I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 155
In een halven dag zou de eerste de beste deskundige, b. v. de heeren Kerdijk of Moens, in staat zijn, een" volledige, goed samenhangende regeling in schets te brengen. Onuitvoerbaar, durft men zeggen. Wij antwoorden, dat er tien regelingen voor één op zijn te maken, en waarlijk niet om onze vaardigheid in het vinden van zulk een regeling te toonen, veel min om, 'b zij de natie, 't zij de wetgevende macht, 't zy ons zelf of onze geestvorwaoten, er aan te binden, maar eenvoudig om onze bestrijders voor het oog der natie van ongelijk to overtuigen, willen we althans éen enkele dezer vele regelingen -in
schets
brengen.
de ellendige zinsneê in Art. 191 van onzo Grondwet moet er overal in het Rijk van Overheidswege voldoend openbaar lager onderwijs gegeveü worden. Blijkens de schriftelijke en mondelinge gedachten wisseling over dit Grondwetsartikel en artikel 16 der Schoolwet, is hiermee niet bedoeld, dat er op do Openbare school plaats zou zijn voor alle
Zoolang
blijft,
kinderen, die in de schooljaren vallen. Men wist en heeft ook erkend, dat een deel dezer kinderen toch nimmer op de Openbare school zou verschijnen. Dit geldt van voortdurend kranke kinderea; die huisonderwijs ontvangen; van kinderen, die buiten de plaats hunner woning naar kostscholen worden gezonden eindelijk van kinderen, die op een Vrije school ;
gaan.
Voor die kinderen toch, gelijk de heeren Moens en Kerdijk c. s. eischen, een prachtige school te bouwen, zou ongerijmd, zou verkwisting, zou spelen met 's Lands geld zijn. Regeering, Kamer en Pers zagen dit dusver in. Niemand deed onzinnigen eisch. Zelfs Blaupot ten Cate en wie verder de Schoolwet gecommentarieerd hebben, geven volmondig toe, dat aan de wet voldaan is, indien gebrek aan schoolruimte slechts nimmer oorzaak wordt, dat een kind van behoorlijk onderwijs versto-
zoo
ken blijve. Het Gemeentebestuur gaat derhalve bij de bepaling van het getal Openbare scholen te rade met de Vrije scholen die bestaan. Althans gelijk de, Regeering het uitdrukte: »De scholen van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, van Dia*coniën, Godshuiliefdadige Vereenigingen en dergelijke, de bloeiende instituten en goede bijzondere scholen, zooals er hier te lande velen gevonden worden, die voor de Openbare scholen geenszins onderdoen, integendeel deze in meer dan één opzicht overtreffen, behooren door het Gemeentebestuur beschouwd te worden als op een voldoende wijze voorziende in een gedeelte der behoefte."
zen,
Reeds nu is dus een Gemeentebestuur verplicht, zich de- vraag welke Vrije scholen in zijn oog meerekenen, welke niet;
te stellen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's