Dan de tien geboden.
XV. HET TWEEDE GEBOD. IV. En de Heere zag Abel en zijn offer aan. Genesis 4 : 4b. Door met ons denken terug te gaan van den zondigen mensch, tot wien het tweede gebod zi ...
Dan de tien geboden.
XVI. HET TWEEDE GEBOD. V. Want de Wet, hebbende eene schaduw der toekomende goe deren, niet het beeld zelf der zaken, kan met dezelfde offeranden, die zij alle jaar geduriglijk opof ...
„Oog aan oog.”
En zij zullen zeggen tot de inwoners dezes lands, die gehoord hebben, dat Gij, Heere, in het midden dezes volks zijt; dat Gij, Heere, oog aan oog gezien wordt; dat uwe wolke over hen staat, en Gij in eene wolkkolom voor hun aangezicht gaat des daags, en in eene vuurkolom des n ...
Van de tien geboden.
XVII. VI. God is een geest, en die Hem aanbinden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid. . Johannes 4: 24. Verstaan wij onder eeredienst of cultus in enger zin de Godsvereering, die zich in uitwend ...
Van de tien geboden.
XVIII. HET TWEEDE GEBOD. VII. Maar de ure komt, en is nu wanneer de ware aanbidders den Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook dezulken, die Hem alzoo aanbidden. Johannes ...
„De dingen die niet bewegelijk zijn.”
Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan. de rechterhand Gods. Col. 3 : I Jezus' blik was na zijn opstanding van deze wereld afgetrokken, en eeniglijk gericht op de dingen die boven zijn, d. i. op ...
„De gemeenschap des Heiligen Geestes.”
[PINKSTERFEEST.] De genade des Heeren Jezus Christus, en de liefde Gods, en de gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen. 2 Corinthe I3: I3.Wederom vierde Israël zijn oogstfeest. Zeven weken waren voorbijgegaan sedert het Paaschfeest en het daarmee v ...
„Dat ze niet uit mijn eigen hart zijn”.
[PINKSTEREN.] Toen zeide Mozes : Hieraan zult gij bekennen, dat de Heere mij gezonden heeft, om alle deze daden te doen, dat zij niet uit mijn eigen harte zijn. Numeri XVI: 28. Dat we dingen doen, die niet uit ons eigen hart zijn.opg ...
„Gij, en uw kind, en uw kindskind.“
Opdat gij den Heere uwen God vreezet, om te houden alle zijne inzettingen, en zijne geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, alle de dagen uws levens; en opdat uwe dagen verlengd worden. Deut. 6:2. Achter ons onze ouders en grootouders, en voor ons ...
Van de tien genoden.
XIX. HET TWEEDK GEBOD. VIII. En zij waren volhardende in de leer der Apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods en in de ge beden. Handelingen 2:42. Is ...