CLXXI.
VIJFDE REEKS.
xxxm.Want wij kennen Hem die gezegd heeft; Mijne is de wrake, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere; en wederom: e Heere zal zijn volk oordeelen. Vreeselijk is het, te vallen in de handen des levenden God ...
Dat onder ulieden niet zij een man, of vrou*, of huisgezin, of stam, die zijn hart heden wende van den Heere, onzen God, om • te gaan dienen de goden dezer volken; dat onder u niet zij een wortel, die gal en alsem drage. Deut. 29 : 18.
Aan een wilde struik kunnen t ...