Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 341
?Van Godes337Voorsienigheyt.vrede, ende scheppe het quaet, ick de Heere dese dingen. Actor. 17. 25. Alsoo hy selve allen het leven, den adem ende alle dingen geeft. V. Eegeert Godt onder de aerde oock ? A. Ja. V. Alwaer Godt is, regeert hy daer? A. Ja. V. De almachtigh ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 342
,Van Godes338 ccVoorsienigheyt.V. Regeert hy oock de luysen? A. Ja: Exod. 8. 16. V. Waer uyt bewijst ghy, dat de alderkleynste dingen hangen aen Godes voorsienigheyt ? A. Matth. c. 6. vss. 26 28, 30. Aensiet de vogelen des hemels dat sy niet zaeijen, noch maeije ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 343
Van Godes derenGodts quamen Hebr. 1. 14.stellen:Voorsienigheyt.339omsich voor den He ere te Zijnse niet alle gedienstigegeesten, &c. V. Waer uyt bewijst ghy dat hy de quade Engelen, dat is, Duy velen regeert? A. Job 1. 12. En de Heere seyde tot ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 344
Van Godes340ddVoorsienigheyt.A. Godts wille. V. Wie zijn die gene, dewelcke loochenen dat de Heere oock met sijn voorsienigheyt gaet over en ontrent de vrywillige actiƫn ende werckingen der menschen ? A. De oude ende huydendaeghsche Pelagianen, V. Regeert Godt o ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 345
Van GodesVoorsienigheyt.341A. Neen. V. Hoe veel oorsaken zijnder dan? A. Twee, namelick, de eerste ende de tweede. V. Wie is de eerste oorsaeck? A. Godt V. Wie is de tweede oorsaeck? A. De creature. V. Werckt Godt altijt met de creaturen? A. Ja. V. Wel hoe sullen wy het dan m ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 346
,Van Godes342 dVoorsienigheyt.V. Soude ick Godt mogen toeschrijven dat Christus overgelevert ? A. Ja. V. Maer sal ick Godt toeschrijven het verraden van Judas, het onrechtveerdigh overleveren van Pilatus &c ? A. Neen. V. Die heele geschiedenisse ende uitkomste t'sa ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 347
Van GodesA. Ja. V. Die sonde die de dief doet A.-NeenV.Wat'doet343Voorsienigheyt.doet die Godt oock,?hy dan?A. Godt laet die sonde toe V. Het uytsteken van des diefs hant, laet Godt dat alleen toe? voor soo veel d ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 348
,Van Godes344dVoorsienigheyt.A. Neen. V Het quaet te ordineren ende te stieren tot een goet eynde of op occasie van dat quaet eenigh goet te wercken is dat sonde ? A. Neen. V. Kan Godt het quaet beletten? A. Ja: Actor. 17. 28. Want in hem leven wij, ende bewegen ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 349
Van GodesVoorsienigheyt.345eynde hy daer door moghte gebracht werden tot diegevoelen van sijne sonden, ende beteringe des levens. Waer toe dient aengemerckt dat het woort seggen, gebieden, bevelen, somwijlen beteeckent ordiperneren, regeeren, schicken, bestieren, als P ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 350
:Van Godes346 dVoorsienigheyt.V. Soude een mensche hem niet konnen excuseeren dat hy na Godts besluyt gedaen heeft? A. Neen: als blijckt Luce 22. 22. Ende den Sone des nienschen gaet wel henen gelijck besloten is doch wee dien mensche door welcken hy verraden wert. Act ...