Zestal leerredenen - pagina 35
II.BEDESTOND OP DEN HEEV0EMINGSDA6.Neig Uw oor, mijn God! en hoor doe Uwe oogen open en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uwen naam genoemd is: want wjj werpen onze smeekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uwe barmhartigheden, die groot zij ...
Zestal leerredenen - pagina 33
BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG,GEDENKDAG DER SYNODEN VAN WEZEL EN DOEDT1568—1618—1868. ...
Zestal leerredenen - pagina 36
BEDESTOND OP DEN HEKVOBMINGSDAG.isworde niet van nooden maar Hoewel onze ongerechtighedendat Israël vrijgemaakt,vanongerechtigheden.tegenis—hoofdhet avond-het ook zijne betuiging:isongerechtigheden ...
Zestal leerredenen - pagina 37
33BEDESTOND OP DEN HERVOKMINGSDAG.hoorspelenEenniet".Ikmet den Heihge, eniswezoonimmerin oprechtheidkrachteloosDietottot,—zoodan kan het gebednood ons ...
Zestal leerredenen - pagina 38
BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG.34zijn. Worde gebannen uit elks hart, wat ootmoed verstoren en dus zijn gebed verhinderen zou. Zie niemand op die buiten zijn, laat ons niet op elkander zien maar zie ieder op zijn eigen hart. Neen, niet onze glorie is het, dat we hier samen zijn, ...
Zestal leerredenen - pagina 42
BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG.38nen ons haastmeer terugdenkennietHervormingonze kerk derin dievan haar bond met den Staat, een macht vanverheffingnaaronsspijtzedeUjketotbinnen geëerd, ...
Zestal leerredenen - pagina 43
BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG.ikStraksgeloofs,maarvangetuigdezelftoclide weeropbloeiingvraag ik het uGel.onsren,stemt dan de aanblik van dieverrijstmendatthans ...
Zestal leerredenen - pagina 40
30BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG.alsmaken? Enlichtschüw verdacht tededat alles nietlioter dan inopenbaring van een zeldzamen voor-spoed? Drijven we met het scheepke der rechtzinnigheid danlooft,en golven ...
Zestal leerredenen - pagina 39
BEDESTOND ÜP35HERVORMINGSDAG.toestand onzer kerk vari thansdengeZOOO,DEN"metstem hetdien van voor dertig jaren vergelijkt neen u toe dan is er geen stof tot geklag maar veeleer tot roemen en juichen, M. H. Immers niet da ...