Voor Kinderen.
EENE REIS IN DE MIDDELEEUWEN. III. VREEMDEUNGEN IN DEN VREEMDE. Hoe groot en machtig en geweldig een mensch ook worden moge, toch dient hij nooit te vergeten, dat hij slechts van een dag is, en dat hij ...
Door Kinderen
EENE REIS IN DE MIDDELEEUWEN. II. EEN VEROVERAAR. In Azië heerschte omstreeks het jaar 1200 een vorst, bij het hooren van wiens naam de halve wereld sidderde, 't Was Dsjengis-Khan.Tegenwoordig h ...
Voor Kinderen.
EENE REIS IN DE MIDDELEEUWEN. I. DE REIZIGERS EN HUN TIJD. 't Is nu op het jaar af its eeuwen geleden, dat in de groote en rijke stad Venetië in Noord-Italië drie mannen aankwamen, die zelfs in een sta ...
Voor Kinderen.
DE WAGENMAKER. XI. EEN HEET GEVECHT. Intusschen had het keizerlijke krijgsvolk voet op de brug gezet. Een vaandel werd ontplooid en het voetvolk rukte voorwaarts, terwijl het trompetgeschal klonk. In d ...
Voor Kinderen.
DE WAGENMAKER. X. EEN DAG DER BENAUWDHEID. Intusschen was in de Domkerk en de Stevenskerk van Constanz" de dienst geëindigd. Het volk maakte zich gereed huiswaarts te keeren, om daarna, wijl er dien da ...
Door Rindrrrn.
DE WAGENMAKER. IX. DE VIJAND RUKT VAST AAN. Liefelijk, als gisteren en eergisteren, scheen de morgenzon op de huizen en de wallen van Constanz, de oude Rijksstad. Door het ochtendkoeltje maar even bewo ...
Voor Kinderen.
DE WAGENMAKER. VII. DE TOEBEREIDSELEN. Een dag of tien nadat de jager, of liever de man die zich als jager voordeed, in de herberg bij Constanz was aangekomen, vertelde hij op een morgen aan den waard, ...
Voor Kinderen.
DE WAGENMAKER. VI. EEN FEESTDAG. Weder gaan we naar het marktplein. Maar nu niet om er de koopers en verkoopers gade te slaan, 't Is thans feest, en burgers en buitenlui zijn toegestroomd om het meê te ...
Voor Kinderen.
DE WAGENMAKER. IV. GEVAARLIJKE GASTEN. Op een namiddag, ongeveer drie weken na het bezoek der krijgslieden aan den dokter, trad een man, als jager gekleed, een kleine herberg binnen, niet ver van Const ...
Voor Kinderen.
DE WAGENMAKER. II. WAT DE RAADSHEER VERTELDE. „En wat zei men daarop? " vroeg Klaus, „Wel, verscheiden rijkssteden en vorsten uit het noorden vielen ons bij, maar de geestelijke heeren en vorste ...