I. Naar aanleiding van het onderwijs-debat in de Kamer. - pagina 106
18
kan men van een iegelijk, dat hg den waarheidszm, de den e7'nst niet verdenke, maar eerbiedige, waarmee andersdenkenden hun denkbeelden over God en goddelijke zakea. uitspreken. Eisch van menschelijke samenleving is het, dat u niemand, direct of indirect, het recht betwiste of verkorte, om anders te denken dan ik zelf. Geëischt, dat ik ter bestrijding van wat mij dwaling dunkt, nooit andere woorden of middelen.- bezige, dan die de vrije beschikking van eiken mensch over zijn eigen overtuiging ongedeerd laten. Dat is de plicht der Christelijke verdraagzaamheid, maar ook Eischen
overtuiging,
dat alleen. 's
Menschen recht om van
zijn
godsdienstige overtuiging meester
mag nooit of nimmer worden verkort, en al wat strekom door geweld of geldelijken drang, door misbruik van
te blijven,
ken zou overmacht, door spot of scheldtaal dit onvervreemdbaar recht te na te komen, moet met alle beschikbare middelen uitgeroeid en duurzaam geweerd. Maar eerbied voor anderer begrippen kan noch mag men eischen. Dat ware de waarheid te na komen. Dat ware den strijd des geestes onder den ban leggen. Dat zou uitloopen op geestelijken dood. Niemand koestert dan dien eerbied ook. moeten toch menschen zijn die denken; en » Andersdenkenden" hoe kan iemand die denkt, we zeggen nog niet eens, dulden wat hem dwaling toeschijnt, maar, let wel, voor die dwaling eerbied
koesteren ? Het belang der waarheid eischt van dien eerbied het tegendeel. Zal het ons vaderland en ons volk wel gaan, dan moet de eerbied voor de overtuiging, waarmee iemand zgn geloof belijdt, ongekrenkt blijven, maar de moed om wat ons dwaling dunkt, zondet zweem van eerbied er voor, met open vizier te bestrijden, toenemen. Slechts één uitzondering geldt hierop. Do tegenwoordigheid van jfersonen, voor wie wat mij dwaling dunkt, heilig is, legt mg, tenzij bespreking der godsdienstige waarheid doel van onze samenkomst is, de verplichting op om geen gelegenheid tot bestrijding van hun dwaling te zoeken, en doet die gelegenheid zich zóó ongezocht voor, dat men bg volgehouden zwijgen den averechtschen indruk zou krijgen, als vond die^dwaling ook in ons een steun, zich tot het uitspreken van eigen overtuiging in heuscheu en waardigen vorm te bepalen. Twee dingen, in onze Schoolwet verward, zijn dus wel te .onderscheiden. lo. Behoort het tot een goede opvoeding, dat men elk kind eerbied tracht in te boezemen voor het recht van eiken mensch om meester van zijn eigen overtuiging te zijn. Dit is de deugd der Christelijke verdraagzaamheid. Ze behoort ingeprent te worden in eiken levenskring, in elk huisgezin, in elke school, gemengd of bijzonder, Staatsschool of vrije school.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1875
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's