Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 131

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 131

3 minuten leestijd

19

kende ministerieele Regulatieven, en evenzoo naar de ontwerpen van 1863 en 1868, was de bedienaar van den godsdienst zelfs met de inspectie van geheel het onderwijs belast. Ex officio, als zoodanig, was de dorpsgeestelijke tevens curator der dorpsschool. Eerst ten gevolge van den jongsten strijd met het Episcopaat, is in dezen toestand door de wet van 11 Maart 1872 verandering gebracht. Thans is het toezicht over de volksschool door don Staat aan zich getrokken. Wel worden ook nu nog in groeten getale predikanten met het schooltoezicht belast, maar ze voeren dit toezicht niet meer gelijk vroeger, krachtens hun ambt, maar als mandatarissen van den Staat, overeenkomstig door den Staat gegeven verordeningeü, en slechts voor zoolang als de Staat hun

gezag bestendigt. Niettemin geldt nog steeds voor de Pruisische volksschool de Regulative van 3 October 1854, waaraan we, ter kenschetsing van het doel, dat deze school beoogt, meó ons vaderland ter leering, het volgende woordelijk ontleenen: »Het denkbeeld, om de jeugd op de volksschool een algemeen menschelijke vorming te geven, door de formeele ontwikkeling van het denkvermogen, i^^ op de proef onuitvoerbaar of zelf ö, schadelyk gebleken. »Het volksleven heeft behoefte aan een krachtige ontwikkeling, maar zóó, dat voort worde gebouwd op het fundament van het verleden, in aansluiting aan de historische gegevens, op de basis van het Christendom. »De volksschool, waarin het grootste deel der natie haar opleiding ontvangt, raag deswege niet naar eenig systeem of een dusgenaamden eisch der wetenschap worden ingericht, maar moet dienstbaar gemaakt aan de eischen van het werkelijke leven, gelijk dit zich in Kerk, huisgezin, bedrgf of ambt, gemeente en Staat openbaart." Voorts zegt de Regulative (die van gelijke kracht is als by ons de Schoolwet) over het onderwijs in den godsdienst dit: »Door het afleggen der belijdenis moet het kind, dat door den Heiligen Doop in de Kerk van Christus is ingelijfd, als zelfstandig lid in de gemeente optreden. De volksschool ontvangt derhalve kinderen, die recht hebben op al de genademiddelen, die van God verordend zijn, opdat ze deze met bewustheid in zich zouden opnemen en voor den strijd van het praetische l^ven worden voorbereid. De onderwgzer moet daarom die hoogere wijding bezitten, die hem recht geeft, het woord van Christus op de lippen te nemen: xLaat de kinderkens tot Mij komen, want denzulken is !" het Koninkrijk » Christus is het einde der wet; wie in Hem gelooft, wordt gerechtvaardigd, en de wet moet een tuchtmeester tot Christus zijn.

Hiervan uitgaande, moet de onderwijzer de Bijbelsche geschiebeschouwen als het terrein, waarop de volksschool zich te bewegen heeft, om haar taak te kunnen vervullen. »

denis

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875

Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's

I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 131

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875

Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's