Aesthetische Christusbeschouwing.
X. (Onsbeginseler tegenover). Wat moet nu tenslotte onz'e houding tiégenover dit alles zijn? Ik zou allefeei'st zieggen: laat niemand hooghartig veroordeelen. Men kan somis ook iemand verwerpen, over wiens gevaar nien niet all ...
Aesthetische Christusbeschouwing.
XI (Slot). (Onze daad daartegienover).Laat ons trachten ook' voor aesthelische naturen een plaats te bieneiden in het huis omz'er Chriatusprediking. Dat is de roeping der geborenen in het Jeïuzialem Gods.Want wel beeft Prof. Is. v. Dijk i) gelijk, als ...
Dr JAMES F. ZWEMER. †
Terwijl ik dit „In em'oriam" schrijf, ligt een schrijven van den overledene, d.d. 26 Maart 1921, voor mij, waarin hij mij miededeelt: „Ook zal ik eierlang u dienen met een afschrift mijner verongelukte mi'Ssieve." Dr J. F. Zwemer was n.l. door de Reformed Church afgevaardigd naar de Generale Syno ...
Christendom en Kunst.
VII. Het is óns dus gebleken, dat de synthese van religie en kunst zoo moeilijk te vinden is, omdat ielk van beiden na leen tijd van ongestoord Samenleven een eigen weg gegaan en in eigen levenssfeer toit zelfstandige ontwikkeling gekomen is. Oorspronkelijk één heb ...
De scheuring in het Leger des Heils.
II. Die ia ons vorig artikel besproken scheuring van het Leger des Heils heeft er aanleiding toe gegeven, dat vrienden en vijanden van deze organisatie ziich ïiog eens van hun standpunt tegenover haar rekenschap hebben gegeven. Allereerst heeft de actie van Mas te ...
Christendom en Kunst.
VIII (Slot). Reeds in het begin mierkten wij op, dat wij. het probleem wel een persoonlijke wending moeten geve'n. Ten slotte kunnen wij niet wachten of het molgelijik eens gelukt ©en oplossing te ontdekken, want wij moeten , al lang te voren zelf kiezen en staan i ...
KUYPER-BIBLIOGRAFIE.
door J. C. RULLMANN. VIII. 8. De miensohwording Gods het levensbeginsel der Kerk. Intreerede, uitgesproken in de Domkerk té Utrecht den lOden November 1867, Utrecht, J. H. van Peursem, 1867.Voor Dr K., die het orthodox© Nederland toen nog slechts uit d ...
Orgelspel en doel van den kerkelijken zang.
„In den lof deir lippen moet het hart uitvloeien." Zoo schreef Dr Kuyper in „Als gij in uw huis zit". „Maar" •— voegde hij er aan toe — „nooit mag het hart zich inbeelden, dat de „varren der lippen" voor God zonder beteellcenis zijn."Er wordt bij de godsdienstoefening gieiz; ongen. We moge ...
Een man van Zeeuwschen bloede naast den grooten Bryand gesteld.
Waar dat geschiedde, waarom dat gedaan kon worden, ik heb het de vorige m^aal medegedeeld; het moge u interesseeren, dat dit niet gedaan' is door een Nederlander, die beiden zoude hebben gehoord, 'maar dat een Schot den man van zuiveren Zeeuwschen bloede gesteld heeft naast den groeten Christen-s ...
KUYPER-BIBLIOGRAFIE.
door J. C. RULLMANN. IX. 9. Kerkvisitatie te Utrecht in 1868, met het oog op den kritieken toestand onzer kerk historischtoegelicht. Utrecht, J. H. van Peursem, • 1868. 10. Toelichting der Memorie, ingediend door den Algemeeneia kerkeraad van Utrecht aan hel ...