Ik ken haar niet, Zij ging voorbij, 's Morgens in de regen. , Zij ging voorbij. En keek naar mij, ' Maar zag mij niet; En in haar ogen las 'k verdriet.De hele straat Was vol geruis. 't Ruisen van de regen. Had zij geen thuis? Zij was alleen. En m, et de regen om zich heen, Die haar omhulde ...