Hij heeft tot mij gezegd: „Gij zijt mijn zoon, J 'k heb heden u verwekt. Gij moogt mij vragen J en volken geef 'k tot erfdeel dan uw troon." } Van dit besluit des HEBREW zal 'k gewagen. J „Het eind der aard' is Uw bezit en erve. J Verplett'ren zult Gij hen met ijz'ren knots, \ als pottenbakkerswe ...