I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 120
8 tegendeel heeft men gewild, door ttcee bepalingen. dat op elke school drie uren 's weeks godsdienstonderwijs in den schooltgd zal worden gegeven, en 2. dat de openbare school een confessioneele kan zijn. Omtrent het eerste bepaalt Art. 27 der wet van 8 Maart J86of Voor het onderwijs in den godsdienst worden in het leerplan wekeHet wordt gegeven drie uren aangewezen voor elke klasse. lijks en gecontroleerd van wege de Kerkgenootschappen. Artikel 7: dat kinderen, die tot een minderheid behoor en, deze uren niet op school behoeven te komen, en dat het schoollokaal, met vuur en licht, later te hunner beschikking is. Ook aan de onderwijzers kan het onderwijs in den godsdienst woinien opgedragen, mits ze hiertoe van wege de Kerk gemachtigd zgn. Uitvoeriger nog en uitgewerkter zijn de bepalingen omti-ent het confessioneel karakter, dat een openbare volksschool dragen kan. Zoo dikwijls men in eenige burgerlijke gemeente tot de oprichting van een nieuwe volksschool overgaat, wordt, volgens Artikel 12, door de inwoners dier gemeente beslist, of deze school een gemengde, dan wel een confessioneele zal zijn. Zulk een besluit bindt voor den
Het 1.
tijd
van
tien jaren.
in een stad of dorp een kerkelijke minderheid, die door besluit gedrukt zou worden, dan kan ook zij een eigen school verkrijgen, indien gebleken is, dat gedurende drie jaren minstens 50 schoolkinderen tot haar behoorden. Zoodra dit getal onder de De kinderen dezer frac25 daalt, trekt de schatkist zich terug. tie behouden niettemin het recht, de school der meerderheid te
Bestaat
dit
bezoeken en gedurende het godsdienstonderwys heen te gaan. Onder toestemming van de betrokken partijen kan een gemengde school in een confessioneele of omgekeerd veranderd worden. Uitgaande van het feit, dat de toestanden in de verschillende deelen des lands verschillend waren, heeft men derhalve een elastiek schoolstelsel gekozen, dat, zonder aan eenvormigheid het leven op te offeren, zich naar die verschillende toestanden schikken kan. Niet de Staat, maar de burgerij beslist, wat voor elke gemeente het profijtelijkst
is.
Dit blijkt nog te meer uit de instelling der schoolraden. Er bestaat volgens Artikel 14 in elke gemeente een schoolraad. In deze schoolraden hebben zitting: 1. de bedienaren van den godsdienst, 2. de Burgem'^ester, 3. één der onderwijzers en 4. drie tot vijf burgers, waarvan een door den gemeenteraad, de overigen door de gehuwde burgers en weduwnaren der gemeente, onder zekere bepalingen, gekozen worden. Over deze schoolraden staan gewestelijke die op hun beurt aan een rijksschoolraad onderworpen zijn. (Orlsschulraih, Kreitzschulrath en Oberschulrath.) We onthouden ons van elk oordeel over dit stelsel. Slechts beweren we dat de Badensche Schoolwet, als proeve van wetgeving, de onze verre overtreft, en voor een land, dat schier dezelfde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's