooster. Het eerste in een heele rij door hem gebouwd, als centra van de pastorale zorg der pas-bekeerde Christenen en als homo-bases voor de uittrekkende zendelingen.

Nauwelijks te O'verschatten ook is de beteekenis, die in cultureel opzicht de Idoosters hebben gehad. Hun scholen brachten de eerste ontwikkeling. Ook op economisch gebied hebben de kloosters niet weinig bijgedragen tot de verhooging van de eco^ nomische weerbaarheid van de hen omringende bevolking. Wilde gronden werden in cultuur gebracht ©n de bearbeiding van het veld verbeterd.

Bonifatius lieeft dit gezien en doelbewust in die richting steeds gewerkt. Hij had echter hierin nooit zooveel kunnen tot stand brengen, als hij niet steeds krachtig gesteund was uit Engeland.

Als hij arbeiders noodig had of geld, als hij zich in een bepaalde situatie gedragen wilde weten door het gebed, nooit klopte hij tevergeefs aan bij zijn Engelsche vrienden. Nauw blijft dan ook door al die jaren het contact met de voornaamste kloosters in Engeland. Zijn brieven daarheen vullen een klein boekdeel.

Zijn biograaf overdrijft niet als hij schrijft: „Vanuit Britannlë stak een groot aantal dienaars van het Evangelie tot hem over, leeraars en schrijvers, ook mannen, die allerlei handwerk verstonden. De meesten stelden zich gewillig onder zijn leiding en zij zijn het geweest, die op vele plaatsen het volk terugriepen van hun heidensche dwalmgen. In vele landen, wijd en zijd verstrooid hebben zij gepredikt."

D© Paus en de vorsten mogen hem hun macht ter beschikking hebben gesteld, het zijn de Engelsche kloosters geweest, die hem de zendelingen zonden.

Zooals alle zendelingen van alle tijden voelde ook Bonifatius sterke behoefte aan het zijn werk dragend gebed. In een van zijn zendbrieven smeekt hij zijn vrienden met allen ernst, dat zij in hun gebeden zullen gedenken zijn zwakheid, „opdat hij moge worden verlost van de banden des Satans en van de kwaadwillige menschen". „Wij smeeken u, dat gij met uw gebeden zoekt te verkrijgen, dat onze Heere en God, Jezus Cliristus, de harten der heidenen moge wenden tot het katholieke geloof".

En bij ©en andere gelegenheid hoort go hom vragen: „Ik smeek u, bidt voor mij, opdat ik geholpen moge worden door uw machtige gebeden".

Daaruit zien wo hoe groot de moeilijkheden vaak waren, waarvoor Bonifatius zich geplaatst zag. Tegen het eind van zijn leven krijgt men den indruk, zegt Schlunk ergens, „dat de strijd om de organisatie van de steeds groieiende kerk en de uitvoering van de pauselijke opdrachten hem te zwaar worden".

Nog één keer ontwaakt dan de oude begeerte, am als zendeling uit te gaan. Alle eerbewijzen van Rome slaat hij af en trekt naar het land waar hij reeds eerder het Evangelie bracht, Friesland. Daar is hij 4 Juni 754 door een heidensche bende overvallen ©n vermoord.

Het is zeker merkwaardig, dat dit leven zoo rijk aan overwinningen, eindigt üi het land van die vreemden, die hij in eerste liefde zijn Heiland volgend, het Evangelie heeft willen brengen.

Juist deze laatste tocht bewijst ons de grootsche statuur van dezen heidenzendeling. Eén zucht heeft ook zijn loven beheerscht. Met inzet van heel zijn leven heeft hij deze landen het Tïvangelie gebracht.

Hij is het geweest, die den zoozeer verbrokkelden zendingsarbeid der vei'schillende kloosters doelbewust in ©en sterke eenheid heeft weten samen te vatten, al zal daarbij niet mogen worden vergeten, dat hij hoe langer zoo meer zich in dienst hoeft gesteld van het Roomsche imperialisme, dat hij het is geweest, die in deze landen Rome's macht voor ©ouwen blijvend heeft weten te vestigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

ZENDING EN EVANGELISATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 mei 1938

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren