1946 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 19
13 historie, het verzamelen van een groot aantal gegevens van zeer uiteenloopenden aard, om daarna pas te komen tot schifting en ordening van het materiaal. De waarneming en het experiment hebben hier den voorrang, niet de menschelijke fantasie, ,,men moet niet uitdenken maar vinden wat de natuur ...
1946 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 20
14 volgens Boyle op inductie en inductie is nooit volledig, dus is de hypothese nooit volkomen zeker. Boyle weet wel, dat hij op deze wijze geen sluitend systeem geeft. ,,Het opstellen van systemen, die alles verklaren, is de manier om beroemd te worden, want dan zal de eene helft van het menschd ...
1946 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 21
15 stellingen en daarvan uitgaande kan hij langs mathematischen weg, door berekening dus, een groot aantal verschijnselen voorspellen. Bij Newton gaat niet, als bij Descartes, de physica op in de wiskunde. Hij begint niet met algemeene onderstellingen over het wezen der dingen; het ideaal van de ...
1946 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 22
16 stoute vlucht zich aan de bron van alles willen plaatsen en zich meester willen maken van de eerste beginselen door eenige klare, fundamenteele ideeën, om dan slechts te behoeven af te dalen tot de natuurverschijnselen als tot noodzakelijke gevolgen daarvan. De ander, bedeesder of bescheidener ...
1946 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 23
17 te vertrouwen en, met tegenzin vervuld tegen het tijdroovende van het experimenteele onderzoek, meent, d a t hij door n a d e n k e n alleen de natuur kan doorvorschen. M a a r de Rede heeft volgens Boerhaave alle reden om bescheiden te zijn, w a n t de grondbeginselen der dingen zijn ons vols ...
1946 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 24
18 weging, maar is van empirischen oorsprong. Boerhaave is er stellig van overtuigd, dat ,,er niets overschiet, dat, w a n n e e r men het grondig kent, k a n worden aangenomen als een zoo heerlijk en vruchtbaar grondbeginsel, dat, zonder de ervaring te raadplegen, de wijsgeer ook maar een enkele ...
1946 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 25
19 proeven alleen, is slechts aan de wiskunde te d a n k e n " 62). D a t bewijzen astronomie, optiek, akoustiek en ballistiek. „Als ge deze en andere uitvindingen der mcetkundigen uit de natuurkunde verwijdert, w a t blijft er over? Niets dan de n a a k t e e r v a r i n g " 63). E e n plat empi ...
1946 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 26
20 ook haar beteekenis; hij ontzegt h a a r wel het recht zelfstandig h y p o thesen te poneeren en daaruit de werkelijkheid op te bouwen, maar ze generaliseert de ervaringsgegevens door inductie en trekt met behulp der wiskunde h a a r conclusies daaruit 68). W a n t de physica berust op bewegin ...
1946 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 27
21 Musschenbroek hield bij d e rectoraatsoverdracht in U t r e c h t (1730) een rede , O v e r de methode om physische proefnemingen te doen' ''^) N i e t geheel vrij van sensuahstischen invloed, betoogt hij, dat we de dingen met als metaphysische entiteit, m a a r als combinatie van zmtuigelijk ...
1946 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 28
22 eft wees daarbij op de illustere voorbeelden van Huygens en Newton, die mathematische bewijsvoering aan experimenteerkunst paarden 81). Het standpunt van de Hollandsche physici: Boerhaave, s' Gravesande, Musschenbroek en hun leerlingen, kan als een rationeel empirisme gekenschetst worden. Voor ...