Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 421
VanChristi417Menschwerdinge.V. Maer die en is geen ware mensch, die geen menschelick persoon is nu, Christus is dat niet ergo ? ;:A. Dat volght niet. V. Neemt dat de menscheyt Christi niet wech? A. Geensins. V. Waerom niet? dat sijne menschelicke natuer s ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 422
,Van418e // /ChristiMenschwerdinge.A. Ja. V. Bewijst dat? A. Matth. 26. 38. Mijne ziele is geheel bedroeft tot der doot toe. Luce 23. 46. Vader in uwe handen bevele ick mijnen geest. Joh. 12. 27. Nu is mijne ziele ontroert,cdV. ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 423
;VanChristi Menschwerdinge.419V. Het schijnt nochtans soo tezijn, want daer wat komt, dat verandert. Nu, tot de Godtheyt Christi komt de menscheyt; ergo, &c. A. Dat argument en deught niet, maer moet soo gestelt werden, daer wat toe komt, ende niet blijft he ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 424
?420 cb cdVanChristiMenschwerdinge.V. Is het de Heylige Geest? A. Neen. V. Waer van daen heeft Christus dan sijn vleesch? A. Van Maria. V. Heeft hy het uyt het vleesch ende bloet Mariae, of is hy maer door haer henen gegaen, gehjck het water door e ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 425
,Van421Christi Menschwerdinge.A. Ja.V. Waer uyt kondt ghy dat bewijsen? A. Hebr. 2. 14. Overmits dan de kinderen vleesch ende bloet deelachtigh zijn, soo is hy oock der selver desgelijcks deelachtigh geworden, &c. V. Wie is de vader Christi? A. Niemant. V. H ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 426
Van422ChristiMenschwerdinge.geweest ende alsoo vry is van die algemeyne sonde ende algemeyne schuit daer aen wy alle deelachtigh zijn, (Kom. cap. 5. vs. 12. tot 20.) consequentelick vry moeste zijn ende niet onderworpen die algemeyne corruptie ende dien doot der sonde, ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 427
Van423Christi Menschwerdinge.V. Is het geschiet door vermenginge van Godtheyt ende menschheyt? A. Neen. V. Is het geschiet door verwisselinge dat de eene nature in plaetse van de andere gekomen is? A. Neen. V. Is het geschiet, gelijck een arm man rij ck wort, ende een rijck m ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 428
Van424ChristiMenschwerdinge.of toevallige vereenigingeaenneemt, ende met cdsijngelijck yemant een kleet lichaem vereenight? ,Een wesentlicke.A. V. A. V. A. V.Is heteen onverkeerlicke vereeniginge?Ja. Is het ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 429
VanChristiMenschwerdinge.425A. De hedendaegsche Luterschen. V. Kan de Godtheyt aen de menscheyt hare eygenschappen wel mededeelen? A. Neen. V. Waerom niet? A. Om dat Godt hemselven niet en kan versaken, 2. Tim. cap. 2. vs 13. 2. Om dat de menscheyt als dan geen mensche ...
Voetius' catechisatie over den Heidelbergschen Catechismus - pagina 430
Van426 ddChristi Menschwerdinge.V. Doen was hy noch niet opgevaren; maer is de menschelicke nature niet over al tegenwoordigh geworden door ende na de hemelvaert? A. Neen. V. Bewijst dat? A. 1. Om dat hy voorseght heeft, dat hy soude wechgaen ende de werelt verlaten. J ...