Van de tien geboden.
CXVII. HET NÈGINDE GEBOD. I. Gij zult géén valsche getuigenis spreken tegen uwen naaste. Eicodus 20:16. Het negende gebod luidt naar Exodus 20 : 16 en evenzoo naar Deut. ...
Van de tien geboden.
CXVIII. HET NEGENDE GEBOD. II. Zij Terblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid. I Korinthe 13:6. Zoo wordt dan, naar den letterlijk ...
„De Heere, de God der vergelding”.
Want de HEERE, de God der vergelding, zal [haar] zekerlijk, betalen. Jeremia 51: 56b. De wraakzucht nam, bij vroeger vergeleken, af.Onder belijders van Jezus tamelijk sterk. In beschaafde kringen merkbaar. £n zelfs in ruwe omgeving tot op zekere hoogte. De p ...
Van de tien geboden.
CXIX. HET NEGENDE GEBOD. III. Spreekt de waarheid, een iegelijk met zijnen naaste. Zacharia 8 : i6. Wij komen thans tot de jom/i? beteekenis van het negende gebod, en we ...
„verbolgenheid en toorn.”
Maar dengenen, die twistgierig zijn, en die der waarheid ongehoorzaam, doch der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, zal verbolgenheid en toorn vergolden worden. Verdrukking en benauwdheid over alle ziele des menschen die het kwade werkt, eerst van den Jood, en ook van den Griek. Rom. 2 : 8, 9. ...
Van de tien geboden.
CXX. HET NEGENDE GEBOD. IV. Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mensch met zijne werken. Kolossensen 3: 9. Wij komen thans tot de J(? «a/i? be ...
Van de tien geboden.
CXXI. HET NEGENDE GEBOD. V. De tong is ook een vuur, een wereld der ongerechtigheid. Jacobus 3 : 5. In dit ons voorlaatste artikel over het negende gebod, dat evenals he ...
Van de tien geboden.
CXXII. HET NEGENDE GEBOD. VI. Die met zijn tong niet achterklapt, zijnen metgezellen geen kwaad doet, geen smaadrede opneemt tegen zijnen naaste. Psalm 15 : 3. In dit on ...
Van de tien geboden.
CXXIII. HET TIENDE GEBOD. Gij zult niet begeeren uws naasten huis, gij zult niet begeeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijnen os, noch zijnen ezel, noch iets, dat uws naas ...
Gezegend zij hij, die daar komt.
[KERSTFEEST] Gezegend zij hij, die daar komt in den Naam des Heeren! Psalm iiS: 26a. De jubel van Christus' Kerk op aarde gaat weer uit voor het kindeke van Bethlehem. Harer is weer de blijdschap, datgeboten is de Zaligmaker, welke i ...