Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 361
Van GodesVoorsienigheyt.357V. Hoe doet hy dat? A. Om dat hy middelen geeft ende bestuert, waer door den armen mensche beyde in het geestelick ende in het tijdelick kan behouden werden. V. Betoont Godt door sijne voorsichtigheyt dathy is een al-onderhoudende Godt? A. Ja. V. Ho ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 362
Van den Name358Jesus.V. Wat leert ghy daer uyt, dat hy is een rechtveerdigh Godt? A. Aen de dreygementen des Heeren te gedencken. V. Wat leert ghy daer uyt, dat hij is een barmd hertigh Godt? A. Niet af keerigh te zijn van den Heere maer mijn toevlucht tot hem te nemen, d V. ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 363
Van den Name359Jesus.die hem alleen voor den volkomen Salighniet en houden, Vrage 30. V. Hoe veel namen heeft de Sone Godts? A. Twee , namelick Jesus , Christus.looven,maker,V.Welckisuwes Salighmakers voornaem?A. Jesus. ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 364
Van den Name360Jesus.A. Ja. V. Wie? A. Josua de sone Nun. c V. Wie al meer? A. Jesus Bethsamita, 1. Sam. 6. 14. Josua de overste van Jerusalem, 2. Keg. 23. 8. Jesus de Hoogepriester, Zach. 3. 1. V. Maer en is' er geen onderscheyt tusschen dese c mannen die dese namen gedragen ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 365
Van den NameJesus.361A. Neen. V. Waer staet dat? A. Hebr. 4. 8. Want indien Jesus haer in de eeuwige ruste gebracht heeft, &c. V. "Waer heeft hyse dan in gebracht? A. In 't beloofde lant. V. "Wie heeftse dan gebracht in de rechte ruste? A. De Heere Jesus Christus, Hebr. 4 ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 366
,362Van den NameJesus.V. Wat doense dan? A. Sy beteeckenen ende versegelen de vergevinge der sonden in Christo. b V. Is de Bijbel uwen Salighmaker niet? A. Neen. b V. Is hy daerom onnoodigh? A. Neen. d V. Maeckt ons Godts woort de Kerckedienaren ende de Sacramenten nie ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 367
,Van den NameJesus.363A. Daer uyt en volght evenwel niet datse ons oock saligh maeckt.V. De eere die de Soon toekomt, komt die oock de Moeder toe? A Neen. V. Houden de Papisten in sommigen respect ende opsicht meer van Maria als van Christus? A. Ja. V. Toont dat ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 368
,Van den Name364d ddJesus.A. Neen. V. Moet de Salighmaker niet Godt en mensch zijn ? A. Ja. Siet vrage 16, 17. V. Is yemant wel Godt en mensch als de Heere Christus? A. Neen. Siet Vrage 18. V. Wie is de Salighmaker geweest in 't OudeTestament ? A. ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 369
,Van den Name865Jesus.worden, nadien hy de eenigh-geborene Sone Godts is, die geen broeders heeft na sijn Goddelicke natuer; soo is 't nochtans van nooden geweest na sijne menschelicke natuer op dat men sijn persoon recht soude kennen, het welck ten hooghsten nootsakel ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 370
Van den Name366 cV.Kan men metdesenJesus.naemJesus geen teecke-nen doen? cA. Neen. V. Magh ven, of in halsmendienbrief kenshangen tegennaem wel opde deuren schrij-by hem dragen, of aen ...