Pro Hege.
DERDE REEKS. (Vierde gedeelte). Christus Koningschap en de Maatschappij. IV. En zijn God onderricht hem van de wijze. Hij leert hem. Jesaja 28 : 26. Zoo is dan de beteek ...
„Die ziek zijn”.
En Jezus, dat hoorende, zeide tot hen: )ie gezond üijn, hebben den medicijnmeester niet van noode, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekeering. Markus 2 : 17.Ge kunt u niet wel gevoelen, zonder dat ge er daarom beteekenis aan hecht. Het ...
Pro Hege.
DERDE REEKS. (Vierde gedeelte). Christus Koningschap en de Maatschappy. V. De een hielp den ander, en reide tot zijnen metgezel: Wees sterk. Jesaja 41 : 6. De eerste drang, die den mensch noodzaa ...
„Zelfs bij nacht onderwijzen mij mijne nieren.”
Ik zal den HEERE loven, die mij raad heeft gegeven. Zelfs bij nacht onderwijzen mij mijne nieren. Psalm 16 : 7. De uren van onzen slaap zijn niet een verloren stuk van ons leven. Wel houdt in den slaap onze bewuste werkzaamheid op, en zelf doen we in den slaap zoo ...
Pro Kege.
DERDE REEKS. (Vierde gedeelte). Christus Koningscbap en de Maatschappij. VI. En alle volken der aarde in hem zullen gezegend worden. Gen. i8 : i8. Zoo heeft dan de Maats ...
„Dient den Heere.
Zijt niet traag in het benaarstigen; zijt vurig van geest; dient den Heere. Rom, 12 : II. Vóór zijn verscheiden bond Mozes het Israël keer op keer op 't hart, dat ze toch „den HEERE hun God zouden navolgen, en Hem vreezen, en zijn geboden onderhouden, en zijn stem ...
Pro Kege.
DERDE REEKS. (Vierde gedeelte). Christus Koningscbap en de Maatschappij. VII. In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest die nu we ...
„Dit woord was voor hen verborgen.”
En zij verstonden geen van deze dingen; en dit woord was voor hen verborgen, en zij verstonden niet hetgene gezegd werd. Luk. 18 : 34. Er zijn verborgenheden. Verborgenhedea van zeer onderscheiden aard zelfs. Als de apostel in zijn schrijven aan de Kerken van Rome, ...
Pro Hege.
DERDE REEKS. (Vierde gedeelte). Christus Koningschap en de Maatschappij. VIII. Allermeest, dewijl ik weet, dat gij kennis hebt van alle gewoonten en vragen, die onder de Joden zijn. ...
„Er was een mensch van God gezonden.”
Er was een mensch, van God gezonden, wiens naam was Johannes. Joh. i : 6. Heeft een machtig Vorst een gezant uit te zenden, dan moet hij dien uitkiezen onder de burgers van zijn land. Maar bij den Heere onzen God bestaat dit verschil, dat Hij, zoo er iemand te zend ...