Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 241
VanVhet Euangelium.237Heeft Godt oock een verbont gemaeckt met denmensche? A. Ja. V. Wat is het verbont Godts? A. Dat verdragh ende contract, het welck Godt met de menschen gemaekt heeft, daer in hy deselve belooft eenigh goet: ende deselve wederom verbint, dats ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 242
Van het Verbont238dGodts.A. Ja. V. Welck zijnse geweest? A. Den boom des levens, ende den boom der kennisse des goets ende des quaets. Genes. 2. 17. ende 3.22.Hebben onse eerste voorouders dit verbont Godts onderhouden, of zijnse daer van afgeweken? A. Sy ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 243
Vanhet Verbont Godts.23dsoo aen hem verbonden werden dat volck zijn. V. In hoe veel deelen bestaet dit verbont? A. In twee deelen, aen de zijde Godts, ende aen de zijde van de menschen. V. Waer in is dit verbont Godts gelegen aen dewy wyinsgelijckssijn ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 244
Van240dhet Verbont Godts.voor soo veel het begrijpt de versoeninge der geloovigen des Nieuwen Testaments met Godt, door Christum, die in den vleesche gekomen is. V. Seght my eens, welck daer zy het onderscheyt tusschen het verbont ende Testament? A. Het verbont beteeke ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 245
;Van de Goddelicke241Beloften.A. Ja: want de beloften, lek sal mijn Sone geven; het zaet der vrouwe sal de slange den kop vertreden ick sal mijn Wet in het herte geven; ick sal u door mijne kracht bewaren ten eeuwigen leven ick sal de werelt door water niet meer verder ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 246
;Van de Persoonen,242de belofte des Wets by niemant. 3. De Euangelische belofte omhelst de gave van volherdinge de belofte des Wets geensins.ligen Geests;SONDAGH VIL Vrage Vrage20, 21, 22, 23.20.Werden dan alle menschen wederom door C ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 247
'die doorChristum verlostzijn.243A. Om dat hy in Adam, als in het hooft ende de gemeyne stamme ofte wortel van alle bontgenooten des eersten verbonts der wercken niet en is ingerekent geweest; maer is den tweeden Adam, het hooft ende wortel van alle bontgenooten ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 248
,Van244de PersoonenA. Genes. 3. 15. lek sal vyantschap setten tusschen ende tusschen dese vrouwe, tusschen uwen zade, ende tusschen haren zade, met Eom. 5. 19. V. Is de genade Godts algemeyn, gehjck de sondeu,algemeynis?A. Neen. V. Heeft ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 249
die doorisChristum verlost245zijn.V. Waer uyt bewijst ghy dat? A. Joh. 3. 36. Maer die den Sone ongehoorsaeni maer toorn Godts die en sal het leven niet sien,blijft;op hem.V. Is dien toorn van haer wechgenomen geweest? A. Neen. ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 250
,Van de Persoonen,24:6cddddA. Door hemselven. V. Door wien komt het, dat yemant behouden ende saHgh wort? A. Door Christum. V. Maer geschiet dese menschen, die verloren gaen, geen ongelijck? A. Neen. V. Waerom niet? A. Om dat sy selfs de oor ...