Van de Voleinding.
CCVIII. ZESDE REEKS, XXXI. Een os kent zijnen bezitter, en een ezel de kribbe zijns heeron; maar Israel heeft geene kennis, mijn volk verstaat niet. Jesaia 1:3. Vragen we ons nu af, wat in het g ...
Van de Voleinding.
CCIX. ZESDE REEKS. XXXII. Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE. Al waren uwe zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, z ...
Van de Voleinding.
ccx. ZlïSDE RJEEKS. XXXIII. Waiit gelijk als die nieuwe Hemel en die nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor mijnaangezichte zullen staan, spreekt de HEERE, alzoo zal ook ulieder zaad en ulieder naam staan. Jesaia 66 ...
Van de Voleinding.
CCXI. ZESDE REEKS. XXXIV. Menschcnkind, xeg tot den vorst van Tyrus: oo zegt de Heere HEERE: mdal uw hart zich verheft, en zegt: k ben God, ik xit in Godes stoel, in hét hart-der zeeën; daar gij een me ...
Van de Voleinding
CCXII. ZESDE REEKS. XXXV. Jeremia dan zeide tot Zedekia: oo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israels; Indien gij wiiliglijk tot de vorsten des konings van Babel zult uitgaan, zoo zal uwe z ...
„Zij zullen mij allen kennen.”
(PINKSTEREN 1916]. En zij zullen niet meer, een iegelijk zijnen naaste, en een iegelijk zijnen broeder, leeren, zeggende: ent den HEERE; want zij zullen Mij "allen kennen, van hunnen kleinste af tot hunnen grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hunne ongerecht ...
Van de Voleinding.
CCLXXI. ACHTSTE REEKS. XVI. En de zevende engel goot zijne phiool uit in ïe lucht; en er kwam eene groote stemme uit den tempel des Hemels, van den troon, zeggende: et is geschied. Openb. XVI : 17. ...
„De Heere uw God strijdt voor ulieden”.
Vreest ze niet, want de Heere uw God strijdt voor ulieden. Deuteronomium III : 22Gedurig nog vindt de onjuiste voorstelling ingang, alsof bij strijd en worsteling wij zelve het zijn, die door onze krachtsinspanning het geding waarom 't gaat, tot beslissing brengen, en dat onze God, dien we ...
Van de Voleinding.
CCLXIX. ACHTSTE REEKS. XIV. Het eene wee is weggegaan; zie er komen nog twee weeën na dezen. Openb. IX : 12. In Openb. IX:12 wordt ons gezegd, dat van de drie weeën, die ...
Van de Voleinding.
CCLXXII. ACHTSTE REEKS. XVII. En ik zag, en zie, het lam stond op den berg Sion, en met hem honderd vier en veertig duizend, hebbende den naam zijns Vaders geschreven aan hunne voor ...