Met belangstelling namen we kennis
Met belangstelling namen we kennis van hetgeen de heeren Felix c. s. te Utrecht ondernamen.Het stond te verwachten, dat deze broederen niet zonder het geven van een levensteeken den verderen loop der dingen zouden aanzien. Daartoe sprak hun verleden te duidelijk; hun broederzin te sterk; e ...
„Zijne wortelen van onderen.”
Ik daarentegen heb den Anioriet voor hunlieder aangezicht verdelgd, wiens hoogte was als de hoogte der cederen, en hij was sterk als de eiken; maar Ik lieb zijne vrucht van boven en zijne wortelen van onderen verdelgd. (Amos 2 : 9). Er is in alle leven een deel dat ...
Een volkomen juiste opmerking
Een volkomen juiste opmerking van den heer Doe. Wielenga is, dat op zichzelf het treden uit een kerkverband geen doleantie voor een keik in het leven roept, en dat zulk een stap dan vooral zeer weinig het karakter van doleantie vertoont, zoo dit losmaken van het bestaande kerkverband door den Ker ...
Naar wij door de Heilige Schrift
Naar wij door de Heilige Schrift en de practijk onzer vaderen geleerd zijn, is er slechts ééne kerk van onzen Heere Jezus Christus, die aan alle plaatsen waar God de Heere op heel den aardbodem voor zijn geroepenen „de bepalingen van hun woningen verordend heeft" (Hand. 17 : 26), zich ook uitwend ...
Buitenland.
Daitschland. Stappen tot afschaffing der Meiwetten. Kerkelijke toestanden.Met overgroote meerderheid is de veel besproken kerkelijk-politieke wet, die aan de Roomsche kerk haar vrije beweging in den Pruisischen staat teruggeven moet, in het Heerenhuis aangenomen. Zelfs zijn de amendementen ...
Reeds meermalen trok het de aandacht
Reeds meermalen trok het de aandacht der pers, dat blijkbaar de jongste herleving van het Calvinisme haar voorriaamsten steun vond bij „den kleinen man."Ook v/ij legden hier meer dan eens nadruk op, en deden herhaaldelijk uitkomen, hoe bedenkelijk het o. i. van de zij der meergegoeden was, ...
Van des menschen verlossing.
ACHTSTE ZONDAGSAFDEELING. VI. (Slot) Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Rom. II : 36. Zoo is dan de Belijdenis van den Drieeenigen God aa ...