1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 31
23opgemerkt, dat de uitspraak van GEULINX „zonder weten, geen handelen" meer in overeenstemming is met het denkbeeld, dat God (door zijn kracht) de eigenlijke werker van elk causaal gebeuren is. Toch zijn ook andere, zij het ook uiterst speculatieve oplossingen mogelijk. Hierbij zou men aa ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 32
24wordt versterkt. Het zal bovendien blijtcen, dat de vitalistische en neo-vitalistische systemen een onvoldoende verklaring geven der ervaringsfeiten, en onvereenigbaar zijn met de causaliteitsopvatting, zoo als wij deze getracht hebben te verdedigen. In den regel stelt men tegenover het ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 33
25 Generalisatie in elke richting schijnt mij hier fataal, zoowel voor een zuiver wetenschappelijke beschouwing, als ook voor een natuurphilosophische. Het kenmerkende echter, wat ik meen, dat juist de dierpsychologie leert, is het absolute verschil tusschen ziel en lichaam, overeenkomende met he ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 34
26 trachten omtrent het wezen der materie zich een algemeener, logischer en objectiever voorstelling te vormen. Het neo-vitalisme verbindt ziel en lichaam zoo innig, als wij de Schepper met de Schepping verbonden denken. Bij DRIESCH kan de entelechie regelend ingrijpen, bij REINKE zijn de dominan ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 35
27paald. Hoewel de substantieele vorm bepalend is, is zij dit door de natuurkrachten. Daar verder de forma substantialis voor alles in innige betrekking tot de figuratie en de individualiteit der dingen staat, wordt bijv. aangenomen, dat een kristal een eigen wezensvorm bezit, een eigen pr ...