Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 311
Van307de Goddelicke Eygenschappen.In Juda den verrader Luce 22. 22. In de Joden die Christum gekruyst hebben, Act. 2. 23. ende 4. 27, 28. V. Souden Judas ende de Joden, als oockPilatus, haer selven dan niet konnen excuseren, ende souden sy daerom niet onschuldigh zijn, datse ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 312
Van de Goddelicke Eygenschappen.308V. Hoe verre gaet die? A. Soo verre, dat hy meer doen kan, als hy doet, ja alle mogelicke dingen dewelcke geen strijdigheyt mede brengen hoewel deselve nimmermeer sullen geschieden, als te sien is Matth. 3. 9. Want ick segge U; dat Godt selfs uyt d ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 313
Vanhet Besluyt Godts.309A. Neen. V. Kan Christus dan wel uyt die Hostie, ofte uyt het broot worden, gelijck de Papisten seggen? A. Neen. V. Is de Heere Christus in wesen, ende al over langh geweest na sijn menschelicke nature? A. Ja: Galat. 4. 4. Maer wanneer de volheyt des t ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 314
Van310het Besluyt Godts.was, soo soudender als twee Goden zijn, ende soudense malkanderen beletten: soo het boven Godt was, soo soude Godt geen Godt zijn: want het gene yet boven hem heeft, dat en is het hooghste niet, soo soude het zijn of een soo het onder Godt is Schepper ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 315
Vanhet Besluyt Godts.311Godt het welck geen Godt is als aen een principale ende voornaemste oorsaeck, ofte aen een minder oorsaeck, 't zy bewegende of instrumenteele of een voorgaende conditie? ,,,A. Neen. V. Is dan het besluyt Godts absoluyt? A. Soo ghy ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 316
,Van312de Scheppinge der werelt.V. Wil Godt met een besluyt alle dingen of zijnder verscheydene besluyten Godes? A. Godt wil met een besluyt alle dingen, want daer en is niet meer als een besluyt ende eenen wille Godts: gelijck Godt met een sien ende verstant alle ding ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 317
Van de Scheppinge313der werelt.noch door sijnen eeuwigen raet ende voorsichtigheyt onderhoudt ende regeert, om sijns Soons Christi wille, mijn Godt ende mijn Vader zy, op welcken ick alsoo vertrouwe, dat ick niet en twijffele, hy en sal my met alle nootdruft des lijfs ende de ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 318
,Van de Scheppinge314der werelt.A. De besluyten Godts, die hy van eeuwigheyt genomen heeft over en ontrent de creaturen: tot dewelcke gehoort de Praedestinatie van Engelen enmenschen. dV. Wat zijn de buyten of uytgaende wercken Godts ? A. Al wat hy in der ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 319
Van de Scheppingeder werelt.315V. Hoe veel scheppingen zijnder? A. Een. V. Hoe veel schepselen zijnder? A. Seer vele. V. Moeten der niet soo veel scheppingen zijn als 'er schepselen zijn? A. Neen. V. Wie heeft de werelt geschapen? A. Godt. V. Welcken Godt, Va.der, Zoon, of H. ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 320
,Van de Scheppinge316der werelt.A. Joh. 1. 1 , 2 3. In den beginne was het woort &c. Vs. 3. Alle dingen zijn door het selve gemaeckt, ende sonder het selve en is geen dinck gemaeckt dat ,gemaecktis. Col. 1. 16. Hebr. 1. 2, 10. V. Bewijst dat de H. Gee ...